headerbg bl
HomeNatuur en landschapNatuurBiologische WaarderingskaartDe Zandstreek - De Rug van Aalter - Conclusies

De Zandstreek - De Rug van Aalter - Conclusies

1. Evaluatie
Algemeen
De Rug van Aalter met zijn vele jonge ontginningsgebieden is in tegenstelling tot het overgrote deel van de Zandstreek vrij bosrijk, wat sterk bijdraagt tot de landschappelijke en biologische betekenis van deze streek. Hoewel de meeste bossen een erg artificieel karakter hebben doordat ze sterk beïnvloed worden, zijn ze potentieel belangrijk. Dat geldt eveneens voor de talrijke naaldhoutaanplanten.
De heiderelicten zijn zeldzame getuigen van de vroegere uitgestrekte heidevelden. Belangrijk is de groeiplaats van Rode dopheide in het oude St.-Andriesveld en van Ronde zonnedauw, Veenbies en Moeraswolfsklauw in het Bulskampveld.
Een ander waardevol element in deze streek is het stelsel van de Rivierbeek, één van de weinige beken in Vlaanderen die nog niet helemaal genormaliseerd is. Geomorfologisch is het een belangwekkend monument van een «levende» beek. De beekbegeleidende bossen zowel van dit beekstelsel als van de Mars- en de Kerkebeek doen de biologische waarde van deze streek stijgen. Het voorkomen van de Stengelloze sleutelbloem, een Atlantische soort, en zijn hybride met de Slanke sleutelbloem in enkele van deze bossen maakt deze streek nog waardevoller.
Deze streek heeft een grote betekenis voor het bosarme West-Vlaanderen. De overgebleven ‘natuurlijke’ elementen dienen zoveel mogelijk gevrijwaard te blijven van verdere degradatie waarvan verkaveling, intensieve busexploitatie en normalisatie van beken de voornaamste oorzaken zijn.

Karakteristieke gebieden
a. Het St.-Andriesveld (St.-Andries-Brugge)
Dit jong ontginningsgebied is nog altijd gedeeltelijk bebost. Helaas werden stukken verkaveld voor villabouw. De verschillende bostypes die er voorkomen zijn: Eiken-Berkenbos (op de armste gronden), Eiken-(Beuken)bos, Essen-Olmenbos (fragmenten langs de Kerkebeek) en Elzenbroek (op enkele venige plekken). Grote delen werden beplant met naaldhout (voornamelijk Den en Lork).
Er zijn ook enkele kasteelparken.
Het Eiken-Berkenbos en het Eiken(Beuken)bos zijn op enkele plaatsen heel mooi ontwikkeld. Op andere percelen doen ze echter heel artificieel aan wat veroorzaakt wordt door de aanplant van hier niet thuishorende boomsoorten (o.a. Amerikaanse eik) en een zeer intensief onderhoud.
Verspreid liggen nog enkele heiderestanten, de laatste getuigen van het indertijd uitgestrekte St.-Andriesveld. Heel belangrijk is het voorkomen van de Rode dopheide, een soort die voor België enkel van hier en enkele plaatsen bij Maasmechelen gekend is.
De stukjes Essen-Olmenbos en Elzenbroek verhogen de betekenis van het gebied. Het kleine Elzenbroek, gelegen langs de Kerkebeek, is zeer belangwekkend daar het zeldzame soorten als Moerasvaren, Zwarte bes en Elzenzegge herbergt.

b. Het park van Loppem (Loppem)
Dit kasteelpark dat in de vorige eeuw werd aangelegd en dat nu als gemeentelijk park in gebruik is, behoort samen met de bijhorende valleibossen tot één van de mooiste kasteelparken in de omgeving.
Deze vrij oude bossen, al op de kaart van Ferraris als bos ingetekend, zijn zeer rijk aan soorten. Ze worden tot het Ulmo-Fraxinetum gerekend. Het lenteaspect is hier zeer uitgesproken met o.a. Bosanemoon, Speenkruid, Gewone salomonszegel en Keverorchis.
Hermy & Maene (1982) schrijven dat er enkele voor de zandstreek zeldzame soorten groeien, namelijk Kale vrouwenmantel, Adderwortel, Boskortsteel, Zoete wolfsmelk, Eenbes, Heelkruid, Vogelmelk en Gele dovenetel en dat het domein een erg rijke en goed ontwikkelde stinseflora bezit.

