headerbg bl

Literatuur- en documentatielijst

• ALGRA, S. et al. 1981. Ruilverkaveling Wommels - twee vormen van inrichting. Stichting Natuur en Milieu, stichting Friese milieuraad, vereniging It Fryske Gea, Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten, 66 p.
• ALLEMEERSCH, L. 1984. Het veen in het oostelijk kustgebied. Genese, verbreiding en samenstelling. Onuitgegeven doctoraal proefschrift, K.U. Leuven, 286 p.
• AMERYCKX, J.B. 1954. Verklarende tekst bij de kaartbladen Westkapelle 11, E & Het Zwin. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 90 p.
• AMERYCKX, J.B. 1958. Verklarende tekst bij het kaartblad Brugge 23, W. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 103 p.
• AMERYCKX, J.B. 1962. Verklarende tekst bij het kaartblad Maldegem 24 W. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 88 p.
• AMERYCKX, J.B. 1977a. Verklarende tekst bij het kaartblad Loppem 38 W. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 92 p.
• AMERYCKX, J.B. 1977b. Verklarende tekst bij het kaartblad Oedelem 38 E. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 96 p.
• ANONIEM, 1982. Wat met het Bulskampveld? Onuitgeg. stencil. Rijksnormaalschool Brugge, 47 p.
• ANSELIN, A. 1978. Verspreiding en oecologie van Odonata in enkele gebieden rond Brugge. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, R.U. Gent, 155 p. + bijlagen.
• ANSELIN, A. 1986. Oecologisch-avifaunistisch onderzoek van zes kreken in het noorden van Oost-Vlaanderen. Onuitgegeven Doctoraal proefschrift, R.U. Gent, 306 p.
• ANSELIN, A. & DESMET, J. (eindred.) 1980. Veldornithologisch jaarboek van het Brugse. 1979-1980, afdeling Brugge, 119 p.
• ANSELIN, A. & ROMBAUT, E. 1980. Het Oostvlaams krekengebied. Enkele oecologische en historisch geografische aspecten van het krekengebied met betrekking tot het natuurbehoud en de landschapszorg. Natuurreservaten 4 bis. 16-28.
• BECUWE, M. 1971. Het voorkomen van de steenloper en de paarse strandloper in België en Zeeuws-Vlaanderen (Nederland). De Giervalk 61: 175-223.
• BECUWE, M. & OREEL, G.J. 1981. Naamlijst van in België en Nederland waargenomen of vastgestelde vogelsoort en hun ondersoort. De Wielewaal, jg. 47: 363-376.
• BEERNAERT, F. 1978. Evolutie van «veld» en bos tussen Brugge en Torhout. Onuitgegeven licentiaatswerk R.U. Gent, 148 p.
• BEINTEMA, A.J. & MISKENS, G.J.D.M. 1981. De invloed van beheer op de produktiviteit van weidevogels. Leersum, R.l.N., 74 p. 17 bijl.
• BELGISCHE NATUUR- EN VOGELRESERVATEN, 1980. Natuurbeheer: vrijwilligers helpen bij het onderhoud van onze laatste natuurgebieden (cursusboek). B.N.V.R., Brussel, 247 p.
• BLONDIA, E. 1984. Vogelleven in en rond het Drongengoedgebied. In: Dag van het Drongengoed 6/10/84 (Knesselare). De Wielewaal, afdeling Aalter, 4 p.
• BOSMANS, R. 1981. Oecologische faunistiek en indicatorwaarden van water- en oppervlaktewantsen (Hemiptera, Heteroptera) in Oost- en West-Vlaanderen. Onuitgegeven doctoraal proefschriften, R.U. Gent. Deel 1: 211 p. Deel 2: figuren, kaarten en addenda. Deel 3: kaartenatlas.
• BOSSU, J. 1982. Vlaanderen in oude kaarten. Drie eeuwen cartografie. Lannoo, Tielt. 168 p.
• BURGGRAEVE, G. 1983. Het natuurreservaat het Zwin. Een landschap in zijn ecologische samenhang. Museumleven, Jaarboek van de Vlaamse museumvereniging, nr. 11: 29-34.
• CASIER, E. & MICHIELS, M. s.a. Atlas van de natuurgebieden van Vlaanderen. Bestuur van Waters en Bossen.
