headerbg bl

De polders - Dijken

Hoe mensen met de aanleg van dijken grond veroverden op de zee…

slapersdijkZo’n 2000 jaar geleden was ons kustgebied nog een uitgestrekte schorre, een lappendeken van eilandjes in een netwerk van geulen en kreken. Telkens die door de zee overstroomd werd, bleef een dun laagje slib achter. Zo verhoogde het schor onmerkbaar. Tussen de stormen in lag de schorre droog en lieten de boeren er hun schapen grazen. Rond het jaar 1000 begonnen mensen de schorren voorgoed in te palmen. Ze bouwden met heel veel volk, met spade en kruiwagen, kilometerslange aarden dijken. Zo verhinderde men dat de zee het gebied nog kon binnendringen. De geulen en kreken gebruikte men als kanalen voor de waterafvoer en in de dijk bouwde men een sluis. Met het openen of sluiten van die sluis kon men het waterpeil regelen in die ingedijkte schorre, die men ‘polder’ noemde.

Hoe een lappendeken van dijken en polders ontstond… een brok geschiedenis

Omstreeks 1030 vormt de Gentele, later Blankenbergse Dijk, de oostelijke zeewering van een uitgestrekte polder ten noordwesten van Brugge. Het rivierenstelsel ten zuiden van Brugge loost zijn water via kreken en waterlopen doorheen het uitgestrekte schorregebied ten noorden en ten noordoosten van Brugge, de latere Zwinstreek.

Rond 1100 wordt een groot deel van dit schorregebied door een ringvormig dijkensysteem ingepolderd tot de ‘Oostwatering’. Die watert via de Monnikerede sluis af naar het Zwin. Omstreeks 1200 wordt de Oostwatering in twee afzonderlijke delen opgesplitst. Voor de afwatering van elk deel worden nieuwe sluizen gebouwd, één ervan komt rechtstreeks op de zee uit.

zeedijkRond 1300 wordt er oostwaarts nog verder land ingepolderd. De afwatering gebeurt via een vernieuwde sluis naar het Zwin. In 1400 is de inpoldering zodanig gevorderd, dat die afwateringsluis in het ingepolderd gebied ligt, en de afwatering via een nieuwe watergang – de Hoekevaart – en een nieuwe sluis moet gebeuren. Omstreeks 1650 wordt het afwateringsysteem volledig anders ingericht. De Eiensluis die rechtstreeks op de zee afwaterde, wordt opgeheven. Het water wordt via de nieuw gegraven Isabellavaart oostwaarts weggeleid naar de Isabellasluis. Dit is een van de twee nieuwe sluizen voor de afwatering op het Zwin, die in de nasleep van de Tachtigjarige oorlog vlak in de buurt van de versterkte linies gebouwd werden.

In 1784 wordt de Hazegraspolder gewonnen, die samen met alle achterliggende polders langs de nieuw gebouwde Hazegrassluis naar het Zwin afwatert. In diezelfde periode laat Napoleon de Damse vaart delven.

In 1840 wordt het Leopoldkanaal afgewerkt dat dienst doet als hoofdafwateringsas van de polders van de Zwinstreek en het Meetjesland. Met de bouw van de Internationale Dijk in 1872, wordt de afwatering van de polders naar het Zwin, volledig afgesloten.

Het Polderbestuur houdt het water op peil…

evolutie-ingedijkte-gebiedenEr bestaan nog altijd polders. Hoewel het de beste landbouwgronden zijn van ons land, hebben ze het nadeel dat ze heel laag gelegen zijn. Als er geen dijken zouden zijn, zouden ze door het zeewater overspoeld worden. Maar die moeten dus gecontroleerd en onderhouden worden. De dramatische overstromingen op 1 februari 1953 leidden tot een totaal nieuwe wetgeving, de Polderwet. Sindsdien moet voor elke polder, een groep gespecialiseerde mensen zorgen , het Polderbestuur, voor de controle, het onderhoud en herstel van dijken, sluizen, pompgemalen, stuwen, én voor een regelmatige ruiming van de waterlopen. Algemeen zorgt een polderbestuur voor het op peil houden van het water. Daarbij gaat het dus niet enkel om het afvoeren van overtollig water uit de polder naar zee, maar ook om het bevloeien van de polder in droge perioden.

De Zwinpolder watert op een volledig natuurlijke manier af naar de Noordzee : overtollig water kan bij laag water via de sluis gewoon weglopen naar de Noordzee. Bij vloed worden de sluisdeuren gesloten om te beletten dat het zeewater het land binnenstroomt. De waterhuishouding zoals die eeuwenlang door het polderbestuur is in stand gehouden, heeft mee gezorgd voor het behoud en verdere ontwikkeling van de natuurwaarden van kreken, geulen, klei- en turfputten.

legende-ingedijkte-gebiedenOver slapersdijken …

De meeste polderbesturen zijn tot op vandaag eigenaar gebleven van de polderdijken die in de Middeleeuwen zijn aangelegd. Hoewel het materiaal van heel wat dijken die geen functie meer hadden geheel of gedeeltelijk over het omliggende land is verspreid, is de Zwinstreek nog steeds bijzonder rijk aan zogenoemde ‘slapersdijken’. Dat zijn vroegere zeedijken die nu geen zeewerende functie meer hebben, omdat hun functie door nieuw aangelegde dijken, verder naar zee, is overgenomen. Voorbeelden zijn de Hazegraspolderdijk en de Burkeldijk. Deze vroegere zeewerende dijken mogen nu ‘slapen’, maar behouden eigenlijk hun zeewerende functie voor het geval er iets zou gebeuren met de Internationale dijk. Slapersdijken hebben een grote cultuur-historische, landschappelijke, en recreatieve waarde. Bovendien zijn verschillende dijken door hun typische fauna en flora, van groot ecologisch belang. Een verantwoord beheer met aandacht voor al die verschillende waarden en belangen is een hele uitdaging voor de Polderbesturen. Zij trachten dit te realiseren in samenwerking met de provincie, de gemeente en andere betrokkenen.