c. Merkenveld (Loppem, Veldegem, Zedelgem)
Het Merkenveld behoorde vroeger tot het uitgestrekte Vrijgeweed en is uiteindelijk een van de weinige delen hiervan die uiteindelijk bebost gebleven zijn. Ook hier heeft de verkaveling toegeslagen; het betreft hier echter vooral weekendverblijven. Naaldhoutaanplanten en kale Tamme kastanjepercelen zijn overheersend. Verspreid liggen echter nog enkele Eiken-Berkenbosjes. Langs de Kerkebeek komt een strook Essen-Olmenbos voor met een belangrijke groeiplaats van de Stengelloze sleutelbloem.
Het Merkenveld is echter potentieel waardevol, getuige de enkele kleine heidevelden, ontstaan op kapvlakten. Helaas werden ze terug beplant met naaldhout.

d. Doeveren (Oostkamp, Waardamme)
Dit gebied maakte, net zoals het vorige, deel uit van het vroegere ‘Vrijgeweed’. In tegenstelling tot de meeste bossen in de omgeving werden deze bossen niet verkaveld voor villabouw. Jammer genoeg werd een paar jaar geleden de A17 aangelegd in de linkerhelft van dit complex. Het merendeel bestaat uit loofhout, voornamelijk Eikenbos (soms met Beuk in de boomlaag) en ook Eiken-Berkenbos. Verspreid liggen enkele naaldhoutaanplanten. Op enkele kapvlakten heeft zich een droge heidevegetatie gevestigd. Ook langs enkele dreven kunnen we dergelijke begroeiing aantreffen.

e. De Hoesten (Oostkamp, Waardamme)
Eind 18de eeuw was dit gebied grotendeels bebost. Nu liggen er drie kasteelparken, een aantal Eiken- en Eiken-Berkenbossen en enkele naaldhoutaanplanten. Beuk domineert dikwijls in de boomlaag. Helaas werden grote delen al verkaveld.

f. Kampveld (Oostkamp, Waardamme)
Op de kaart van Ferraris (eind 18de eeuw) staat dit veld grotendeels ingetekend als landbouwgrond met enkele dreven erdoor getrokken. Enkele stukjes waren toen heidegebied. Waarschijnlijk bracht de landbouwontginning van dit veld niet veel op want uit de kaart van Van der Maelen (een 70-tal jaren later) kan men afleiden dat het Kampveld al herbeplant was met loofhout. Nu is het een complex van naaldhout, Eiken-Berkenbos, Eikenbos en een kasteelpark. Op enkele kapvlakten en langs een paar dreven is er heideopslag.

g. Kasteelpark ‘De Hert’ (Oostkamp)
Bij dit kasteelpark hoort een complex van naaldhoutaanplanten en Eikenbos (dikwijls met Beuk in de boomlaag). Eén perceel was zeer mooie ontwikkeld, vooral door het veelvuldig voorkomen van Kamperfoelielianen. Het alluviaal gedeelte dat bij dit kasteelpark aansluit, wordt besproken onder volgend punt, het stelsel van de Rivierbeek.

