1918

21/08/1918, Nederland en de vreemde vliegtuigen, Leeuwarder courant (www.delpher.nl)

Nederland en de vreemde vliegtuigen.

In hooggeplaatste militaire kringen in Duitschland heeft den Berlijnschen correspondent van de “N.R.Ct." in den laatsten tijd soms een zekere ontstemdheid getroffen tegenover ons land. Men zeide regelmatig last te hebben van Engelsche vliegers, die den weg over ons land namen om op deze wijze niet gehinderd door de sterke kustverdediging der Duitschers, Belgische steden aan te vallen.

Tevens beweerde men dan, dat van onzen kant meer kon worden gedaan, om aan deze regelmatige schending van onze neutraliteit een einde te maken. Ik kan, zoo gaat de correspondent voort, natuurlijk onmogelijk een oordeel er over vellen, of deze klacht gerechtvaardigd is. In ieder geval echter lijkt het mij een eisch der billijkheid, het volgend betoog weer te geven, dat mij van gezaghebbende Duitsche zijde is toegezonden.

Het luidt als volgt:

„Sedert ongeveer half Mei van dit jaar zijn opmerkelijk veel gevallen geconstateerd, dat Engelsche vliegers over Nederlandsch gebied gevlogen hebben. Beschouwt men deze gevallen in samenhang, dan blijkt duidelijk, dat dit geen toevallige schendingen van Nederlandsch luchtgebied zijn, zooals door den invloed van weer en wind met vliegtuigen van alle oorlogvoerende volken voorkomen. Hier volgt een reeks van deze gevallen: In den nacht van 15 op 16 Mei vloog een Engelsch eskader, uit noord-westelijke richting van uit zee komend, over Sluis en langs het kanaal Brugge-Sluis naar België. Een ander eskader werd boven Aardenburg waargenomen, en vloog in de richting van Lapscheure naar België. Den volgenden nacht vlogen 4 groote Engelsche vliegtuigen over Sluis langs het kanaal Sluis- Brugge.

In den nacht van 20 Mei vloog een Engelsch vliegtuig over Sas van Gent het kanaal langs naar België. Het vliegtuig wierp in Sas van Gent bommen naar beneden. In de nachten van 13 Juni, van 15 Juni en van 24 Juni vlogen Engelsche eskaders uit de buurt Aardenburg-Sluis in de richting van het kanaal Brugge-Sluis naar België. Al deze gevallen van schending van Nederlandsch gebied spelen zich dus boven dezelfde buurt af. Steeds verlaten de Engelsche vliegtuigen Nederland in de richting van het kanaal Brugge-Sluis, en eens in de richting van het kanaal Gent-Terneuzen. Meermalen heeft men daarbij waargenomen, dat de vliegtuigen, voor zij naar België wegvlogen, boven Hollandsen gebied in de buurt van Aardenburg-Sluis kruisten.

Dat men in al deze gevallen niet denken mag aan een verdwaling van de vliegtuigen, is duidelijk genoeg. De schending van Nederlandsch gebied moet in de bedoeling van de Engelsche vliegers liggen, en waarom dat is, is met eenige scherpzinnigheid niet moeilijk te begrijpen. De richting van alle vliegtuigen wijst naar Brugge. Alle vliegtuigen gaan over de Nederlandsche grens in de buurt van Aardenburg-Sluis, d. w. z. op de plek, waar de afstand van deze grens naar Brugge het kleinst is. Zooals men weet, is Brugge de basis van de Duitsche duikbooten, het gewichtigste doelpunt dus voor de Engelsche bommenwerpers.

Zooals wij gezien hebben, vonden de meeste gebiedsschendingen in den nacht plaats. De vlucht ging steeds langs het kanaal Sluis-Brugge. Zooals men weet, is bij nacht het beste oriënteeringsmiddel voor vliegers een waterstroom, daar de glinsterende oppervlakte van het water het eenige is, wat de vlieger van de aarde onderscheiden kan. Het is dus heel duidelijk, dat de Engelschen het kanaal Brugge-Sluis als opmarschweg tegen de basis van de Duitsche duikbooten gebruiken. Daarvoor was het nog niet noodig, dat zij over Nederlandsch gebied vlogen. Zij konden van de zee uit, die hun een gedekt aanvliegen mogelijk maakt, ja, ook boven Belgisch gebied, den loop van het kanaal opzoeken. Maar juist de kust wordt door de Duitschers zeer scherp bewaakt Daar staan niet alleen talrijke afweer-kanonnen, die de Engelsche vliegers reeds aan de kust krachtig onder vuur konden nemen, maar zij zullen daar ook de waarnemingsposten van den verkenningsdienst der Duitsche vliegers vinden, die bij de komst van Engelsche vliegtuigen de afweerbatterijen in Brugge zelf alarmeeren. Het is dus zeer duidelijk, welk een voordeel het voor de Engelsche vliegers is, als zij, in plaats van boven Belgisch gebied, boven Nederlandschen bodem van uit zee tot aan het kanaal Sluis-Brugge aangevlogen komen.

Gevoegd bij de boven geconstateerde gevallen zouden deze overwegingen reeds voldoende zijn, om het stelselmatige van de gebiedsschendingen door de Engelschen te bewijzen. Daar komt echter nog de waarneming bij, dat de vliegtuigen herhaaldelijk boven Nederlandsch gebied hebben gekruist. Dit bewijst, dat de vliegers geweten hebben, zich boven neutraal gebied te bevinden, want boven vijandelijk gebied, en in het bijzonder boven het met afweermiddelen uiterst sterk uitgeruste gebied tusschen de kust en Brugge, zal ieder vlieger zich haasten, het doel van zijn aanval zoo gauw mogelijk te bereiken, en zich niet met kruismanoeuvres ophouden. Blijkbaar hebben dus de Engsche vliegers, die boven de buurt van Aardenburg-Sluis kruisten, het Nederlandsch gebied gebruikt, om zich daar voor den aanval op Brugge aaneen te sluiten. Daarmede is bewezen, dat Engeland bewust en opzettelijk de neutraliteit van Nederland schendt, om zijn bommenwerpende eskaders een gunstige gelegenheid te geven voor de nadering van de basis der Duitsche duikboten”.

Verder heet het dan nog in dit betoog:

“Over de beteekenis van deze schending van Nederlandsch luchtgebied kan geen twijfel bestaan. Met de gewone, door force majeure veroorzaakte of uit onoplettendheid of gebrekkig oriënteering begane grensschendingen, zelfs al zouden deze nog zoo talrijk zijn, kan dit optreden der Engelschen niet vergeleken worden. Want ten eerste vormen deze gevallen, in tegenstelling tot de laatstgenoemde, waarvoor steeds alleen de vlieger verantwoordelijk is, een maatregel van het Engelsche legerbestuur, en vinden zij dus met medeweten en onder volle verantwoordelijkheid van de Engelsche staatslieden plaats. En dan kunnen incidenten, die er het gevolg van zijn, niet alleen tussche de mogendheden, aan welke de vliegtuigen behooren, en die, welker gebied geschonden wordt, worden afgedaan, maar heeft zonder twijfel ook de derde mogendheid, die door deze schending opzettelijk nadeel wordt toegevoegd, het recht, mede te werken bij het opheffen van deze misstand”.

Hiermede heb ik het betoog, dat mij, zooals gezegd, van autoritatieve zijd gewerd, woordelijk weergegeven. Anderen zullen over de daarin vermelde feiten en meeningen misschien kunnen oordeelen.

21/08/1918
Leeuwarder courant (www.delpher.nl)
1918

Afdrukken E-mailadres