• CALRY, A. 1974. Studie van de evolutie van het Belgische kustlandschap als mogelijke basis voor natuurbehoud. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, R.U. Gent, 71 p.
• CLAEYS, J. ET AL. (eindred.) 1981. Ontstaansgeschiedenis van de Zwinstreek. Jaycees Knokke-Heist. 10 p. + kaartenmap.
• COOLMAN, G. 1953. Het Westvlaamse houtland. Het Houtland nr. 3: 1-41.
• DAELS, L. 1963. Landschapsontwikkeling in en rond het Bulskampveld. Tijdschr. Belg. Ver. Aardr. Studies, jg. 31(2): 191-288.
• DANNEELS, P. 1983. Vegetatiekundige en ecologische studie van twee moerasgebieden in West-Vlaanderen (de Stadswallen van Damme en de Leiemeersen te Oostkamp). Onuitgeg. licentiaatsver-122 handeling R.U. Gent. Deel 1: 149 p, Deel 2: 67 p.
• DE BEIL, F. 1983. Provinciaal domein Beernem. De Torenvalk 7, nr. 1.: 3-5.
• DE BREUCK, W. ET AL. 1984. Polders en verzilting. In: Water voor Groen, Vierde Vlaams Wetenschappelijk Congres voor Groenvoorziening. V.U. Brussel (1984): 243-252.
• DE BRUYNE, C. 1906. Contribution a l'étude phytogéographique de la zone maritime Belge. Buil. Soc. Roy. Belg. Geogr. 4: 50 p.
• DE BRUYNE, C. 1907. Phytogeographische beschouwing over de evolutie van den plantengroei eener duinenvallei. Handelingen van het 11de Congres, Leiden, 11 p.
• DECLEER, K. 1983. Faunistisch-oecologisch onderzoek in twee moerasgebieden: de Stadswallen van Damme en de Leiemeersen te Oostkamp (West-Vlaanderen). Onuitgeg. licentiaatsverh. R.U. Gent. 127 p.
• DECLEER, K. 1984. Nattigheid: troef in de Leiemeersen. Natuurreservaten, jg. 6, nr. 6: 156-161.
• DECLEER, K. 1985. Landschapsoecologische waarden van een Heide- en Stuifzandgebied te Ryckevelde (St. Kruis, Brugge) met suggesties voor beheer. De Roerdomp 25(2).
• DE DUYTSCHE, A. 1974. Studie van enkele geomorfologische aspecten van het Zuid-Brugse Dallandschap. Onuitgeg. licentiaatsverh., R.U. Gent.
• DE FONSECA, P. 1980a. De herpetofauna in Oost- en West-Vlaanderen. Verspreiding in functie van enkele milieufactoren. Onuitgegeven doctoraal proefschrift, R.U. Gent, 277 p + kaartenatlas.
• DE FONSECA, P. 1980b. De verspreiding van de boomkikker in Oost- en West-Vlaanderen. Natuurreservaten, 27° Bulletin: 38-40.
• DE JONCKHEERE, T. 1976. Avifauna van de Vlaamse Westkust. De Wielewaal jg. 42: 210-222.
• DE LAENDER, G. 1980. Houtkanten, heggen, knotbomen en bomenrijen meer dan alleen maar mooi. Natuurreservaten nr. 1: 3-7.
• DE LANGHE, J.-E. et al. 1983. Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden. Patrimonium van de Nationale Plantentuin van België. 970 p.
• DELAUNOIS, H. (eindred.) 1982. Landschapspark Krekengebied. B.B.L., Koning Boudewijnstichting, Provincie Oost-Vlaanderen. (verschillende pagineringen) + kaarten.
• DE LOOF, E. 1983. Planteninventarisatie van de kreekrestanten rond Lapscheure. Sijsele, v.z.w. Uilenspiegel. Ongepubl. rapport, 18 p. + bijlage.
• DELPORTE, J. 1957. Het Zwin, geografisch overzicht. Belg. nat. vereniging der leraren in de Biologie. Jg. 3 nrs 3-4: 1-3.
• DEMAREST, L. 1985. Biologische waarderingskaart van België. Verklarende tekst bij kaartblad 12. Min. van Volksgezondheid en van het gezin. 113 p.
• DEMAREST, L. & GOETGHEBEUR, P. 1984. Scirpus holoschoenus in België. Dumortiera 29-30: 44-48.