h. Het Rivierbeekstelsel (Ruddervoorde, Waardamme, Oostkamp, Hertsberge, Wingene)
Zeer belangwekkend beekstelsel, waarvan de Rivierbeek, de Waardammebeek en de Hertsbergebeek de belangrijkste zijn. Het traject dat op het kaartblad Loppem (13/5) gelegen is, is grotendeels nog niet genormaliseerd, hoewel ook hier plannen voor bestaan. Een dergelijk meanderend beekstelsel is in Vlaanderen een zeldzaamheid geworden.
De kronkelende loop van de beken wordt door de populieren gemarkeerd, wat het mogelijk maakt om ze te volgen in het landschap. De valleigraslanden zijn over het algemeen vrij soortenarme graasweiden. Hier en daar liggen er nog enkele Calthions die zich, ondanks het intensief graasbeheer, toch hebben kunnen handhaven. Ze zijn echter meestal niet erg soortenrijk. Enkele soorten zijn Dotterbloem, Pijptorkruid, Egelboterbloem, Scherpe zegge, Tweerijige zegge, Zompvergeet-mij-nietje... Langs enkele grachten komen Filipendulionelementen voor (Moerasspirea, Moeraswalstro, Watermunt, Watertorkruid, Gele waterkers, Groot moerasscherm...).
De beekbegeleidende bossen behoren allemaal tot het Alno-Padion (Elzen-Vogelkers Verbond). Sommige vertonen een uitgesproken voorjaarsaspect. Het Kraaibos ten zuiden van Hertsberge is hiervan een fraai voorbeeld. Bij andere is dit vernaal aspect weinig ontwikkeld. Het betreft hier recente Essen-Olmenbossen. Hermy (1983) spreekt van romp - of basisgemeenschappen.
Enkele van deze beekbegeleidende beekdalbossen zijn floristisch zeer interessant vanwege het voorkomen van Bosgeelster en Gulden boterbloem en vanwege de groeiplaatsen van Stengelloze en Slanke sleutelbloem tezamen met hun hybride. (Van de Vijvere 1958; Stieperaere 1973; Hermy 1985).

i. Kasteelpark 'Drie Koningen' (Hertsberge, Beernem)
Het gedeelte dichtst bij het kasteelpark gelegen, op grondgebied Beernem, doet nog erg parkachtig aan. Het is een naaldhoutaanplant met bijmenging van Beuk en Amerikaanse eik.
Het overige deel, op grondgebied Hertsberge, bestaat grotendeels uit Eiken-Berkenbos en Eiken-Beukenbos. Enkele percelen werden gekapt en beplant met naaldhout. Op twee stukjes werd een fragmentaire heidevegetatie aangetroffen.

j. Het Bulskampveld (Beernem)
bwk_80_beukendrevenGroot boscomplex aangeplant in de 19de eeuw op het gekende heidegebied, het Bulskampveld. De recente aanleg van deze bossen is te merken aan het regelmatig perceleringspatroon en aan de talrijke Beuken- en Eikendreven (zie foto). Het loofhoutgedeelte behoort tot het Eikenbostype, dikwijls met Beuk in de boomlaag en met bijmenging van Lork. Deze laatste soort overheerst in de naaldhoutaanplanten.
Op de kaalgekapte percelen vestigt zich vrijwel altijd, naast de typische kapvlaktesoorten als Wilgeroosje en Braam, een droge heidevegetatie. Na een aantal jaren wordt deze heidevegetatie verstikt door hoogopschietende kruiden en bramen en door de aangeplante naald- of loofbomen. In enkele wegbermen kennen dergelijke heidevegetaties een meer permanent bestaan.
Een bijzondere site betreft «Het Aanwijs», waar de «Eendeputten» of «Aanwijsputten» gelegen zijn. Het zijn ondiepe kuilen (vroegere veen- of veldsteenuitbating?), van elkaar gescheiden door kleine dammen. Rond 1975 werd omwille van de jacht een deel van het gebied via een zandwinning omgezet tot twee grotere plassen (samen ± 1 ha), waar nu op ondiepe plaatsen een watervegetatie tot ontwikkeling komt (Vlottende bies, Veenmos). De resterende kuilen en dijkjes zijn nog steeds interessant met elementen van vochtige heide (Moeraswolfsklauw, Ronde zonnedauw, Gagel, Kruipwilg, Witbloemige waterranonkel) en een gradiënt naar een drogere heidevegetatie. Het terrein is dringend aan beheer toe wegens het dichtgroeien met Berk en Braam en wegens het verruigen van de vochtige percelen.

