headerbg bl
HomeGeschiedenisHeemkundige kringenZoeken in publicatiesDe kapel en de Sint-Antoniusdijk te Monnikerede

De kapel en de Sint-Antoniusdijk te Monnikerede

De kapel en de Sint-Antoniusdijk te Monnikerede

Rene De Keyser

Vervolg van: Oostkerke - V Eienbroeke

wapen monnikeredeMonnikerede is een plaats die haar naam ontleende aan een waterloop die voor het eerst verschijnt in 1219 onder de vorm van Municareda. Deze naam betekent Ede of Waterloop van de Monniken. Vermits het zegel van het tiendenhof van St-Kwintensabdij op Eienbroeke, hetzelfde wapen droeg als de stad Monnikerede, zal het wel aan de monniken van St-Kwintens in Vermandois zijn, die de tienden te Oostkerke en omliggende bezaten, dat het stadje en de waterloop hun naam hebben ontleend.

Het grondgebied van het stadje, dat een haventje langs het Zwin is geweest, behoorde oorspronkelijk bij Oostkerke. En niettegenstaande de plaats stadsrechten verkreeg, waardoor het door eigen schepenen en burgemeester bestuurd werd, bleef het immer onder de kerkelijke parochie van Oostkerke voor wat de zielezorg betrof. Enkele gegevens wijzen er echter op, dat de stad Monnikerede het ook gaarne tot zelfstandige parochie zou gebracht hebben.

Over het stadje Monnikerede verscheen een interessant boekje van de hand van Dr. Jos De Smet en uitgegeven door de Gidsenbond van Brugge, haar hetwelk kan verwezen worden voor hen die zich een algemeen gedacht van het plaatsje willen vormen. Daarin wordt onder andere vermeld dat het stadje in 1407 tot 104 gezinshoofden stelde.

Oostkerke had rond die tijd twee pastoors en vier à vijf kapelaans. Dit moet niet verwonderen. De bevolking was ontegensprekelijk talrijker dan nu, en de kerk bezat zeer rijke inkomsten uit de landerijen, de tienden en renten en de fondatiën, die in het onderhoud van deze geestelijken konden voorzien.

In 1459 had Adriaan Loys, bekend als een van de twee pastoors van Oostkerke van 1439 tot 1459, een huis binnen het stadje Monnikerede in het 11e Begin van de Kerkwatering. Ook zijn opvolger heer Jan Symoens, als pastoor van Oostkerke vernoemd van 1460 tot 1467, had een woning in het stadje in het 13e Begin van de Kerkwatering. Met de eerste, Adriaan Loys, hebben de schepenen van Monnikerede echter een hooglopend geschil gehad, dat reeds bestond in 1439 en nog voortduurde in 1441.

Het gevolg was dat de schepenen, en misschien de overige inwoners ook, niet mochten ter kerk gaan te Oostkerke wegens de kerkelijke ban die op hen woog. De oorzaak, evenmin als de uitslag van dit geschil, kon ik niet achterhalen. In 1482 woonde te Hoeke een Jacob, het kind van meester Adriaen Loys priester, maar ook dat was in die dagen geen alleenstaande feit. De Monnikeredenaren behielpen zich intussen zo goed mogelijk; en in 1440 werd de Passie gepredikt in het stadhuis van Monnikerede. Vermits uit de schaarse gegevens betreffende het geschil tussen Monnikerede en Adriaen Loys blijkt dat de kerk van Oostkerke voor de wetheren door de kerkelijke ban gesloten was, waren ze dus gewoon voordien te Oostkerke ter kerke te gaan. Verder vermoed ik, dat door dit prediken in het stadhuis, de Monnikeredenaren zullen beginnen zijn te verlangen om voort hun kerkelijke diensten binnen hun stad te zien geschieden.

Binnen Monnikerede lag ook in het 14e Begin van de Kerkwatering , een perceel van 2 lijnen 88 roeden "daer men p1eicht te predikken". Dit land waarop gepredikt werd, wordt voor het eerst in 1481 vermeld. De ommeloper van de Kerkwatering van 1459 vermeld die predikp1aats niet. Misschien is men maar beginnen prediken in open lucht, nadat het stadhuis in 1462 afgebrand was. In open lucht naar een preek luisteren, valt echter niet altijd mede. Er kwam een aanzienlijke verbetering wanneer in 1466/67 een kapel werd opgericht binnen het stadje.

Op St.-Katelijnedag (25 nov) werd die gewijd, en alle jare op de verjaardag van de wijding werd daar een plechtige Mis gezongen, die in de rekeningen vermeld wordt tot 1478.

Bij mijn weten wordt pastoor Adriaen Loys na 1459 niet meer vernoemd. Hij was wellicht vervangen door Jan Symoens die vermeld staat van 1460 tot 1467. Zoals blijkt uit de fondatie van zijn jaargetijde, bezat ook hij een huis te Monnikerede. Het is dus terwijl heer Jan Sijmoens in bediening was, dat Monnikerede zijn kapel verkreeg. Het is mij onbekend wanneer Jan Sijmoens vertrok of overleed, maar volgens Dr. De Smet was in 1482 de pastorie te Monnikerede vervallen en was dan ook het stedelijk ambt van pastoor afgeschaft. Of Jan Symoens nog een opvolger heeft gehad, die pastoor te Monnikerede was, vermocht ik niet te achterhalen. De kapel te Monnikerede zal verdwenen zijn gedurende de troebelen in Vlaanderen tussen 1482 en 1490. Met de kapel zal ook de kans voor Monnikerede, om het tot zelfstandige parochie te brengen, verzwonden zijn.