• DE MOOR, G. 1963. De depressie van het kanaal Gent-Brugge. Tijdschr. Belg. Ver. Aardr. Studies, jg. 29: 283-319.
• DEPUYDT, F. 1972. De Belgische stranden duinformaties in het kader van de geomorfologie der noordoostelijke Noordzeekust. Verhandelingen van de Koninkl. Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, Klasse der Wetenschappen, XXXIV: 122 p.
• DE RAEVE, F. 1975. Vegetatiekundige studie van de rietlanden van enkele Oostvlaamse kreken. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling. 79 p.
• DE RAEVE, F. & LEBBE, L. 1984. Duinen. De betekenis van de waterhuishouding voor flora, vegetatie en landschap. In: Water voor Groen, Vierde Vlaams Congres voor Groenvoorziening, V.U. Brussel (1984): 409-431.
• DE RIDDER, M. 1956. Bijdrage tot de kennis van het chemische der brakke wateren van België. Biol. Jaarb. Dodonea, 23: 72-103.
• DESENDER, K. 1985. Naamlijst van de loopkevers en zandloopkevers van België (Coleoptera, Carabidae). K.B.l.N., Brussel. Studiedocument nr. 19. Niet gepagineerd.
• DESMET, A. 1951. De geschiedenis van het Zwin. Natuur- en Stedenschoon, jg. 24 nr. 4: 29-32.
• DESMET, J. 1981 a. Schets van het zandwinningsfenomeen in Vlaanderen. Stentor jg. 17 nr. 2: 1-22.
• DESMET, J. 1981 b. Inventaris van de zandwinningsvijver in het Brugse, anno 1980. Stentor jg. 17 nr. 2: 23-75.
• DESMET, J. (eindred.) 1982. Veldornithologisch jaarboek van Noord-West-Vlaanderen 1980-1981. B.J.N., afdeling Brugge, 180 p.
• DESMET, J. (eindred.) 1983a. Veldornithologisch jaarboek van Noord-West-Vlaanderen 1981-1982. B.J.N., afdeling Brugge, niet gepagineerd.
• DESMET, J. 1983b. Ramskapelle-Dudzele, een polder in de branding. Natuurreservaten jg. 5 nr. 4: 107-113.
• DESMET, J. 1983e. De Tureluur, op de rode loper of de rode lijst? Natuurreservaten jg. 5. nr. 4: 114-115.
• DESMET, J. 1985. Voorkomen en oecologie van de Tureluur (Tringa totanus) als broedvogel in de Westvlaamse Oostkust. De Wielewaal, jg. 51 : 444-451.
• DESMET, J. & ROYAERD, J. 1983. Ontgrondingen in het Vlaamse landschap, gaten in onze cultuur? Natuurreservaten jg. 5 nr. 3: 68-76.
• DE SCHUYTER, T. 1983a. Broedvogelinventarisatie Groot-Damme. Sijsele, v.z.w. Uilenspiegel. Ongepubliceerd rapport, niet gepagineerd.
• DE SCHUYTER, T. 1983b. Platte kreek. Ornithologisch verslag. Sijsele, v.z.w. Uilenspiegel. Ongepubliceerd rapport, 33 p.
• DE SCHUYTER, T. (eindred.) 1984. Veldornithologisch jaarboek van Noord-West-Vlaanderen 1982-1983. J.N.M., afdeling Brugge. 232 p.
• DE VLIEGHER, L. 1970. Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen. Deel 4: De Zwinstreek. Lannoo-Tielt. 224 p. + ill.
• D'HONDT, A. 1983. Schapen in de Zwinstreek, hoe het eens geweest is... Natuurreservaten jg. 5 nr. 2: 45-47.
• DOING, H. 1962. Systematische Ordnung und floristische Zusammensetzung niederlandischer Wald- und Gebüschgesellschaften. Diss. Wageningen (Wentia 8; Belmontia II (8), 1962.)
• DEVOS, F. 1956. Fytogeografische studie van het Bosgebied ten zuiden van Beernem. Biol. Jaarb. Dodonea, 23 jg.: 104-139.
• EDELMAN, C. 1947. Enige recente geologische resultaten van de bodemkartering in Nederland. Tijdschr. Koninkl. Nederl. Aardr. Gen., LX: 439-447. 2 fig.
