headerbg bl

De polders - Akkers en weiden

Planten


tarweveldtarweTarwe

Als het graan in de herfst wordt gezaaid, overwintert het als een klein plantje. In de lente groeit de halm dan weer voluit; één wortel brengt meerdere halmen voort. In mei ontstaan de aren, die na enkele weken tot bloei komen. De wind verspreidt de stuifmeelkorrels uit de mannelijke bloempjes over het veld en die bestuiven de vrouwelijke bloempjes. Daarna vindt de bevruchting plaats en vormen er zich geleidelijk graankorrels. Als het graan in augustus rijp is, wordt het met een gigantische machine, de pikmaaidorser, geoogst. Die machine maait het graan, dorst het (maakt de korrels van de aren los), slaat de graankorrels op in een tank, en verwerkt het stro.zomergerst

De wintertarwe in Knokke-Heist is zacht en bijzonder meelrijk, en wordt vooral als veevoeder gebruikt.

Zomergerst

Dit graan wordt geteeld als runder- en varkensvoeder. Je kunt het heel gemakkelijk van tarwe onderscheiden. Zomergerst heeft immers lange, dunne en sierlijke kafnaalden die boven de aar uitsteken, terwijl tarwe maar heel korte kafnaaldjes heeft.

Vezelvlas

Vezelvlas wordt in maart gezaaid. Tegen juni tooien de vele frêle bloempjes de ‘vlasschaards’ in het blauw. Half augustus wordt het vlas gemaaid en dan blijft het enkele weken op de akkers liggen drogen. Begin augustus wordt het in balen geperst. Van vezelvlas worden linnen en houtvezelplaten gemaakt. Het zaad, lijnzaad, wordt als zaaigoed of veevoeder gebruikt. Of er wordt lijnolie uit gewonnen.

bietenhoopsuikerbietUi

De ui hoort thuis in de familie van de lelieachtigen. Het is een heel oud gewas dat eigenlijk uit Iran komt en dat al bij de Egyptenaren bekend was. Uien groeien in de zware poldergrond uit tot stevige bolgewassen van prima kwaliteit. De uien worden geoogst van half augustus tot half september. De uien die in Knokke-Heist worden geteeld, worden vooral uitgevoerd naar Nederland.

Suikerbiet

Samen met wintertarwe nemen voeder- en suikerbieten een derde in van de volledige oppervlakte landbouwgrond in Knokke-Heist. Daarbij is de suikerbiet financieel gezien de belangrijkste teelt. Suikerbieten worden eind maart gezaaid en ze kunnen vanaf september worden gerooid. Dan worden ze naar de suikerfabriek gevoerd, waar ze in stukken worden gehakt en tot pulp geperst. Die pulp wordt gebruikt als veevoeder. Het sap wordt verwerkt, geraffineerd en gebleekt om er suiker van te maken. Suikerbiet zorgt voor ongeveer veertig procent van alle suiker in de wereld. De plant wordt vooral verbouwd in gebieden met een gematigd klimaat, zoals ons land.

fazantenhenAardappelen

Deze plant stamt uit het Andesgebergte. De knollen worden al duizenden jaren door de indianen als voedsel gebruikt. Na de ontdekking van Amerika, kwam de aardappel ook in Europa terecht. In het begin werd hij enkel als siergewas en geneeskrachtig kruid geteeld, maar later ook als voedsel, vooral omdat er veel vitamine C in zit.

Een vijfde van het akkerland in Knokke-Heist wordt gebruikt voor de aardappelteelt. Het grootste deel van de aardappelen die hier worden gekweekt, gaat naar Nederland, waar het tot chips wordt verwerkt. Een ander deel dient als frietaardappelen en kookaardappelen.

Boomgaarden met zoete kersen

In Knokke-Heist vind je verschillende grote boomgaarden met kersen. In het voorjaar zijn de bomen getooid met een overweldigende bloemenpracht. Als het weer in die periode zacht en droog blijft, zorgen bijen en hommels voor een goede bestuiving en mogen de telers een rijke oogst verwachten. Maar sommige jaren valt de bloeitijd net samen met een heel regenachtige periode, of zorgen enkele dagen met hevige vorst voor veel schade.

