headerbg bl

De kust - Duinen en zwinbosjes

Planten


kruipwilg-duizend_guldenkruid-duindoorn-duinsterrentjesmosEen lappendeken van planten

Een heleboel factoren zorgen ervoor dat je in de duinen een lappendeken van planten ziet: de wisselwerking tussen planten, bodem en stuifzand, de activiteit van konijnen, de overgang tussen droog en nat en zout en zoet, de blootstelling aan de zon, het kalkgehalte …

Op de zuidelijke en zuidwestelijke hellingen groeit vaak duinsterretjesmos. Het vormt grote groene plekken en helpt het zand vast te houden. Op plaatsen waar humusrijke bodem door kalkrijk zand is ondergestoven, zijn vooral kruipwilg en dauwbraam van de partij. En daar waar de bodem weer is losgewoeld, vind je teunisbloem, vaak samen met slangenkruid.

heggerank-met-bloemenDuinstruweel of struikgewas

Een houtige plant die in kalkrijke zandbodem goed kan groeien, is de duindoorn. Een dun viltlaagje op de bladeren zorgt ervoor dat deze plant niet snel uitdroogt. De duindoorn is ‘tweehuizig’. Dat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke struiken zijn. Aan de vrouwelijke struiken groeien in de herfst de typische oranje bessen die zeer rijk zijn aan vitamine c. Bessenetende vogels zijn er dol op.

De wortels van duindoorn vormen ondergrondse uitlopers. Knolletjesbacteriën vestigen zich erop, waardoor daar kleine knolvormige uitstulpingen ontstaan. Wat planten niet kunnen, namelijk stikstof uit de lucht halen, kunnen de knolletjesbacteriën wel. En aangezien de bacteriën samenleven met de duindoorn, kan die toch ook op erg stikstofarme bodem goed groeien. Omdat er voortdurend stikstof uit de lucht wordt gehaald, wordt de bodem geleidelijk stikstofrijker, waardoor er zich ook spontaan talrijke vlierstruiken en brandnetels gaan vestigen. De vlierbessen zijn nuttig als voedsel voor vogels.

duinsterretjesmosDe duindoorn- en vlierstruiken zijn soms behangen met heggenrank. Deze tweehuizige plant groeit spectaculair snel en kan struiken en bomen volledig overwoekeren. Hij heeft groenwitte bloemen en giftige bessen. In de lage kruidlaag vind je dan weer hondstong, kale jonker, watermunt en grote brandnetel.

In zo’n ondoordringbaar duinstruweel, zoals in de Zwinnebosjes, voelen veel vogels zich thuis. De nachtegaal bijvoorbeeld kun je er in mei voor zonsopgang op talrijke ‘zangposten’ vurig horen zingen.

Duingrasland en bos

In de Zwinnebosjes gaat het duinstruweel verder landinwaarts gedeeltelijk over in een soortenrijk duingrasland. Daar vind je gedrongen planten met kleine bloempjes en korte stengels, zoals wilde tijm, ruw vergeet-mij-nietje en duinreigersbek. Andere delen gaan over in bos met ruwe berk, zomereik en gewone esdoorn. In vergelijking met het meer open duingebied ligt zo’n bos aan de binnenduinrand meer beschut. De bodem is er ouder en dus meer ontkalkt. Naast de boomsoorten die er van nature voorkomen, zijn er ook heel wat aangeplant, zoals de witte abeel, de populier, en verschillende soorten dennen, waaronder de zeeden.

Duinvalleien

Een eind voor de oude ‘zeereep’, de duinenrij langs het strand, vormt zich soms een jonge duinenrij. Het tussenliggende stukje strand wordt dan een duinvallei. Duintoppen en -pannen ontstaan ook op andere manieren, zoals door het uitstuiven van zand op plaatsen waar de beschuttende begroeiing om de een of andere reden verdween.

rietorchisheggenrank-rietorchis-zeedenSoms gaat dat ‘uitstuiven’ door tot op het niveau van het grondwater. In perioden van uitzonderlijke droogte kan het zelfs tot onder de normale grondwaterdiepte gaan. Uiteindelijk stopt het uitstuiven daar waar het zand te nat is om nog te worden weggeblazen. In zulke vochtige duinpannen weeft zandzegge het zand met zijn lange, zich vertakkende wortelstokken vast. Geleidelijk vestigt zich daar een bijzondere plantengroei met onder andere duizendguldenkruid en rietorchis.