• FAES, B. 1977. Waterwildgebieden in NW.-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen. Studierapport Waters en Bossen.
• 24 126 p. + bijlagen.
• FONTEYN, L. 1980. Het bos van Houthulst. Een historisch-geografische benadering. Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, R.U. Gent. 116 p.
• GALLANT, A. & KUYKEN, E. 1985. De vallei van de Rivierbeek te Oostkamp: landschapsoecologisch onderzoek bij de geplande waterbeheersing. Intern rapport R.U. Gent. 101 p. + bijlagen.
• GALLE, G. 1976. Een fytogeografische studie van het Kempens gedeelte van Vlaanderen. Onuitgeg. licentiaatsverhandeling, R.U. Gent. 142 p.
• GELDHOF, P. 1981. Landschapsbeeld en landschappelijke waarde van de Gemene Weide. Het Brugs Ommeland jg. 21 nr. 4: 227-234.
• GILS, A. 1947. Les plantes du Littoral Belge. Les Nat. Belg. jg. 80 deel 28 (nrs. 9-10): 113-123.
• GRYSEELS, M. & HERMY, M. 1981. Derelict Marsh and Meadowvegetation of the Leiemeersen at Oostkamp (prov. West-Flandes, Belgium). Buil. Soc. Roy. Bot. Belg. 114: 125-139.
• GYSELS, H. 1970. A Need for Conservation of Creeks in North-East Flanders, Belgium. Biological conservation.
• GODDERIS, W. 1976. Vegetatiekundige studie van de acidofiele eikenbossen en eikenberkenbossen in het Kempens gedeelte van Vlaanderen. Onuitgeg. licentiaatsverh., R.U. Gent. 81 p.
• HAUTEKIET, M. 1955. Broedvogels van het begroeide duin. De Wielewaal, jg. 21 : 51-58.
• HAWKSWORTH, D., JAMES, P. & COP-PINS, B. 1980. Checklist of British lichenforming, lichenicolous and allied fungi. The Lichenologist Vol. 12, Part. 1 : 1-116.
• HERMY, M. 1978. De Fagetalia ten zuiden van Brugge, een ekologische fytosociologische studie. Onuitgeg. licentiaatsverh., R.U. Gent, 103 p.
• HERMY, M. 1979. Het Grauwe Dopheidereservaat. Een historische, geologische en biologische schets. Natuurreservaten: 26ste bulletin: 88-91.
• HERMY, M. 1980. Natuurtechnisch bosbeheer. Natuurreservaten, 27e bulletin: 23-37.
• HERMY, M. 1984. Enkele plantengemeenschappen van het Drongengoedgebied: natuurbehoud en beheer. In: Dag van het Drongengoed 6/10/84 (Knesselare). De Wielewaal, afdeling Aalter, 8 p.
• HERMY, M. 1985a. Bomen alleen maken het bos niet. Bosgemeenschappen in Vlaanderen. Natuurreservaten jg. 7 nr. 3: 68-77.
• HERMY, M. 1985b. Ecologie en fytosociologie van oude en jonge bossen in Binnen-Vlaanderen. Onuitgeg. doctoraal proefschrift, R.U. Gent. XIV + 755 p.
• HERMY, M. & MAERE, L. 1982. Het Park van Loppem... over stinseplanten en halfnatuurlijke vegetaties. Natuurreservaten nr. 2: 20-22.
• HIGGINGS, L.G. & RILEY, N.D. 1980. Elseviers vlindergids. Elsevier, Amsterdam/Brussel.
• HUBLE, J. 1983. Bescherming van de Belgische kustduinen. Slakken gaan sneller... Natuurreservaten jg. 5 nr. 1 : 3-6.
• JADEM, J. 1972. Voorlopig rapport van de begroeiingen van de kademuren te Brugge. Stentor jg. 10 nr. 39-43.
• KESTELOOT, E. 1963. Inventaris van de landschappen. Provincie West-Vlaanderen. Ministerie van Openbare Werken. 96 p.
• KUYCKEN, E. 1970. Een toekomstig reservaat ? Avifauna van de duinpiassen «De Fonteintjes» tussen Zeebrugge en Blankenberge. De Wielewaal jg. 36: 209-214.
• KUYKEN, E. 1972. Belgian wetlands of international importance for waterfowl. Proc. Int. Conf. on Conserv. of Wetlands and Waterfowl; Ramsar, Iran, 1971 : 179-188.