Enkele weken nadat de bloemen uitgebloeid zijn, verschijnen de kersen – eerst nog klein en onopvallend groen. Later in de zomer kleuren ze rood tot dieprood en kunnen ze geplukt worden.

Dieren


boerenzwaluwen-op-nestBoerenzwaluw

trekroute-boerzwaluwBoerenzwaluwen zijn de meest voorkomende zwaluwen in ons land. Ze zijn vooral bekend om hun jaarlijkse trektocht. Bij ons brengen ze de zomermaanden door en ze brengen hier ook hun jongen groot, maar vanaf augustus trekken ze alweer weg naar Afrika om daar te overwinteren. De afstand België – Zuid-Afrika en terug is ongeveer 18.000 km! Onvoorstelbaar hoe zo’n kleine vogel het klaarspeelt om die te overbruggen.

De eerste zwaluwen zoeken hun vertrouwde broedplaats weer op in maart, maar de meeste komen pas in april terug. Tijdens de trektocht lopen de zwaluwen heel wat gevaar. Slechte weersomstandigheden, zoals regen of zandstormen, kunnen de vogels uitputten en fataal worden. Ze kunnen ten prooi vallen aan roofvogels als ze de Middellandse Zee oversteken. Of ze kunnen het slachtoffer worden van jagers in Spanje of Frankrijk, die hen opwachten bij hun slaapplaatsen of wanneer ze in grote concentraties bergpassen oversteken.

Boerenzwaluwen nestelen het liefst in een landelijke omgeving met stallen en boerderijen. De aanwezigheid van koeien en paarden is voor hen immers erg belangrijk, omdat die dieren allerlei vliegende insecten aantrekken, waar de zwaluwen met een ongelooflijke behendigheid jacht op maken. Schaalvergroting in de landbouw, het afsluiten van stallen en de strengere hygiënische normen zijn mogelijke redenen voor de achteruitgang van de boerenzwaluw. De gemeente Knokke-Heist voert een campagne om het aantal bewoonde zwaluwnesten te behouden. In 2003 bevonden zich hier al 25 kleine en grote kolonies boerenzwaluwen die van die ondersteuning genoten.

Spreeuw

Spreeuwen zijn sociale, praatzieke en levenslustige vogels die zich in de herfst en de winter in grote groepen verzamelen en dan enorme ‘spreeuwenwolken’ vormen. Deze vogels kunnen heel nuttig zijn, omdat ze veel insecten eten, die voor land- en bosbouw schadelijk zijn. Maar ze kunnen bij fruitkwekers ook heel wat schade aanrichten, omdat ze verzot zijn op vruchten.

fazantenhaanFazant

De fazant is hier lang geleden ingevoerd door de mens. Oorspronkelijk komt hij uit Azië. Er is een groot verschil tussen het mannetje en het vrouwtje. Het mannetje valt vooral op door zijn felle kleuren en zijn lange staart. Het vrouwtje daarentegen heeft een onopvallend geelbruin verenkleed en een kortere staart. Dat camouflagekleed is voor haar van levensbelang als ze stil op de grond zit te broeden.

Als een fazantennest in gevaar is, doet de hen alsof ze gewond is en leidt zo de vijand af. Ze rent namelijk met een slepende vleugel van het nest vandaan. Ook als de jongen nog klein zijn, doet ze dat. Die sluipen dan stilletjes uit het nest en verschuilen zich onopvallend in de struiken, waar ze doodstil blijven zitten. Hun kleur steekt nauwelijks af tegen de achtergrond.

Patrijs

De patrijs is eigenlijk een vogel die thuishoort in het oude, kleinschalige landbouwgebied met een lappendeken van velden, akkers en heggen. In de uitgestrekte graanakkers van nu voelt hij zich minder thuis. Hij beweegt zich nerveus en waakzaam door de velden, waarbij hij geregeld even stilhoudt om zijn kop op te steken en rond te kijken naar eventuele belagers. Bij gevaar drukt hij zich tegen de grond of loopt hij snel weg. Patrijzen maken zich zelden vliegend uit de voeten.