Avifauna
Het Bulskampveld is belangrijk als broedgebied voor Wintertaling, Barmsijs, Appelvink, Kuifmees, Wespendief, Buizerd en in recente jaren ook Zwarte specht. Andere fauna: in de Aanwijsputten treft men de Vinpootsalamander, de zeldzaamste watersalamander in Vlaanderen (De Fonseca, 1979), vrij massaal aan evenals een aantal die specifiek zijn voor oligotrofe waters.

k. De Blauwhuisbossen, de Fougère-bossen + het niet verkaveld gedeelte van de Hertsbergebossen (Wingene, Herstberge)
De Blauwhuis- en de Fougèrebossen bestaan grotendeels uit Eikenbos en hier en daar wat Eiken-Berkenbos. In de boomlaag is er veel bijmenging van Lork. Er zijn enkele percelen met dennen beplant.
De Hertsbergebossen werden pas in de 2de helft van de 19de eeuw aangeplant op een deel van het toen al gedeeltelijk ontgonnen Bulskampveld. Door deze laatste ontginningsdatum is het te verklaren dat het hier grotendeels naaldhoutbestanden (vooral Den) betreft. Helaas werden deze bossen in de laatste twintig jaar grotendeels verkaveld. Enkele kleine stukjes droge en vochtige heide, (met Gewone dopheide, Veenmos en zelfs met Veenbies en Veenpluis) en wat Gagelstruweel zijn getuigen van het vroegere Bulskampveld.

l. De Vagevuurbossen (Wingene)
Het overgrote deel bestaat uit naaldhoutaanplanten (voornamelijk Den). Er zijn enkele Eiken en Eiken-Berkenbossen. Op de kaalgekapte percelen vestigt zich net zoals in de meeste andere bosgebieden van deze streek een heidevegetatie.

m. Lindeveld-Hulstlo (Beernem)
Complex van verspreid liggende Eikenbossen, Eiken-Berkenbossen en naaldhoutaanplanten. Het landschap wordt doorsneden door Beuken- en Eikendreven en Populieren- en Knotwilgenrijen. In enkele wegbermen en op een aantal percelen heeft er zich een droge heidevegetatie gevestigd.

n. Vaanders (Maria-Aalter)
Complex van vrij dicht bij elkaar liggende Eikenbossen en enkele naaldhoutaanplanten, doorsneden door de spoorweg Brugge-Gent. Er zijn ook enkele mooie Beuken- en Eikendreven.

o. Schuurlo (Maria-Aalter)
Doordat de ondergrond hier bestaat uit vochtige klei- en zandleembodems, is het erop voorkomende Eikenbos rijker aan soorten dan de bossen van hetzelfde type in de omgeving. Botanisch is het een belangrijk complex.

p. Het Blekkerbos (Maria-Aalter)
Groot boscomplex, doormidden gesneden door de E40. De zuidelijke rand is al gedeeltelijk verkaveld. Het zijn zeer soortenarme Eiken-Beukenbossen met nogal veel Beuk in de boomlaag en Tamme kastanje in de hakhoutlaag. In de lichtrijke randen komt er Struikheide voor. Potentieel een vrij goed gebied.

q. Hoogveldbossen (Maria-Aalter)
Complex van naaldhoutaanplanten, Eiken-Berkenbossen en Eikenbossen, doorsneden door talrijke Beuken- en Eikendreven. Over het algemeen vrij soortenarm maar potentieel wel goed. Het Eikenbos is mooi ontwikkeld. Langs enkele lichtrijke dreven kan men een vegetatie aantreffen met onder andere Pijpestrootje, Struikheide en Borstelgras.