Van weidende koeien tot wandelende toeristen

Tot aan het begin van de twintigste eeuw lieten de mensen koeien en paarden weiden in de duinen en dat zorgde voor beweging en verandering in het duinlandschap. Doordat die dieren er rondliepen en graasden werd de plantengroei op sommige plaatsen zo beschadigd dat de wind weer vrij spel kreeg en er stuifzandplekken ontstonden. Het duinvormingsproces begon dan weer van voren af aan …

In de duingebieden in Knokke-Heist is er nu nog maar weinig dynamiek. Alleen in de niet afgesloten duinen langs het strand, waar wandelaars het zand en de begroeiing telkens weer loswoelen, kan het duinvormingsproces op kleine schaal zijn gang gaan.

Dieren


konijnKonijn

Konijnen voelen zich het best thuis in zanderig, heuvelachtig terrein, dus zeker in de duinen. Het zijn sociale dieren die in groepen leven die uit verschillende families bestaan. Overdag slapen ze meestal in hun zelf gegraven gangenstelsel. In de schemering en ’s nachts komen ze uit hun hol te voorschijn en gaan op zoek naar eiwitrijke en licht verteerbare plantendelen, zoals scheuten en wortels van grassen en kruiden, en jonge twijgen van struiken. De kort afgegraasde grasveldjes in de duinen worden door de kustbewoners ‘keuneweiden’ genoemd.

lijstersmidseKonijnen doorkruisen hun woongebied via vaste paadjes, de zogenaamde 'wissels'. De meest opvallende tekenen van hun aanwezigheid zijn de hoopjes keutels, op vaste 'toiletplaatsen’ in de buurt van hun hol. Soms vind je in die hoopjes zowel donkere als lichte keutels. Dat heeft te maken met de eetgewoonten van konijnen. Plantenmateriaal verteert moeilijk en na een eerste passage door het lange darmkanaal is nog lang niet alle voedsel verteerd. De afbraak van de moeilijk verteerbare cellulose gebeurt bij konijnen met de hulp van bacteriën in de grote blindedarm. De ruwe vezel wordt daar in opneembare stoffen omgezet. In de dikke darm en endeldarm worden echter bijna geen voedingstoffen opgenomen. Zo zouden er dus een hoop voedingsstoffen verloren gaan. Daarom eet een konijn zijn keutels meteen weer op. Als dat materiaal nóg eens door het spijsverteringsstelsel is gepasseerd, zijn alle voedingsstoffen eruit opgenomen. Wat dan nog overblijft als konijnenkeutel, is veel lichter van kleur.

zanglijsterZanglijster mét smidse

In de oudere, begroeide duinen broeden veel zangvogels in de dichte duindoornstruiken, zoals nachtegalen, zanglijsters, winterkoninkjes en braamsluipers. Ze vinden er immers een overvloed aan insecten, wormen en huisjesslakken. Om de sappige slak uit het harde slakkenhuisje te bemachtigen, maken zanglijsters gebruik van een handige truc. Ze zoeken een steen en slaan het slakkenhuisje ertegen stuk. Meestal maken ze een hele tijd gebruik van dezelfde steen, zodat het daar na een tijdje vol slakkenhuisbrokken ligt. Zo'n plek wordt ‘lijstersmidse’ genoemd. De lijster gaat er immers tekeer als een smid op zijn aambeeld.

De bergeend leeft niet in de bergen

Bergeenden zijn vrij grote, opvallend gekleurde watervogels die typisch zijn voor de kust en die je het hele jaar door in het Zwin kunt zien. Daarom is de bergeend ook het symbooldier van dit natuurgebied. In de lente vind je ze in het duingebied, waar ze hun nest verbergen in een konijnenpijp, vandaar hun naam. Daarom ook heeft het vrouwtje geen schutkleur zoals bij andere eendensoorten waar het vrouwtje in het open veld broedt.

Na een broedtijd van een maand komen de jongen uit het ei. Ze gaan meteen met hun ouders het water op. Bergeenden zoeken hun voedsel in ondiepe plassen op het slik. Met hun zeefsnavel vangen ze wadslakjes, maar ook wormen en schelpdieren.

bergeenden-bij-nestholEen fraaie maar roofzuchtige verschijning: de zandloopkever

In de duinen kom je heel wat soorten insecten tegen. Een fraaie verschijning is de zandloopkever. Hij heeft lange poten waarmee hij zeer snel kan rennen. En hoewel hij van de zon houdt, gaat hij, als het zand heel heet is, hoog op zijn poten staan om er minder last van te hebben.