Er is weinig verschil tussen het mannetje en het vrouwtje. De hoofdkleur is bruin met dwarse strepen. Patrijzen maken hun nest op de grond, goed verscholen in het struikgewas. Meestal leggen ze tien à twintig eieren. Buiten de broedtijd trekken ze rond in kleine groepen.

kerkuilKerkuil

De kerkuil is ongeveer 30 cm groot en heeft een vleugelspanwijdte van bijna 1 m. De bovenzijde van zijn verenkleed is goudbruin tot leigrijs met witte spikkels. De onderzijde varieert van roestbruin tot wit. De kerkuil heeft een heel typisch hartvormig wit gezicht, waarin de donkere ogen recht naar voor kijken. Dat vlakke gezicht dient trouwens als een soort versterker, een beetje te vergelijken met een schotelantenne. De kerkuil is met zijn perfect gehoor, met zijn uitzonderlijk gezichtsvermogen en de geluidloze vlucht, een doeltreffende nachtelijke jager. Hij voedt zich met kleine prooien : spitsmuizen, bosmuizen, woelmuizen, en soms ook wel eens een vogel.

Vroeger was de kerkuil vrij talrijk aanwezig in het kleinschalige boerenlandschap met knotwilgenrijen, houtwallen, weilanden en akkers. Door schaalvergroting, nieuwe landbouwmethoden, het hermetisch afsluiten van kerktorens en andere gebouwen om verwilderde duiven te weren, … gaat het tegenwoordig niet zo goed meer met de kerkuil. Ook het verkeer eist zijn tol. Kerkuilen jagen immers graag langs de muizenrijke wegbermen en worden dan tijdens het laag overvliegen van de rijweg door het verkeer gegrepen.

Het beschermen van de resterende broedplaatsen en het inrichten van nieuwe door het plaatsen van nestkasten, is een van de hoofddoelstellingen van de ‘kerkuilenwerkgroep’. In Knokke-Heist broeden er nog een 4-tal paartjes kerkuilen.

gruttoDe grutto is een echte weidevogel

De grutto is ongetwijfeld een van de grootste en mooiste steltlopers van Europa. Steltlopers of waadvogels hebben fijne, lange poten, waarmee ze door het water lopen. Hun snavels variëren van kort tot heel lang en ze kunnen recht zijn, omlaag of omhoog gebogen. De grutto staat meestal met zijn lichaam voorovergebogen en met zijn snavel bijna tussen zijn tenen. Hij broedt bij voorkeur in natte weilanden. Dat maakt hem wel bijzonder kwetsbaar, want hij wordt gemakkelijk verrast door plotselinge overstromingen.

Deze vogel heeft een opmerkelijk voortplantingsgedrag. Het mannetje vliegt tot wel vijftig meter hoog, cirkelt dan met uitgespreide staart en langzame vleugelslagen boven zijn nestgebied en slaakt luide kreten. Als hij neerstrijkt, houdt hij zijn vleugels opgeheven en zijn staart gespreid zodat de witte tekening duidelijk zichtbaar is.

blauwe-kiekendief

De bruine kiekendief houdt van een strikte taakverdeling

Kiekendieven vliegen meestal laag over de grond. Ze hebben lange, smalle vleugels en een lange staart. Ze zijn ongeveer even groot als een buizerd. De grootste en de zwaarste kiekendief is wel de bruine kiekendief. Het mannetje heeft grijze vleugels, een roodbruin lichaam en zwarte vleugeltoppen. Het vrouwtje is donkerbruin en heeft een lichtgele kop.

De bruine kiekendief jaagt vooral op muizen, jongen van watervogels en andere kleine prooien. Bij een koppeltje bruine kiekendieven zijn er duidelijke afspraken over de taakverdeling. Het nest bouwt het vrouwtje soms alleen, soms doen het mannetje en het vrouwtje dat samen. Maar verder heeft elke partner zijn taak. Zo zal het vrouwtje de eieren uitbroeden en de jongen voederen, terwijl het mannetje voedsel zoekt.