• KUYKEN, E. 1973. Overwintering van ganzen te Damme. Natuurreservaat, 20e Bulletin, 15-18.
• KUYKEN, E. 1976a. Belgium: National report on Wetlands. Proc. Intern. Conf. on Conserv. of Wetlands and Waterfowl. Heiligenhafen 1974 (Ed. M. Smart, IWRB): 81-83.
• KUYKEN, E. 1976b. Betekenis en behoud van waterrijke gebieden, «Wetlands», op nationaal en internationaal vlak. Contactblad van de B.N.V.R., nr. 4: 3-10.
• KUYKEN, E. 1976e. Oecologie van overwinterende ganzen te Damme (W. VI.) in Westeuropees verband. Onuitgegeven doctoraal proefschrift, R.U. Gent. 280 p. (2 delen).
• KUYKEN, E. 1977a. Kanttekeningen bij de oecologische waardering van natuurgebieden en landschappen in Noord- en Zeeuws-Vlaanderen. De Gouden Delta 3. Wageningen-Pudoc: 23-49.
• KUYKEN, E. 1977b. Het voorkomen van ganzen in de polderdriehoek Oostende-Brugge-Knokke. In het rapport: Waterwildgebieden in NW-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen (B. Faes); Waters en Bossen, p. 114-120 + 1 kaart.
• KUYKEN, E. 1977e. België en de Wetlands-Conventie. Watervogels 2(4): 159-160.
• KUYKEN, E. 1981. Overwinterende ganzen in de kustpolders van NW.-Vlaanderen. De Wielewaal jg. 47: 467-476.
• KUYKEN, E. 1982. Een nieuw natuurreservaat: de oude vestingen van Damme. Natuurreservaten 3: 47-48.
• KUYKEN, E. 1983. Natuurbehoud in de Polders. Documentatie bij de Polderdag, Brugge, 15/10/83; Gepolycopiëerde tekst. 15 p.
• KUYKEN, E. 1984. Waterrijke gebieden in Vlaanderen - Situering en evaluatie met nadruk op de ornithologische betekenis. In: Water voor Groen. Vierde Vlaams Wetenschappelijk Congres voor groenvoorziening. V.U. Brussel (1984): 387-408.
• KUYKEN, E. & HUBLE, J. 1981. Enkele bemerkingen over de landschapsoecologische betekenis van het Kanaal Gent-Brugge (Voorlopige nota in het licht van eventuele normalisatie tot 2000 T, begeleidende tekst bij plaatsbezoek van 2.IX.1981). Koninkl. Commissie voor Monumenten en Landschappen. Provinciale Commissies voor Oosten West-Vlaanderen. 8 p.
• LANDWEHR, J. 1980. Atlas Nederlandse Levermossen. Thieme, Zutphen, 285 p.
• LANDWEHR, J. 1984. Nieuwe atlas Nederlandse Bladmossen. Thieme, Zutphen, 568 p.
• LENOIR, L. 1984. Vegetatiekundige studie van het Drongengoed (Oost-Vlaanderen). Onuitgeg. licentiaatsverhandeling R.U. Gent, 151 p.
• LINDEMANS, P. 1952. Geschiedenis van de landbouw in België, Deel 1. De Sikkel, Antwerpen. 472 p.
• LIPPENS, L. 1951 a. Note concernant les oies sauvages au littoral Belge. Gerfaut 41 : 81-91.
• 126
• LIPPENS, L. 1951 b. De bescherming van het natuurreservaat «Het Zwin». Natuur- en Stedeschoon, jg. 24, nr. 4: 37-42.
• LIPPENS, L. 1957. De vogels van het Zwin en van het Zoute. Belg. Nat. Ver. der leraren in de biologie, jg. 3, nr. 3-4: 15-16.
• LIPPENS, L. 1966. Essai d'interprétation des observations et du baguage des Canarts Colverts dans les Réserves de Meetkerke et de Knokke en Belgique, de 1936 a 1966. Gerfaut 56: 315-373.
• LONDO, G. 1975. De decimale schaal voor vegetatiekundige opnamen van permanente kwadraten. Gorteria 7: 101-106.
• LUST, P. & RAPPE, G. 1980. Zeevogels, huidige status in België. Stentor jg. 16, nr. 1 : 30-37.
