headerbg bl
HomeNieuwsNieuws 2009Verslag bezoek Fort van Beieren

Verslag bezoek Fort van Beieren

Op zondag 27 september 2009 brachtten leden van de Geschied- en Heemkundige Kring Sint-Guthago een bezoek aan het fort Van Beieren. Gids was Chantal De Vriese.

Het fort werd genoemd naar Maximiliaan-Emmanuel, keurvorst van Beieren en landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden tijdens de bouw van het fort. Hij was in 1691 tot landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden benoemd door de Spaanse koning Karel II, de laatste Spaanse Habsburger. Hij werkte later loyaal mee met de Fransen, maar zorgde tegelijk dat zijn relaties met het Oostenrijkse keizerrijk ongeschonden bleven. Het fort werd gebouwd naar aanleiding van de Spaanse Successieoorlog (1701-1714). Na de dood van de Spaanse koning Karel II, die geen directe opvolger had maakten twee vorsten aanspraak op de troon: Leopold I, keizer van Oostenrijk, en Lodewijk XIV, koning van Frankrijk. Die laatste slaagde erin zijn kleinzoon Filips van Anjou als troonopvolger te laten aanduiden. Vlaanderen die tot dan deel uitmaakte van de Spaanse Nederlanden kon dus zonder problemen ingelijfd worden door Frankrijk. De Noordelijke Nederlanden, Engeland en de Oostenrijkse keizer, die voordien reeds op hun hoede waren voor de expansiedrang van Lodewijk XIV, waren hier niet mee opgezet. Zij vormden in 1702 een verbond tegen Frankrijk om de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen), te veroveren en de Fransen te verdrijven.

De Fransen wilden een verdedigingsgordel rond Brugge aanleggen tegen de dreiging uit Zeeuws-Vlaanderen. De bekende vestingbouwkundige Vauban kwam hiervoor naar onze streken. Het Fort van Beieren maakte deel uit van deze verdedigingsgordel. Eerst werd in Koolkerke een uitgestrekt kampement aangelegd dat gelegen was tussen de Damse Vaart en de thans verdwenen Zoete Vaart of Oud Zwin. Dit kampement waar vijf bataljons in ondergebracht waren, was aan drie zijden voorzien van een aarden wal met ravelijnen en bastions. In de richting van Damme kon het nog extra verdedigd worden door inundaties van de omliggende akkers en weiden.

Kort nadien, wellicht eind 1703 of in 1704 werd het kampement vervangen door een kleinere, stervormige versterking, hoofdzakelijk bestaande uit aarden wallen en grachten dat de naam Fort van Beieren kreeg. Het fort was voorzien van achtereenvolgens een open middenplein, een eerste aarden omwalling met vier bastions verbonden door courtines (verbindingswallen, ongeveer 250 bij 250m), een hoofdgracht waarin een ravelijn lag, een tweede aarden omwalling met glacis, vijf bastions, vermoedelijk vijf (verdwenen) ravelijnen en tenslotte een buitengracht. De ravelijn aan de zuidzijde functioneerde als versterking van de toegangspoort, gericht naar Brugge. De hoogte van de aarden wallen bedroeg 5 à 6m boven zeeniveau. De aarden wallen zijn nu over het algemeen nog zeer goed zichtbaar op het terrein. Ook de hoofdgracht bestaat nog, maar is in de noordhoek, bij de hoeve Strubbe plaatselijk gedempt.

Gezien de politieke en militaire situatie snel evolueerde heeft het fort slechts zeer tijdelijk zijn functie vervuld. Gedurende enkele jaren verbleven er soldaten in tenten en houten barakken. Het werd nooit aangevallen of belegerd. In 1706 werd Vlaanderen door de Engelsen en de Nederlanders bezet, waardoor een fort gericht tegen Noord-Nederland geen nut meer had. Ook na 1715, toen Vlaanderen onder Oostenrijks bewind viel, had het fort geen direct nut meer, al verbleven er nog soldaten tot in 1748, het einde van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748, een strijd om de Oostenrijkse troon tussen Maria Theresia van Oostenrijk en keizer Karel VII, Filips V van Spanje en August III van Polen). Na de afschaffing als militair fort geraakte het vervallen en werd de noordelijke helft gebruikt als weiland terwijl de zuidelijke bebost werd. In de Tweede Wereldoorlog werd tijdelijk een Duitse veldbatterij geplaatst in de aarden omwalling. Uiteindelijk heeft het Fort van Beieren nooit gefunctioneerd aangezien het nimmer belegerd werd.

Aan de zuidwestkant van het fort stond een kasteeltje dat van 1609 dateerde. In de loop van de 18 de eeuw werd het verbouwd. Nadat het fort definitief verlaten was, werden de terreinen verkocht aan de kasteeleigenaar. In de loop van de tijd waren er verschillende adellijke privé-eigenaars en rond 1894 werd het domein verkocht aan de familie van Severen-De Knuyt die in 1904 een bouwvergunning kreeg om een nieuw hekken aan de kasteeldreef te plaatsen. De initialen van deze familie (V.S) zijn nu nog te zien op de blauw-stenen ingang van het Provinciedomein. In 1956 werd het kasteel gesloopt, maar de bijhorende ijskelder naast de vijver is (in verwaarloosde toestand) bewaard gebleven. Ook een vervallen serre en de ommuurde moestuin bestaan nog.

In 1976 werd het Fort omwille van zijn historische en landschappelijke waarde als geklasseerd landschap aangeduid en in 1998 door de Provincie West-Vlaanderen aangekocht. Behalve het eigenlijke fort, dat grotendeels bebost is en de site die het vroegere kasteeltje bevat, is ook de hoeve Strubbe in het Provinciaal Domein inbegrepen.

Het huidige uitzicht van het domein is tot stand gekomen na het geleidelijk aan verlanden van de grachten: zo sleten de aarden wallen af door bodemerosie. De hoofdgracht werd in de noordhoek gedeeltelijk gedempt. De buitengracht is gereduceerd tot een smalle beek. Aangezien het domein jarenlang privédomein was, ontwikkelde het fort zich als een site met opmerkelijke natuurwaarden wat fauna en flora betreft. Voor de bebossing werden hoofdzakelijk marilandicapopulieren gebruikt, verder komen zomereik, gewone es en beuk voor. Door de verlanding is de hoofdgracht in de noordoosthoek voorzien van moerasvegetatie. In de 19de eeuw werd een beperkte landschappelijke aanleg toegepast op het kasteeldomein en in het fort, door onder meer het aanleggen van een beukendreef, brugjes en de aanplanting van zwarte notelaar, populieren en rode beuk.

Tijdens de wandeling (in het domein, op de wallen en op een deel van de buitenste wandelweg) wees Chantal De Vriese de plaats aan waar in de middeleeuwen de Doestweg liep (te situeren in het open middenplein van het fort), die leidde van de abdij Ter Doest naar het Zwin. Onze gids toonde in dit natuurdomein o.a. ook een oude beukenboom met een atypische vorm en een grote witte Bovist (een buikzwam).

Tekst: Marc De Meester

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.