headerbg bl
HomeGeschiedenisHeemkundige kringenZoeken in publicatiesHet land achter de Evendijk : deel 1 - Inleiding en Verantwoording

Het land achter de Evendijk : deel 1 - Inleiding en Verantwoording

DEEL I - Inleiding en Verantwoording

Maurits Coornaert

1.  Inleiding

In twee vroegere artikelen hebben we een deel van het Land buiten de Evendijk behandeld (1). Dit land noemt de Oudemaarspolder. Vooral over het oostelijk onderdeel ervan, de Pannepolder, hebben we heel wat nieuwe gegevens gebracht.

In wat nu volgt zullen we trachten zo ver mogelijk door te dringen in de vroegste geschiedenis van een deel van het Land binnen de Evendijk. Na een eerste deel, waarin de inleiding en de verantwoording voorkomt, gaat het volgende deel over de eerste menselijke bedrijvigheid na de laatste overstromingsperiode, nl. de uitbating en de bewoning van het Schorreland door middel van kunstmatige hoogten of terpen.

De Evendijk zelf vormt het derde onderwerp. In het IVe deel zien we hoe de uitbating van het land georganizeerd wordt door het inrichten van een afwateringsstelsel en door het aanleggen van verbindingswegen.

Het vijfde deel behandelt de verdeling van het land, binnen het kader van het leenroerig stelsel: de leengoederen. Hier zijn we verplicht ook even de oudemaarspolder er bij te betrekken, aangezien twee belangrijke leenhoven, het hof van Koudekerke en het Hof te Heys, zowel binnen als buiten de Evendijk goederen bezaten.

Het laatste deel bevat de toponimie: eerst een samenvatting van de reeds aangehaalde toponiemen, en ten slotte een overzicht van alle plaatsnamen, die nog niet in de voorgaande delen besproken werden.

2. Verantwoording

De strook grond die we bespreken strekt zich uit van Veldegoede in het oosten tot het Couterlant in het westen. Daarin is vervat gans het grondgebied van Heist achter de Evendijk, het noordelijk deel van Ramskapelle, een deel van Lissewege en van Zeebrugge.

Om de geschiedenis van bedoelde streek te leren kennen, was het nodig eerst de geschiedenis van de bodem van die streek te weten te komen. Er bestaat geen betere inlichtingsbron dan het werk van Ing. J. Ameryckx. Door het nauwkeurig onderzoeken van de bodem van onze polderstreek, heeft hij komaf gemaakt met allerlei fantastische voorstellingen aangaande de vorming van onze kuststreek.

Dank zij J. Ameryckx kennen we de eerste schakel: de bodem waarop de geschiedenis van onze streek zich afgespeeld heeft. Vervolgens moesten we de eerste sporen van menselijke bedrijvigheid op die nieuwe bodem trachten te achterhalen.

Om dat doel te bereiken bestaat er geen beter middel dan het bestuderen van de bestaande ommelopers, dat zijn de landboeken van de wateringen, van kerken, van leenhoven en van andere instanties. De meeste gegevens in die registers werden gedurig maar afgeschreven uit de oudere registers en geven zodoende een beeld van de streek, zoals die was bij het opstellen van de eerste landboeken in de 14e eeuw of zelfs vroeger.

Op die manier werden uit traditie namen van percelen overgeschreven, die voor de volgende generaties geen belang meer hadden, maar die nu voor ons van zeer groot belang zijn om enkele gegevens te vernemen betreffende de vroegste uitbating.

Kostbaar zijn vooral de ommelopers van de Watering van Eyesluys en van Reygaersvliet. In bedoelde landboeken hebben we eerst alle percelen grond leren kennen van de strook die we behandelen. Daarbij was het nodig alle beschikbare landmeterskaarten van de verzameling K. Mestdagh en van de verzameling van de Blankenbergse Watering ter hand te nemen. Op die kaarten konden we alle percelen situeren, vooral die met een naam.