• MACLEOD, J. 1894. Proeve eener botanische beschrijving van het Kempisch gedeelte van Vlaanderen. Biol. Jaarb. Dodonea jg. 6: 381-418.
• MAENE, L. 1980. Nogmaals beeknormalisaties: de Rivierbeek. Natuurreservaten nr. 2: 3-4.
• MAENE, L. 1982. Wat met de Zwinduinen ? Natuurreservaten nr. 4: 66-69.
• MASSART, J. 1893. La biologie de la végétation sur le littoral Belge. Buil. Soc. Roy. Bot. Belg. 32 (1e deel): 7-44.
• MASSART, J. 1910. Esquisse de la géographie botanique de la Belgique. Bruxelles, Henri Lamertin, Libraire-éditeur, 332 p. + 466 foto's (annex).
• MASSART, J. 1912. Pour la protection de la nature en Belgique. Buil. Soc. Roy. Bot. Belg. 51 : 308 p.
• MEININGER, P. & BECUWE, M. 1979. Resultaten van drie vogeltellingen langs de Nederlandse en Belgische Noordzeekust in het seizoen 1977/78. Watervogels 4: 162-169.
• NOIRFALISE, A. 1969. La chênaie mélangée a jacinthe du domaine atlantique de l'Europe (Endymio Carpinetum). Vegetatio 17: 131-150.
• NOIRFALISE, A. & SOUGNEZ, N. 1963. Les forêts du bassin de Mons. Pedologie 13(2): 200-275.
• NOIRFALISE, A., STIEPERAERE, H. & VANHECKE, L. 1980. Lijst der karteringseenheden. Uitgegeven door het Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu. 2e editie, 60 p.
• OVAA, J. 1958. Overzicht van de bodemgesteldheid van westelijk Zeeuws-Vlaanderen in het licht van genese en historie. Meded. van de Sticht, voor Bodemkart. Met boor en spade, 10: 70-88.
• PARENT, G.H. & BURNY, J. 1981 a. Esquisse écologique de la réserve naturelle du Zwin (Knokke-Heist, Belgique): Evolution dynamique du tapis végétal et relations entre l'avifaune et la végétation (1e partie). Les Naturalistes belges, 3-4: 49-86.
• PARENT, G.H. & BURNY, J. 1981 b. Esquisse écologique de la réserve naturelle du Zwin (Knokke-Heist, Belgique): Evolution dynamique du tapis végétal et relations entre l'avifauna et la végétation (2e partie). Les Naturalistes belges, 9-10: 201-231.
• PDL, 1974. Verslag van het studieverblijf in het Meetjesland. Onuitgegeven stencil, 27 p.
• PIETRASZKO, R. 1980. Waar een wil, is een bloemrijke weg. Natuurreservaten, 1 : 9-13.
• PILLEN, R. & DEHAEMERS, R. 1983. Biologische kwaliteit van een aantal hydrografische bekkens in het kustbekken. Waterzuiveringsmaatschappij van het kustbekken Oostende. 86 p.
• RAPPE, H. 1978. Terreinstudie over het duingebied de «Fonteintjes». Stentor jg. 14 nr. 1 : 22-28.
• RIJKSINSTITUUT VOOR NATUURBEHEER, 1979. Natuurbeheer in Nederland, Levensgemeenschappen. Pudoc, Wageningen. 392 p.
• SAEY, F. 1983. Het Drongengoedbos te Maldegem en Knesselare. Evaluatie van de bosfunkties, meer in het bijzonder van de sociale funktie. Onuitgeg. eindverhandeling, R.U. Gent. 185 p.
• SAEY, F. 1984. Het Drongengoed: landschapsgeschiedenis en beknopte voorstelling van enkele belangrijke plantengemeenschappen. In: Dag van het Drongengebied 6/10/84. (Knesselare). De Wielewaal, afdeling Aalter, 7 p.
• STIEPERAERE, H. 1965. De Nardo-Callunetea van het Westvlaams Houtland, in het bijzonder het Nardo-Galion Saxatilis. Onuitgegeven stencil. 43 p.
• STIEPERAERE, H. 1969. Les dernières stations d'Erica cinerea dans la région au Sud de Bruges. Buil. Soc. Roy. Bot. Belg. 102: 221-237.
