headerbg bl

Het stadsgebied - Begraafplaatsen

Planten


kerkhofbeuk-bloem-vrucht-nootjeIn tegenstelling tot vroeger worden begraafplaatsen nu ook meer als park aangelegd. Die plaatsen hebben een heel aparte sfeer. Je vindt er rust en stilte. Knerpende paadjes, ruisende bomen en de geur van vochtige, bemoste muren. Grafzerken en -monumenten die herinneringen zwijgzaam en tijdloos vorm geven. Daar waar het tijdelijke overgaat in het eeuwige, zorgt de natuur voor een gepast kader …

Ook beuken hebben soms last van zonnebrand

Naast de eik is de beuk bij ons de bekendste loofboomsoort. In het bos zijn de stammen hoog opgericht en recht. Vrijstaande beuken echter blijven meestal kort en krijgen een brede kroon. De beuk heeft een dunne, gladde en grijze schors en een dicht bladerdak en geeft dus veel schaduw. Daarom wordt hij vaak aangeplant in dreven en lanen, in parken en op begraafplaatsen. Omdat de schors dun is, is ze vrij gevoelig voor te sterk direct zonlicht en soms kan dan ‘zonnebrand’ optreden. De schors droogt uit en barst, waardoor ze de boom niet meer kan beschermen. Misschien houdt de beuk daarom als bescherming nog lange tijd de afgestorven, dorre bladeren aan zijn takken hangen.

Bladmossen, korstmossen

steenkorstmosBladmossen zijn vrij primitieve planten. Ze vormen geen bloemen of zaden, maar planten zich vooral voort door sporen. De wortel, de stengel en de bladeren zijn eenvoudig van bouw. Daarom moeten mossen water en bouwstoffen uit de neerslag en uit de lucht opnemen. De meeste mossoorten blijven dan ook klein en groeien meestal op vochtige en schaduwrijke plaatsen.

Een korstmos, zoals het oranje steenkorstmos, is eigenlijk een ‘koppeltje’ – een zwam en een wier die samenleven. Het grootste deel van een korstmos bestaat uit een netwerk van zwamdraden, die de wiercellen omgeven of er zelfs met speciale zuigdraden in binnendringen. De zwam biedt het wier bescherming tegen uitdroging en temperatuurschommelingen, en zorgt ook voor de opname van mineralen en water uit de lucht en de neerslag. Het wier zorgt voor de voeding. Het zet via fotosynthese koolzuurgas en water om in suikers, waarvan de zwam dan weer gebruik kan maken. Maar met het blote oog zie je het onderscheid tussen zwam en wier niet en is het korstmos gewoon een mooi geheel.

Veel korstmossen kunnen slechts kleine hoeveelheden toxische stoffen verdragen. Vanaf een bepaalde luchtvervuiling gaan ze dood. Die korstmossen zijn echte ‘indicatoren’ voor vervuiling. Als ze verdwijnen, is het duidelijk dat er een heel ernstig probleem is met de luchtkwaliteit …

Muurleeuwenbek

Dit aardig plantje heeft kleine, lichtpaarse bloemen, klimopachtige, vlezige blaadjes en dunne draadvormige stengels die kruipen of hangen. De stengels vormen op regelmatige afstanden kleine wortels die zich verankeren in de voegen tussen de stenen.

Dieren


vleermuisVleermuizen kijken met hun oren

Dit zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Hun vleugels bestaan uit een vlieghuid, die tussen de zeer lange vingers, de achterpoten en de staart zit gespannen. Vleermuizen zijn enkel ’s nachts of in de schemering actief. De op het eerste gezicht onverklaarbare, roekeloze en toch feilloze fladdervlucht heeft vleermuizen een kwalijke reputatie gegeven. Zulke halsbrekende toeren kun je immers alleen maar uithalen als je over duistere machten beschikt en handlanger bent van heksen en andere kwade geesten … Veel vleermuizen eindigden vroeger hun leven vastgenageld aan de schuurpoort om de kwade hand van het erf te verjagen. Nu weten we wel beter. Vleermuizen beschikken over een uniek ‘sonar’systeem. Ze stoten ultrasone geluiden uit – geluiden die boven onze gehoorgrens liggen. De geluidsgolven weerkaatsen op muren, takken, vliegende insecten, struiken, auto’s … en worden weer opgevangen door de grote oren. Zo ‘horen’ vleermuizen een perfect driedimensionaal beeld van hun omgeving. Ze vliegen nergens tegen én slagen er zelfs in om in de duisternis muggen en motten te vangen. Vleermuizen zullen dus nooit per ongeluk in iemands haar vliegen en er hopeloos in verward raken, zoals het fabeltje de ronde doet.

Overdag rusten ze in kleine holle ruimten. Begraafplaatsen hebben meestal een ruim aanbod van dergelijke woonplaatsen. Al onze inheemse vleermuizen leven van insecten. Omdat die hier ‘s winters niet te vinden zijn, zoeken ze in de late herfst grotten, zolders, bunkers of boomholten op om er in een diepe slaap te overwinteren.

Rosse-woelmuisDe rosse woelmuis plant zich razendsnel voort

De rosse woelmuis is een van de meest voorkomende woelmuizen in onze streken. Dit vinnige beestje heeft kleine ogen en oren, een korte staart en een gedrongen lichaam. Het leeft bij voorkeur in een dichtbegroeide bodemlaag in loofbossen en tuinen. Het menu van de rosse woelmuis bestaat uit zaden, vruchten, bessen, noten, wortels, groene planten en paddestoelen. Daar waar er te weinig lage begroeiing is, gaan ze dag en nacht op zoek naar voedsel via een netwerk van tunneltjes tussen de planten of onder de grond. Het wijfje werpt tussen april en september een vijftal nesten van elk zo'n drie tot zeven jongen. De draagtijd duurt twintig dagen. Na ruim twee weken verlaten de jongen het nest en na een maand zijn ze al zelfstandig en rijp voor de voortplanting. Dat verklaart waarom de rosse woelmuis plots zo explosief in aantal kan toenemen.

| inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.