Die taakverdeling is zo strikt dat, als het vrouwtje sterft, de jongen geen voedsel meer krijgen en doodgaan. Het mannetje haalt wel voedsel, maar hij maakt het niet kleiner en verdeelt het niet onder de jongen.

De veldleeuwerik zingt vanaf grote hoogte

De veldleeuwerik is de typische leeuwerik van het boerenland, de heide en de schorrengebieden. Als hij vliegt, vallen vooral zijn korte hoekige staart en de witte rand aan zijn vleugels op. Qua grootte houdt hij ongeveer het midden tussen een spreeuw en een lijster. Het aantal veldleeuweriken is de laatste jaren over het algemeen sterk verminderd. Maar in de Zwinstreek houdt hij gelukkig vrij goed stand.

veldleeuwerik

De veldleeuwerik vertoont een heel merkwaardig gedrag. Hij stijgt hoog in de lucht waar hij ‘biddend’, dus terwijl hij ter plaatse blijft hangen, uit volle borst zingt. Zo bakent hij zijn leefgebied af. Soms stijgt hij zo hoog dat je hem wel hoort, maar lang de lucht moet afzoeken voor je hem vindt.

Na een tijdje volgt een schouwspel dat je zeker al eens hebt gezien. Als de veldleeuwerik een tijdje gezongen heeft, wordt hij plots stil en laat zich als een steen naar beneden vallen. Je denkt dat hij te pletter valt, maar nee, vlak boven de grond remt hij opeens af en maakt een zachte landing.

ooievaars-in-hooilandDe buizerd is een perfecte zwever

De buizerd zit vaak urenlang op de uitkijk in een boom of op een weidepaal. Als hij een prooi heeft ontdekt, zeilt hij snel naar beneden en probeert hem in een korte, overrompelende beweging te grijpen. Zijn favoriete hapjes zijn muizen, maar hij lust ook vogels, kleine zoogdieren, kikkers en zelfs aas.

Hij komt vooral voor in landelijk gebied, bij bossen, weilanden en akkers. Als het zonnig is, kan hij lange tijd met wijd gespreide vleugels op de opstijgende warme lucht rondcirkelen, terwijl hij het terrein afspeurt. Tijdens zijn zweefvlucht roept hij voortdurend ‘pie-joew’, een roep die wel eens doet denken aan het gekrijs van meeuwen. De kleuren van de buizerd variëren, vooral aan de onderzijde, van bijna wit tot bruin-en-witgevlekt.

Ook de ooievaar houdt van zweven

ooievaar-thermodynamicaDe ooievaar is een opvallende verschijning in het polderlandschap. Vaak kun je ooievaars in groepjes voedsel zien zoeken in de weilanden. Ze stappen er parmantig door het gras, terwijl ze voortdurend scherp uitkijken naar alles wat kruipt of springt. In een flits happen ze toe en zo vangen ze heel wat verschillende prooidieren, zoals regenwormen, muizen, kevers en sprinkhanen. Ook zie je ze soms in het tractorspoor achter een ploegende boer stappen om allerlei kleine dieren die naar boven gekomen zijn, op te pikken.

Bij mooi en zonnig weer maken ze, zoals een zweefvliegtuig, gebruik van thermiek. Door de zon warmt de bodem op en daardoor ook de luchtlaag die er net boven hangt. Warme lucht is licht en stijgt. Ooievaars gebruiken zulke opstijgende luchtlagen om zich op hun brede, lange vleugels moeiteloos naar boven te laten zweven. Om in de ‘luchtbel’ te blijven, cirkelen ze in het rond. Zo kunnen ze wel achthonderd meter stijgen. Dan verlaten ze de bel en zweven zachtjes naar omlaag, tot ze een andere warme luchtlaag vinden. Op die manier kunnen ze honderden kilometers afleggen zonder al te veel moeite.

