headerbg bl
HomeNatuur en landschapNatuurBiologische WaarderingskaartDe Zandstreek - Het Zandgebied van Brugge-Maldegem-Eeklo + depressie van het kanaal Brugge-Gent - Fysisch milieu

De Zandstreek - Het Zandgebied van Brugge-Maldegem-Eeklo + depressie van het kanaal Brugge-Gent - Fysisch milieu

(Ameryckx 1958, 1977a,b, Vandenhoudt, Sys & Leys, 1971, Sys & Vandenhoudt, 1972)

1. Geologie/Lithologie
Het geologisch substraat wordt gevormd door subhorizontale, mariene lagen van het Tertiair namelijk het Eoceen, die zacht afhellen naar het noordnoordoosten. Van zuidwest naar noordoost treffen we de volgende tertiaire lagen aan: het Paniseliaan (zand tot kleiig zand), het Lediaan (kalkrijk, glauconiethoudend zand, fossielrijk) en het Sartoon (grijsgroene, glauconiethoudertde klei (= klei van Asse)). De Vlaamse Vallei (1) (het overgrote oostelijk deel van dit gebied) werd vóór de Eemtransgressie tot diep beneden de huidige zeespiegel uitgeschuurd. Deze vallei vormde de verbinding tussen de rivieren van het Scheldebekken en de Noordzee. Tijdens het Riss-Würm interglaciaal (namelijk het Emiaan) begon de opvulling van de Vlaamse Vallei vanaf de zee met estuariumsedimenten (assise van Oostende). Gedurende het Würmglaciaal werd deze vallei en de aansluitende depressie waar nu het kanaal Gent-Brugge gesitueerd is (1), gekolmateerd met niveo-fluviale en niveo-eolische zandige en lemige materialen. Ook buiten de depressie dekten deze sedimenten het tertiair substraat af. Rond Brugge werden de eerste niveo-eolische dekzanden (kwartsrijke, fijne tot matig fijne zanden) pas op het eind van het Volglaciaal door overheersende noordwestenwinden aangevoerd. Deze dekzanden vulden ook verder de Vlaamse Vallei op. Tijdens het Laatglaciaal (Dryas) en het Holoceen hadden zandverstuivingen en -afzettingen plaats. Uit het Holoceen dateren eveneens de vorming van veen en de sedimentatie van zandlemige en kleiige oppervlakteafzettingen in de depressies en langs waterlopen (recent alluvium) en op de hellingen (recent colluvium).

2. Reliëf/Geomorfologie
Het is een vlak gebied met een weinig (Vlaamse Vallei) tot iets meer uitgesproken microreliëf. Er zijn denivellaties van 2 meter. De hoogte varieert van 4 tot 15 meter (uitzonderlijk tot 20 meter). De laagste delen zijn de depressies (4-5 meter) en de beekdalen. Deze dalen tekenen zich zwak in het landschap af. In de Vlaamse Vallei is de maximale hoogte 11 meter. De quartaire deklaag is overwegend dik.

3. Hydrologie/Hydrografie
In dit vlakke gebied komt permanent grondwater voor tussen 0 en 3 meter. Het grondwater is permanent in die zin dat, hoewel de stand ervan in de loop van het jaar wisselt, steeds op relatief geringe diepte een grondwatertafel voorhanden is. De afwatering gebeurt via beken en kunstmatige watergangen. Ze monden uit in ofwel het kanaal Gent-Brugge, het Leopoldkanaal, het Schipdonkkanaal of het kanaal Gent-Terneuzen.

4. Pedologie
bwk_31_polders• De zandgronden zijn sterk vertegenwoordigd in dit gebied. Het zijn vooral matig droge tot matig natte gronden. Daar deze streek overwegend een oud ontginningsgebied is zijn de postspodosols (2) het meest aanwezig. Waar de ontginning van jongere datum is, treft men spodosols (2) aan.

Hier en daar vindt men ook droge tot zeer droge fijne zandgronden. Het zijn ofwel spodosols ofwel gronden zonder profielontwikkeling. Matig natte tot matig droge zandgronden zonder profielontwikkeling, eventueel met een bedolven profiel, beslaan grote oppervlakten in brede depressies en in het overgangsgebied tussen de zandstreek en de polders.

Bruine zandgronden treft men aan in de noordrand van de zandstreek; ze zijn meestal matig nat en hebben een weinig duidelijke kleur B-horizont.
• De lemig-zandgronden komen hier en daar voor in grote aaneengesloten gebieden, vooral in de Vlaamse Vallei. De matig natte lemig-zandgronden zijn postspodosols, bruine bodems en gronden zonder profielontwikkeling; de natte en zeer natte hebben geen profielontwikkeling.
• De licht zandleemgronden nemen maar een geringe oppervlakte in. Ze komen voor in associatie met de lemig-zandgronden.
• Zandleemgronden en kleigronden treft men lokaal aan in de beekvalleien. Ten zuiden van Brugge liggen enkele grote vlekken kleigronden (onder andere Wulgebroekmeersen, Leiemeersen).
• Veengronden vindt men in enkele depressies en in enkele beekvalleien. Het zijn zeer natte gronden.

5. Klimatologie
Het klimaat van het gebied is matig en vochtig, met een gemiddelde luchttemperatuur van 9,5°-10°C (jaargemiddelde). Het jaargemiddelde van de neerslag bedraagt 800 mm, tamelijk gelijkmatig verdeeld over het jaar.

(1) Zowel de Vlaamse Vallei als de depressie waarin later het kanaal Gent-Brugge werd gegraven, zijn van semi-fluviatiele oorsprong.

(2) De vroegere benamingen van Spodosol en Postspodosol zijn respectievelijk Podzol en Postpodzol.

AfdrukkenE-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.