2. Bestemming en bedreiging

Bestemmingen
Overwegend (landschappelijk waardevol) agrarisch gebied. De kasteelparken staan als parkgebied op het gewestplan. Ook enkele grote boscomplexen werden als dusdanig ingetekend, wat te betreuren valt. De bossen van het St.-Andriesveld, het Bulskampveld en die bij het kasteelpark ‘De Hert’ en bij het kasteelpark van Loppem gelegen verdienen zeker het statuut van natuurgebied.
De meeste andere bossen zijn ofwel natuurgebied, ofwel bosgebied; dit laatste biedt bij de bosbouwkundige aanpak onvoldoende garanties voor het behoud en het verbeteren van de botanische kwaliteit. De ‘Aanwijsputten’ die nu natuurgebied zijn, zouden een reservaatstatuut moeten krijgen.
Negatief te beoordelen zijn de grote verkavelingen van de Hertsbergse bossen, een deel van het Merkenveld, ‘De Hoesten’ en stukken van het St.-Andriesveld. Het Rivierbeekstelsel is landschappelijk waardevol agrarisch gebied; enkele stukken zijn natuurgebied wat beter uitgebreid zou worden voor heel het traject van het Rivierbeekstelsel dat nog niet rechtgetrokken is.
Het woongebied van de agglomeratie Oostkamp is zeer ruim genomen. Het impliceert ook dat hiervoor een stuk bos moet verdwijnen. Jammer zijn ook de vrij grote industriegebieden bij Beernem en Ruddervoorde en zeker de inplanting van een industriezone in de overstroombare vallei van de Rivierbeek. Er zijn twee waterwinningsgebieden, één in het St.-Andriesveld en één in het Lindeveld (Beernem).

Bedreigingen
• Vochtige, licht bemeste graslanden: de weinige graslanden van dit type zijn allen in de vallei van de Rivier- en Hertsbergebeek gelegen. Sterk nivellerend werken de toegepaste landbouwtechnieken als overdreven bemesting, intensieve begrazing, ... evenals het overstromen van de graslanden met vervuild beekwater (vooral vervuild door mestoverschotten).
• Rivierbeekstelsel: het gevaar om dit beekstelsel alsnog recht te trekken of de oevers totaal te fixeren is nog altijd niet helemaal geweken. Nochtans is het duidelijk gebleken dat een dergelijk stelsel met een hoge oecologische, geomorfologische en landschappelijke waarde, behouden moet blijven. In de provincies Oost- en West-Vlaanderen is een grote, meanderende beek met «levende» oevers waarbij meandervorming en afsnijden van meanders plaatsvindt, uiterst zeldzaam (Gallant & Kuyken, 1985).
• Heiden: de heidevegetaties, meestal ontstaan op kapvlakten, verdwijnen over het algemeen doordat de percelen terug beplant worden met naald- of loofhout. Gebeurt dit niet dan verstikt de heidevegetatie na een tijd toch door de spontane opslag, (voornamelijk Braam, Berk en Amerikaanse vogelkers)
• De waterwinningen, zowel in het St.-Andriesveld als in het Lindeveld, hebben een nefaste invloed op de vegetatie (verdroging, verruiging).

3. Voorstellen voor aanleg en beheer
• Vochtige, licht bemeste graslanden - het Rivierbeekstelsel: aangezien er maar weinig graslanden van dit type resteren, zou er gepoogd moeten worden om ze te behouden en de oecologische waarde te verhogen. Men zou ernaar kunnen streven om een aantal interessante percelen in natuurbeheer te krijgen. Hiervoor zouden wel genoeg garanties moeten zijn dat het Rivierbeekstelsel als meanderende beek in stand gehouden wordt. Ook zou de kwaliteit van het beekwater verbeterd moeten worden.
• Heiden: beplanten van heidevegetatie na kaalkap ontstaan, zou achterwege moeten blijven voor een aantal percelen; de oppervlakte van dergelijke vegetaties kan men bewust verhogen door een aantal naaldhoutaanplanten in natuurgebieden te kappen.
Hier kan men streven om heidevelden in natuurbeheer te krijgen. Dit beheer zou dan bestaan uit maaien, extensief begrazen (indien de oppervlakte voldoende groot is), afplaggen en verwijderen van opslag.

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.