Die landmeterskaarten zijn meestal uit de 18e eeuw en geven dus de toestand weer van vóór de Franse Revolutie. Ze stemmen volledig overeen met de ommelopers, wat betreft de verdeling van de percelen; slechts de oppervlakte verschilt soms ietwat.

Op basis van die kaarten werd in het begin van 1800, op bevel van de Franse overheid, de eerste kadasterkaart van iedere gemeente afzonderlijk opgemaakt. Later werden ze bijgewerkt en verbeterd. Ze werden zelfs uitgegeven door P. Popp.

Voor het grondgebied van Heist beschikken we over de kaart Popp, uitgegeven rond 1845. Voor de noordoost hoek van Lissewege konden we gebruik maken van de primitieve kadasterkaart, welke de dienst van het kadaster te Brugge, ons zeer bereidwillig ter hand heeft gesteld.

Bij alle percelen die we vermelden, geven we tussen haakjes de sektie en het nummer van de kadasterkaart; b.v.: Sektie A Nr. 350 = (A 350). De sekties die in aanmerking komen, zijn: Sektie A in Lissewege, Sekties A, B en C in Heist. We hebben geen rekening kunnen houden met de huidige kadasterkaart van Zeebrugge.

Dank zij de ommelopers leerden we ook gedeeltelijk de leengoederen kennen. Om de volle omvang ervan te weten, moesten we de leenregisters van de Burg van Brugge raadplegen.

Er zijn 4 leenboeken van de Burg bewaard gebleven in het Algemeen Rijksarchief te Brussel (+- 1330,1365,1381,1384), 1 in het Stadsarchief te Brugge (l435); in het Rijksarchief te Brugge hebben we de leenregisters van 1468, 1501, 1642, 1683, en 2 verhoofdingsboeken van de 17e en de 18e eeuw onderzocht.

De leenregisters geven niet alleen het denombrement of beschrijving van de leengoederen, ze vermelden ook wie het goed te leen houdt, wie opvolgt, hoe en wanneer de opvolger het goed verwerft. Deze boeken dragen veel bij tot de kennis van de streekgeschiedenis.

Onze studie is ook een bijdrage tot de geschiedenis van de afwatering van de streek. Vooral de Watering van Eyesluys wordt behandeld, nl. het 28e, 29e, 30e, 31e, 32e, 33e, 34e, 35e en 46e Begin volledig, een groot deel van het 47e, een klein deel van het 36e en het 38e Begin. Van de Watering van Reygaersvliet wordt een groot deel van het 24e, 25e, 60e en 62e Begin besproken (Een waterschap was onderverdeeld in sekties, “beginnen” genoemd).

Waar dit nodig is, vermelden we de oppervlakte van het perceel. We zijn verplicht steeds de lengte- en oppervlaktematen van het Oud Regime te gebruiken:

1 Brugse roede is 3,85 m lang (afkorting R); 1 vierkante roede meet 14,82 m2; 100 R = 1 lijne; 3 lijnen = 1 gemet = 44 aren (afkorting: G ).

_______________________________________

(1) Rond de Poldertorens, IVe jaarg. Nr. 1, p. 1 - 14;    IVe jaarg. Nr. 4, p. 121 - 139.

 3. Verklaring Bij de Kaart

kaart heist

a) Letters en tekens:
2015 10 30 100716

b) De cijfers:
2015 10 30 101115

c) Alfabetische Lijst:

Nevens de naam staat eventueel het nummer vakjes verdeeld, getekend rondomrond met A,B.C.D.E.F;. het middelstuk duiden we aan met M. Bv: De Vueghelwee 30 E is te vinden onder nr 50 in het onderste middelvak E.

 2015 10 30 1015432015 10 30 1016202015 10 30 101648

 LEES VERDER: Het land achter de Evendijk : deel 2 - Onze Kuststreek vóór de Indijking

Het land achter de Evendijk : deel 1 - Inleiding en Verantwoording

Maurits Coornaert

Rond de poldertorens
1963
04
120-125
Achiel Calus
2015-10-30 10:18:32

Afdrukken E-mailadres

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Raakvlak
Contact
Copyright © 2020  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.