De klok afkomstig van de kapel, werd eerst in 1551 door de O.-L.-Vrouw-vissersgilde aan de kerk van Oostkerke verkocht voor 12 pond. Die O.-L.-Vrouw-vissersgilde wordt reeds aangetroffen in 1403. Zij bezat in 1455 een eigen kapelaan namelijk Gillis Bollaert. De kapel te Monnikerede werd door die gilde bezorgd en was tevens toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw.

Jan Sijmoens was, behalve pastoor te Oostkerke, ook apostolisch notaris.

In die hoedanigheid werd tegenover hem in 1460 een schenkingsakte verleden, waarbij Claeys Hallinc parochiaan van Oostkerke, aan de overste van St-Janshospitaal te Damme, 4 lijnen en 64 roeden land schonk. Heer Jan Symoens deed in 1467 zelf ook een schenking, waarbij hij na zijn dood zijn huis te Monnikerede aan de kerk van Oostkerke gaf, in ruil waarvoor de kerk, na zijn dood een jaargetijde moest doen voor hem en zijn ouders.

Als apostolisch notaris was hij echter een voorzichtig man; en alhoewel. de kerkmeesters van de schenking een akt of charter in hun archief hadden, akt die verdwenen is, schreef de vooruitziende priester deze stichting eigenhandig langs achter in het register van de landen renten en tienden van de pastorie van Oostkerke, gemaakt in 1449. uit deze stichting in dit register opgeschreven, blijkt dat Jan Sijmoens en zijn ouders afkomstig waren van Mernig bij Belle; en dat het jaargetijde moest gedaan worden "als St .Antheunis hier was"(17 jan).

Te Belle in Frans-Vlaanderen, was een bekend klooster van St-Antonius. Heer Jan Sijmoens heeft hierdoor zeker de geëerde heilige van zijn streek, ook willen vereren. Volgens Raymond Vandenberghe, erehoofdonderwijzer van Damme, stond er, naar een register van de kerk van Damme gemaakt in 1461, in dit jaar een beeld van St-Antonius te Monnikerede.

Binnen Monnikerede is er ook een st-Antoniusdijk vermeld. De eerste vermelding is in 1481, want de vermelding in de ommeloper van de Kerkwatering van 1459 is op een blad geschreven dat niet tot de oorspronkelijke ommeloper behoort. Het geschrift en het watermerk van dit blad verschillen grondig van de ~ere bladen van deze ommeloper: het is dus later, na 1459, vervangen geweest. Dit zal wel na de oprichting van het beeld van St-Antonius gebeurd zijn; en de st.-Antoniusdijk, die een boomgaard was van 2 gemeten 1 lijn, . zal wel zijn naam gekregen hebben van datzelfde St-Antoniusbeeld. Pastoor Sijmoens zal wel niet vreemd geweest zijn aan de oprichting daarvan.

Behalve het St-Antoniusbeeld en de St-Antoniusdijk te Monnikerede, heeft pastoors Symoens' voorkeur voor st Antonius mogelijks nog een ander gevolg gehad. Het huis dat Jan Symoens te Monnikerede bezat, was reeds voor hij het in eigendom had, belast met een rente ten voordele van de pastorie te Oostkerke. Die rente ten voordele van de pastorie staat al in het register van 1449: het huis behoorde toen aan Jan Boetselin. Later, waarschijnlijk na het vertrek van Jan Symoens uit Oostkerke, werd er bij die vermelding toegevoegd: "Jan Sijmoens te Biervliet". Het register van renten landen en tienden van de pastorie, werd vernieuwd in 1522; en ook daar is de rente op het huis te Monnikerede vermeld. Maar hier werd nu bijgevoegd: "nu Betlehem te Deinze".

In Biervliet is een klooster geweest van de Wilhelmieten, waarover onlangs een belangrijke bijdrage verscheen in An Soc Emulation nr 1 en 2 afl 1962. Het klooster van de Wilhelmieten te Biervliet is na 1430 naar Brugge overgebracht wegens de overstromingen in de omgeving van Biervliet. Maar in 1467 verkochten de Wilhelmieten nog 300 gemeten grond gelegen bij hun vroeger klooster te Biervliet, aan het Betlehem-klooster te Deinze. De Wilhelmieten hadden dus nog belangen te Biervliet op het ogenblik dat Jan Symoens voor het laatst op Oostkerke vermeld wordt door zijn fondatie in het jaar 14-67. Aan de hand van de twee bijvoegsels in de registers van de pastorie van Oostkerke, zou men moeten aannemen dat Jan Symoens uit Oostkerke vertrokken is naar Biervliet en dat hij daar in betrekking is geweest met de Wilhelmieten.

Dit vermoeden zou dieper moeten kunnen onderzocht worden, want op 16 aug. :1478 werd de kerk van het nieuwe Wilhelmietenklooster te Brugge geconsacreerd en ingewijd onder de aanroeping van st· Antonius Abt (Toontje met zijn zwijntje) wat aan het klooster de naam bezorgde van st-Antoniusdal. Zou ook dit erebewijs aan st Antonius te danken zijn aan heer Jan Sijmoens, gewezen pastoor van Monnikerede ?

Men zou zich nu kunnen afvragen of heer Jan Sijmoens dan niet getracht heeft om ook de kapel te Monnikerede te laten inwijden onder de aanroeping van Sint Antonius. Indien hij dat gewenst heeft, dan zullen de leden van de O.-L. Vrouw-vissersgilde, die zeker de meerderheid uitmaakten, daar wel niet voor te vinden geweest zijn.

 

De kapel en de Sint-Antoniusdijk te Monnikerede

Rene De Keyser

Rond de poldertorens
1964
01
022-025
Achiel Calus
2016-01-08 12:12:27

Afdrukken E-mailadres

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Raakvlak
Contact
Copyright © 2020  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.