• STIEPERAERE, H. 1970. Overzicht van de botanische en vegetatiekundige waarde van de terreinen langs het NAVO-vliegveld te Ursel. Onuitgeg. stencil. 14 p.
• STIEPERAERE, H. 1972a. Verslag van de Excursie naar Groot Burkel (Maldegem) op 13 mei 1972. Biol. Jaarb. jb. 40: 28-31.
• STIEPERAERE, H. 1972b. Gagea lutea (L.) Ker Gawl te Hertsberge (Prov. West-Vl., België). Gorteria 6: 24-27.
• STIEPERAERE, H. 1973. Verslag van de 1 mei excursie 1973 naar de bossen van het Westvlaams Hout/and. Biol. jb. Dodonea 41: 18-23.
• STIEPERAERE, H. 1974. Een floristisch-oecologisch landschapsanalyse van het Houtland tussen Sint-Joris en Tielt. Onuitgeg. licentiaatsverh., R.U. Gent, 150 p.
• STIEPERAERE, H. 1979. Heathlandvegetation with Erica cinerea on a felled pine plantation south of Bruges and its syntaxonomical relationships. Biol. jb. Dodo-nea47: 96-106.
• STIEPERAERE, H. 1984. De Oost- en Westvlaamse heiden in relatie tot de waterstand. In: Water voor Groen, Vierde Vlaams Wetenschappelijk Congres voor Groenvoorziening. V.U. Brussel (1984): 441-446.
• STIEPERAERE, H. & FRANSEN, K. 1982. Standaard/ijst van de Belgische vaatplanten, met aanduiding van hun zeldzaamheid en socio-oecologische groep. Dumortiera 22: 1-41.
• SWIMBERGHE, J. 1972a. Inventarisatie van Polderheggen ten noorden van Brugge. Gestencilde uitgave, 33 p.
• SWIMBERGHE, J. 1972b. Enkele waarnemingen en opmerkingen bij de voedseltrek van Wilde eenden in het Brugse. Stentor, jg. 10 nr. 2: 32-37.
• SWIMBERGHE, J. 1973. De populatiedichtheid en de verspreiding van de Kerkuil in de IJzerstreek, de Westvlaamse polders en de stad Brugge in 1970 en 1971. Euglena jg. 1 nr. 1 : 46-57.
• SYS, C. & VANDENHOUDT, H. 1972a. Verklarende tekst bij het kaartblad Eeklo 24 E. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 77 p.
• SYS, C. & VANDENHOUDT, H. 1972b. Verklarende tekst bij het kaartblad Knesselare 39 W. I.W.O.N.L.-uitgave, Gent, 90 p.
• TAVERNIER, R. & AMERYCKX, J. 1958. Geologie en Bodem. Uit: West-Vlaanderen. N.V. uitgeverij Meddens: 36-57.
• TAVERNIER, R. & AMERYCKX, R. 1970. Kust, Duinen, Polders. Atlas van België, blad 17. Uitgegeven door het Nationaal Comité voor geografie, Commissie voor de Nationale Atlas. 32 p.
• TAVERNIER, R. & MARECHAL, R. 1959. Bodemassociatiekaart van België. Natuurwet. Tijdschrift 41: 161-204.
• THACKER, C., 1979. Tuinen door de eeuwen heen. Ploegsma, Amsterdam. 288 p.
• TULIPPE, O. 1959. Bossen. Atlas van België (blad 29). Nationaal Comité voor geografie, 23 p. (Vertaler = F. Dussart).
• VAN DAELE, F. 1977. Kanaal zone Beernem. Sterven of overleven ? Onuitgegeven stencil. R.U. Gent, 140 p.
• VAN DE KERCKHOVE, O. 1984. Dagvlinderlijst uit het Drongengebied, 1973-1984. In: Dag van het Drongengoed 6/10/84 (Knesselare). De Wielewaal, afdeling Aalter. 1 p.
• VANDEN BERGHEN, C. 1947. Les prairies halophiles littorales. Les Nat. Belg. jg. 80, deel 28 (nrs. 9-10): 123-128.
• VAN DE VIJVERE, P. 1951. De biologische betekenis van het Zwin. Natuur en Stedeschoon, jg. 24 nr. 4: 33-36.
