headerbg bl

De polders - De knotwilg

holenduif-kauw-steenuilWat leeft er allemaal in en op een knotwilg?

knotwilg-waarin-vlier-bloeitDe knotwilg groeit uitstekend op de meest vochtige plaatsen en hij kan gemakkelijk worden geteeld, namelijk gewoon door een gesnoeide tak in de grond te stoppen. De takken worden als geriefhout gebruikt, bijvoorbeeld voor reparaties aan het hekwerk – vandaar ook de typische, afgeknotte vorm van de knotwilg. Tot het begin van de vorige eeuw werden jonge twijgen als veevoeder gebruikt en ze dienen ook nu nog voor allerlei vlechtwerk. Afhankelijk van de dikte van het hout wordt het ook gebruikt om er stelen, bonenstaken, klompen en brandhout van te maken.

Maar knotwilgen leveren niet alleen hout. Ze bieden ook beschutting tegen felle zon en regen en de wortels verstevigen weg- en slootkanten. Een knotwilg is dan ook een erg praktische en nuttige boom. En hij heeft heel wat te bieden aan de natuur.

Door de takken regelmatig, bijvoorbeeld om de drie jaar, te kappen op een bepaalde hoogte boven de grond, ontstaan er op het eind van de stam grote takstompen van waaruit telkens weer nieuwe takken ontspruiten. Tussen die stompen blijft regenwater staan, waardoor het zachte wilgenhout gemakkelijk wegrot. Daardoor wordt de stam geleidelijk aan hol. Alleen het jonge hout en de bast in de buitenkant blijven leven en je krijgt fraaie, holle stammen, boordevol leven.

Vele planten gebruiken de knoesten als groeiplaats. Omdat het vermolmde hout arm is aan voedingsstoffen, ontkiemen er eerst soorten uit voedselarme milieus, zoals de eikvaren. Geleidelijk aan hoopt zich tussen de stompen en de takken humus op van afgestorven bladeren en planten die zich op de knoest hebben gevestigd. Die voedselrijke, vochtige plekjes zijn een uitstekende kiemplaats voor mossen, varens en allerlei kruiden. Er zijn in totaal wel honderd negentig verschillende soorten planten aangetroffen op wilgenknoesten! Bitterzoet, vlier, brandnetel, wilgenroosje, fluitenkruid en paardebloem zijn daar maar enkele voorbeelden van.

Knotwilgen worden bewoond door vele insecten zoals haantjes, snuitkevers, boktorren, weekschildkevers, hommels en mieren. Ook voor nachtvlindersoorten zoals pijlstaartvlinders zijn ze een belangrijke slaapplaats. Verder nestelen er vele vogels. Holenbroeders – vogels die in holen nestelen –, zoals mezen, ringmussen, gekraagde roodstaarten … kunnen er hun jongen in de spleten, holen en gaten ongestoord grootbrengen. Ze vinden in en op de knotwilg voedsel in overvloed. Kauwtjes, holenduiven, wilde eenden en steenuiltjes nestelen dan weer in de stam en de knoest.

Het is opvallend hoe elke vogelsoort een ander geschikt plekje in de knotwilg uitzoekt. Ook zoogdieren zoals de wezel, de bunzing, de spitsmuis en de vleermuis maken dankbaar gebruik van de holten in de knoest en de stam of tussen de wortels. Eigenlijk is een knotwilg een heus flatgebouw!

| inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.