vliegende-ooievaarDe ooievaars die je in Knokke-Heist ziet, maken deel uit van een vrij levende kolonie in het Zwin, die graaf Leon Lippens in de jaren zestig opstartte. In het vogelpark vind je een twintigtal nesten. De meeste zijn gebouwd in de toppen van de zeedennen, maar er zijn er ook een paar op het dak en de schoorstenen van de koninklijke villa. Vanaf eind februari nemen de ooievaars hun nesten weer in. Ze bouwen en verbouwen wat en leggen eind maart een vijftal eieren. Na een maand komen die uit en twee maanden later beginnen de jongen hun vlieglessen, zodat ze goed geoefend zijn om half augustus mee op de trek te kunnen gaan.

Ganzen zijn niet overal even welkom

De polders aan de oostkust staan bekend om de grote groepen ganzen die er overwinteren. Voor sommige soorten wilde ganzen zijn de kustpolders van levensbelang. Daarom worden ze er beschermd.

De ganzen voeden zich op de akkers met restjes van aardappelen en bieten. Maar ze eten ook wintertarwe. En dat kan heel wat schade veroorzaken, niet alleen omdat ze jonge gewassen opeten, maar ook omdat ze veel plantjes vertrappelen. Die proberen zich telkens weer te herstellen, maar als ze twee keer zijn afgegeten, verliezen ze hun weerstand tegen vorst.

rotgansOok in Knokke-Heist pleisteren er ’s winters verschillende soorten ganzen op akkers en weiden. De laatste jaren zie je meer en meer verwilderde ganzen die bij privé-kwekers ontsnapt zijn, kleine groepjes hebben gevormd en zich in de natuur hebben voortgeplant. Vaak gaat het om soorten die hier niet thuishoren. Ze veroorzaken niet alleen schade aan de jonge gewassen op de akkers, maar vormen door hun dominante, agressieve gedrag ook een bedreiging voor talrijke inheemse vogelsoorten.

Over wilde, verwilderde en exotische ganzen

Er zijn drie groepen ganzen: de wilde, inheemse trekvogels, de inheemse soorten waarvan zowel wilde als ‘verwilderde’ exemplaren voorkomen, en de uitheemse verwilderde soorten, ook wel ‘exoten’ genoemd. ‘Verwilderde’ ganzen zijn gekweekte vogels die gewild of ongewild zijn vrijgelaten en die in de vrije natuur leven. Meestal blijven ze wel in een bepaald gebied.

rietganzenkolgans-rietganskleine-rietgansDe rietgans
Tot de eerste groep behoren de rietganzen. In het najaar trekken deze vogels vanuit hun broedgebieden bij de Noordelijke IJszee naar onze streken. Voor de kleine rietgans, die van Spitsbergen, een eiland ten noorden van Scandinavië, komt, zijn de polders aan de oostkust van levensbelang. Bijna de hele populatie – veertigduizend vogels! – komt hier overwinteren. De gewone rietgans komt alleen in kleinere groepjes naar hier.


Kolgans
Een andere soort uit het hoge noorden is de kolgans. Zowat dertigduizend vogels van die soort verblijven ’s winters in onze polders. Typisch voor de volwassen vogels zijn de witte band aan de snavelbasis en de zwarte strepen op de buik. In de winter overnachten duizenden kolganzen op de plassen in het veilige Zwin, buiten het bereik van de vossen.


grauwe-gansDe grauwe gans
De grauwe gans verblijft het hele jaar door in onze polders. Grauwe ganzen zijn nazaten van een groep ganzen die in de jaren zestig door graaf Leon Lippens in het Zwin werd uitgezet. Die ganzen vermengden zich met wilde grauwe ganzen die ’s winters hier in de streek komen pleisteren. Het gaat dus om een ganzensoort waarvan zowel verwilderde exemplaren opduiken als wilde, inheemse individuen.

brandgans

De brandgans
Een ander voorbeeld van zo’n soort is de brandgans. In heel strenge winters trekt deze soort vanuit de Scandinavische broedgebieden naar onze streken. Gewoonlijk overwintert ze op de waddeneilanden of hooguit in Zeeland. Maar er zwerft ook een groep van enkele honderden verwilderde brandganzen rond, die soms midden in de zomer in de polders en het Zwin neerstrijkt.