• VAN DE VIJVERE, P. 1957. De flora van het Zwin. Belg. Nat. Ver. der leraren in de biologie, jg. 3, nrs. 3-4, 5-13.
• VAN DE VIJVERE, P. 1958. De flora van West-Vlaanderen. Uit het boek «West-Vlaanderen». N.V. uitgeverij Meddens: p. 58-71.
• VAN GOMPEL, J. 1971. Hef voorkomen van de grutto in het weidegebied. Stentor jg. 10 nr. 4: 32-41.
• VAN GOMPEL, J. 1979a. Voorkomen en terreinstudie van enkele rietvogels in de Fonteintjes te Zeebrugge. De Wielewaal jg. 45: 221-227.
• VAN GOMPEL, J. 1979b. Het voorkomen van de velduil aan de Belgische kust. De Giervalk 69: 83-110.
• VAN GOMPEL, J. 1979e. De Fonteintjes, 12 ha duinmoeras in medebeheer van de vereniging. Natuurreservaten 1: 9-12.
• VAN GOMPEL, J. 1983. Het ornithologisch belang van de kustpolders. Documentatie bij de Polderdag, Brugge, 15.10.83. Gepolycopiëerde tekst 7 p.
• VAN GOMPEL, J. & VANHECKE, L. 1981. Natuurbehoud in de maritieme polders. Natuurreservaten nr. 3: 50-55.
• VAN HAPEREN, A.M.M. 1983. De vegetatie van Midden-Zeeland. Provinciale Planologische Dienst voor Zeeland. 77 p.
• VANHECKE, L. 1974. De Fonteintjes: statuut natuurreservaat dringend noodzakelijk. Euglena jg. 2, nr. 1 : 2-10.
• VANHECKE, L. 1976a. A propos de la distribution d'Hippuris vulgahs L. dans Ie district maritime Beige. Buil. Soc. Roy. Bot. Belg. 109: 67-82.
• VANHECKE, L. 1976b. Nieuwe gegevens over de verspreiding van enige wateren moerasplanten in de maritieme polders. Dumortiera 5: 3-14.
• VANHECKE, L. 1978. Hippuris vulgaris in de kustpolders. Aanvullende gegevens; aangepaste gezichtspunten. Dumortiera 10: 18-21.
• VANHECKE, L. 1979. Het nieuwe B.N. V. R.-reservaat «De Fonteintjes» een kennismaking. Natuurreservaten, 26e bulletin: 37-41.
• VANHECKE, L. 1983a. Het slijksparretje uit de Polders: Lidsteng. Natuurreservaten jg. 5, nr. 4: 103-106.
• VANHECKE, L. 1983b. Het botanische belang van de kustpolders. Documentatie bij de Polderdag, Brugge, 15/10/1983. Gepolycopiëerde tekst. 17 p.
• VANNIEUWENHUYZE, R. 1972. De Fonteintjes: broedvogelinventarisatie 1972 en bespreking van de voorjaarstrek. De Roerdomp 14(1): 11-19.
• VANNIEUWENHUYZE, R. 1975. Insekteninventarisatie van het heideveldje te Brugge. Stentor jg. 11 nr. 1 : 10-26.
• VERHULST, A. 1964. Het landschap in Vlaanderen in historisch perspectief. De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen, 128 p.
• VOET, H. & BECUWE, M. 1977. Resultaten van de midwintertellingen 1975/77 van waadvogels aan de Belgische kust en aan de Beneden-Schelde. De Wielewaal jg. 43: 265-270.
• VOGELAERS, D. 1985. Baggerwerken in de Hoekevaart, een onbekend natuurreservaat in de Zwinstreek. Persbericht, Streekfederatie Brugge-Oostkust, Bond Beter Leefmilieu. Niet gepagineerd.
• WERY, J. 1908. Excursions scientifiques sur le littoral beige: Bruxelles, Henri Lamertin. Libraire-éditeur, 223 p.
• WESTHOFF, V. & DEN HELD, A.J. 1975. Plantengemeenschappen in Nederland. Thieme en Cie-Zutphen, 324 p.
• WESTHOFF, V. et al. 1970. Wilde Planten. Flora en vegetatie in onze natuurgebieden. Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland. 3 banden. 320 p., 303 p., 359 p.
• YSSELING, M & SCHEYGAARD, A. 1977. Wat is dat voor een dier. Thieme, Zutphen. 256 p.

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.