Planten


rijk-begroeide-dijkFluitenkruid, boerenwormkruid, duizendblad en klavers zijn wegbermplanten die zich op de vochtige, voedselrijke bodem van dijken goed thuis voelen.

Fluitenkruid

Vanaf mei vormen de witte schermen van fluitenkruid met hun vele kleine bloempjes een echte bloemenzee die het begin van de zomer aankondigt. Insecten zijn er dol op.

duizendbladDuizendblad

Duizendblad ontleent zijn naam aan de sterk ingesneden bladeren. Deze plant vormt witte schermpjes en bloeit vanaf juni. Het is een kruid waaraan heel wat geneeskrachtige eigenschappen worden toegeschreven. Duizendblad heeft bloedstelpende eigenschappen en ook nu nog worden etherische oliën, gewonnen uit die plant, in de kruidengeneeskunde gebruikt.

Boerenwormkruid

In de late zomer bloeit het boerenwormkruid op de dijken. Deze plant vormt tuilen met gele bloemenkorfjes die doen denken aan jasknopen. Het is een forse plant met stevige stengels en bladeren. Vroeger werd hij als keukenkruid gebruikt, maar nog vaker als wormafdrijvend middel, vandaar ook de naam.

hazegrasdijkKlaver

De bekendste klaversoorten zijn de witte en de rode klaver. Omdat de klavers vrij laat bloeien – als de andere insectenbloeiers al zijn verdwenen – zijn deze planten een heel belangrijke nectarbron voor bijen.

Klavers zijn bovendien waardevolle gewassen. De bacteriën die in de knolletjes op de wortels van deze planten leven, zijn in staat om stikstof uit de lucht op te nemen en om te zetten in voedingsstoffen voor de klaver. In ruil voor deze ‘dienstverlening’ nemen de bacteriën suikers op die door de klaverplanten zijn gevormd. Het is dus een perfecte wisselwerking.

Precies voor dat stikstofbindende vermogen kweken boeren vaak klaver. Door die in de bodem onder te ploegen bemesten ze de grond. ‘Groenbemesting’ is dat. De zeldzame ‘klavertjes vier’ worden trouwens nog altijd als geluksbrengers beschouwd …

Brandnetel

Brandnetels groeien overal waar de bodem voedselrijk is. Veel mensen zijn hem om zijn prikkende eigenschap liever kwijt dan rijk, maar eigenlijk is de brandnetel een erg nuttige plant. Zo is hij een belangrijke voedselplant voor de rupsen van veel vlindersoorten. Ook voor de mens kan de brandnetel dienen als voedsel. Brandnetel kun je immers gewoon klaarmaken, zoals spinazie, of je kunt er soep van koken. Daarnaast heeft de plant verschillende geneeskrachtige eigenschappen. Aftreksels van brandnetel zouden bijvoorbeeld bloedzuiverend werken.

Dieren


biddende-torenvalkDe torenvalk kan blijven stil hangen in de lucht

De torenvalk is hier de meest voorkomende roofvogel in open landschap. Hij is hoofdzakelijk bruin gekleurd. Het mannetje, dat wat kleiner is dan het vrouwtje, heeft een grijze kop en staart. De torenvalk is een echte muizenvanger. Als hij een terrein wil afspeuren, gebruikt hij een opvallende vliegtechniek. Hij probeert klapwiekend en met gespreide staart ter plaatse in de lucht te blijven hangen en speurt de grond af naar insecten, wormen en muizen ─ hij ‘bidt’. Of hij vliegt, bij hevige wind, tegen de wind in met dezelfde snelheid als de wind. Ook dat is ‘bidden’ en je kunt het hem vooral zien doen boven dijken en wegbermen. Die vormen immers zijn favoriete jachtterrein, ook al zijn ze vlak bij de autosnelweg. Als de torenvalk een muis heeft ontdekt, duikt hij bijna loodrecht omlaag, de scherpe klauwen klaar om toe te slaan ... Spectaculair!

Roodborsttapuit

De roodborsttapuit is kleiner dan de mus. Hij is vrij gedrongen van gestalte, zit meestal rechtop en heeft een korte rechte staart. In de zomer is de onderzijde van het mannetje roodachtig tot helder oranje en heeft hij een zwarte kop.

Deze vogeltjes voelen zich het best in open tot halfopen terrein met wat struiken of hoog opschietende grassen en kruiden. Hun voedsel bestaat vooral uit insecten en andere kleine dieren. Die sporen ze op vanaf een uitkijkpost in hun woongebied. Hun nest bouwen ze, goed verborgen, op of net boven de grond.

De roodborsttapuit heeft een merkwaardige roep. Meestal klinkt het hard en luid van ’wiet-tak-tak’, een geluid dat doet denken aan twee stenen die tegen elkaar worden geslagen. De roodborsttapuiten die hier bij ons broeden, overwinteren in Zuid-West-Europa.

| inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.