nijlgans

magelhaenganscanadese-gansDe exoten
De Canadese gans is dan weer een ander geval. Deze exotische soort is vrij populair bij liefhebbers van watervogels. Doordat deze vogels soms ontsnapten, is er de laatste jaren een grote toename van de soort. Ook de Afrikaanse nijlgans, de Zuid-Amerikaanse Magelhaengans en de Indische strepengans komen meer en meer voor. In overleg met de Vlaamse Overheid zoeken natuurbeschermers, boeren, jagers en gemeentebesturen oplossingen om het probleem van verwilderde ganzen in te dijken.

blauw-witRunderen

Het vee in Knokke-Heist behoort tot de wereldtop. Er worden drie belangrijke runderrassen gehouden. Het Wit-Blauw van België is een ras dat zozeer op vleesproductie is gericht dat de kalfjes bij de geboorte al te zwaar zijn om gewoon te worden geboren. Ze worden sowieso met een keizersnede ter wereld gebracht. Limousin is ook een vleesras, maar deze dieren zijn minder zwaar en ze kalven daardoor gemakkelijker. En dan is er nog het Hollands Zwartbont-Holstein, een melkras. De runderen worden gevoederd met weidegras, wintertarwe, gerst, maïs, voederbieten en bietenpulp.

Paarden, varkens en schapen

Op de weiden lopen er ook paarden, die voornamelijk voor de maneges worden gehouden. Hun voeding bestaat uit weidegras, haver en voederbieten. In Knokke-Heist worden, in vergelijking met de omliggende gemeenten, maar weinig varkens gehouden. Ze krijgen een menu van gekookte aardappelen, tarwe en krachtvoeder. Er zijn wel nogal wat schapen. Vooral de kruising van Texel met Bleu de Maine komt voor. Die schapen worden gekweekt voor het vlees en de vraag ernaar stijgt nog altijd omdat schapenvlees meer en meer in trek is. In de zomer is weidegras het voornaamste voedsel voor de schapen, en in de winter staan maïs en hooi op het menu.

limousin

Pluimvee

kipIn Knokke-Heist worden er maar weinig kippen gekweekt. Natuurlijk lopen er wel heel wat rond bij mensen thuis. En die hebben de laatste jaren voor hun kippen, watervogels en ander pluimvee gesloten rennen moeten maken, omdat de streek meer en meer onveilig gemaakt wordt door vossen.

schapenEn de vos preekt de passie … ook in Knokke-Heist

Vossen kun je terecht ‘cultuurvolgers’ noemen. Ook in Knokke-Heist duiken ze de laatste jaren steeds meer op en ze worden hoe langer hoe stoutmoediger. Soms kun je ze zelfs bij klaarlichte dag in de buurt van huizen zien. In natuurgebieden met veel grondbroeders ─ vogels die laag bij de grond broeden ─, zoals steltlopers, eenden en meeuwen in het Zwin, vormen de vossen een groot probleem. Natuurlijke barrières, zoals diepe watergrachten, kunnen op langere termijn helpen.

Een jaar uit het leven van de vos


’s Winters is het ‘ranstijd’ (paartijd): onder luid geblaf en gekef vormen zich paartjes voor het nieuwe voortplantingsseizoen. De rekel,(het mannetje) volgt het moertje (het vrouwtje) wekenlang, tot ze tot paren bereid is.

limousins

De vossen graven zelf een hol of gebruiken een deel van een bestaande konijnenburcht. In de vroege lente worden de jongen geboren. De rekel helpt bij het grootbrengen van zijn jongen en draagt voor het moertje en de jongen prooidieren naar het hol.

Na twee maanden verkennen de jonge vossen de omgeving buiten het hol. Tijdens hun spelletjes leren ze allerlei gedragsregels om later te kunnen overleven. Tegen het eind van de herfst verjagen de ouders hun jongen. Die moeten dan zelf een nieuw woongebied zoeken.

| inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.