Als hij gestoord wordt, vliegt hij zoemend op om een beetje verder weer op de grond neer te komen. Rennend of vliegend overrompelt hij prooien, zoals vliegen en andere insecten. Hij grijpt die met zijn opvallend lang getande kaken vast.

Ook de larve van de zandloopkever is een geduchte jager. Hij maakt een kuiltje in het zand en verbergt zich onderaan in een gang. Insecten die in het holletje vallen, overmeestert hij en zuigt hij leeg.

De heidevlinder is dol op de duinen

Op een warme dag in augustus kun je in de buitenste duinen de heidevlinder tegenkomen. Het reliëf van duinpannen en hellingen vormt voor deze vlinder immers een ideaal microklimaat. De mannetjes zijn grauwbruin, de vrouwtjes hebben oranje vlekken op de voorvleugels. Als ze zich neerzetten op de grond, klappen ze hun vleugels dicht. Omdat de onderkant van de vleugels een perfecte schutkleur heeft, zijn ze zo plots onzichtbaar tegen de achtergrond.

Heidevlinders zetten in de zomermaanden hun eitjes af op planten in het open veld. De rupsen overwinteren in een schuilplaats onder de grond en in het voorjaar verpoppen ze daar om dan begin juli als vlinder te voorschijn te komen.

rupsen-van-st-jansvlinder-op-jacobskruiskruidDe sint-jacobsvlinder bekent kleur

Hoewel de sint-jacobsvlinder bij de nachtvlinders wordt ingedeeld, is hij vooral overdag actief. Het is een opvallend vlindertje met zwart en rood getekende vleugels. De sint-jacobsvlinder vliegt hoofdzakelijk in mei en juni en zet zijn eitjes vooral af op jacobskruiskruid dat in de duinen groeit. De rupsen zijn zwart en geel gestreept. Meestal zitten ze met zóveel op een voedselplant dat die in de kortste tijd helemaal kaalgevreten is. De kleur en de tekening van de vlinder en de rupsen zijn typische waarschuwingssignalen in de natuur. Jacobskruiskruid bevat immers giftige stoffen die door de rupsen worden opgenomen en zo ook in de vlinders terechtkomen. De zwart en gele kleuren waarschuwen vogels en andere dieren voor de vieze smaak.

De kleine parelmoervlinder schittert in de zon

De kans is vrij klein, maar áls je de kleine parelmoervlinder ziet, zul je onder de indruk zijn van dit ‘vliegend parelmoer’, zoals hij ook genoemd wordt. De parelmoervlekken op de onderkant van de vleugels schitteren immers in de zon.

Van april tot september vliegt de kleine parelmoervlinder in de duinen rond. De rupsen voeden zich met verschillende soorten viooltjes, waaronder het duinviooltje, en overwinteren onder de grond.

De basterdsatijnvlinder heeft irritante haren

Wanneer er in de winter geen bladeren aan de struiken hangen, vallen de spinsels van de basterdsatijnvlinder erg goed op. Dit witte, sterk behaarde vlindertje behoort tot de donsvlinders. De haren vormen een soort natuurlijke bescherming, want ze prikken als je ze aanraakt. Ook de rupsen van deze soort zijn harig en, net als de vlinders, niet prettig om aan te raken. De rupsen verwerken de haren in de losse spinsels of cocons die ze nog voor de winter tussen de twijgen van hun voedselplant spinnen. Dat zijn vaak duindoornstruiken, en die hebben dan ook erg te lijden van de vraat van de rupsen. De vlinders vliegen in juli en augustus.

Door de invloed van zeestromingen, de wind en kustverdedigingswerken, zijn het strand en de duinen een steeds opnieuw veranderend gebied. Op sommige plaatsen is het strand en de duinengordel breder geworden, op andere plaatsen heeft de zee terrein gewonnen op het land… Door aanplanting van bossen werden verschillende stuifduinen vastgelegd.

Wandel- en fietsersdijk van Het Zwin naar Het Zoute. Foto genomen ter hoogte van de Zwinduinen, richting Knokke, anno 1930 en mei 2004

fietsersdijk-oude fotofietsersdijk-recente foto

Het strand voor het Zwin. Foto genomen in de richting van Cadzand. Op de achtergrond, zie je enkele gebouwen van Cadzand, anno 1936 en mei 2004

strand-recente foto

strand-oude-foto

| inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.