headerbg bl

De Duinstreek - Fysisch milieu

(naar Ameryckx, 1954; Tavernier & Ameryckx, 1970)

1. Geologie/Lithologie
Tijdens het Atlanticum heeft zich een eerste duingordel gevormd. Door de Duinkerken-l-transgressie werd deze echter doorbroken en praktisch volledig opgeruimd. Enkel te Adinkerke (Kaartblad 20) en te De Panne (Kaartblad 12) zijn er nog restanten van deze gordel te vinden; men noemt ze de oude binnenduinen.

Een nieuwe duingordel vormde zich gedurende de Romeinse regressie. Deze werd op zijn beurt door de Duinkerken-ll-transgressie doorbroken en grotendeels afgebroken. Slechts enkele kleine gedeelten blijven er nu nog van over; het zijn de middeloude binnenduinen van Bredene-Klemskerke-Vlissegem en van Westende (Kaartblad 12).

Tijdens de Karolingische regressie vormde zich opnieuw een duingordel. Deze duingordel bestaat nu nog altijd (de jonge duinen) hoewel ze ook op twee plaatsen werd doorbroken gedurende de Duinkerken-lll-transgressie, namelijk ter hoogte van het huidige Nieuwpoort en het Zwin. Hoe het uiteindelijke duingebied van Knokke-Heist ontstaan is (zie Ontstaansgeschiedenis). Het materiaal van het jonge duinlandschap bestaat in hoofdzaak uit zand van nogal wisselende samenstelling. De korrelgrootteverdeling ervan kan variëren door de selecterende windwerking tijdens en na de afzetting. Bij sterke wind wordt er grover materiaal afgezet dan bij kalme wind. Bovendien kunnen op plaatsen die aan de wind zijn blootgesteld, de fijne delen uitwaaien zodat grover zand achterblijft. Zodoende is het zand aan de lijzijde van de duinen iets grover dan dat aan de luwzijde. Hierdoor is ook de onregelmatig gelaagde opbouw (kriskrasgelaagdheid) van sommige duinen te verklaren. Het kalkgehalte van het duinzand varieert, doch is meestal hoog (vaak meer dan 10 %). Hierbij moet opgemerkt worden dat het duinzand te Knokke zuurder is dan het zand aan de Westkust (Depuydt, 1972).

In de randgebieden tussen polders en duinen, in sommige pannen met een natte, zure vegetatie (Kaartblad 12) en in de oudere binnenduinen (Kaartblad 12) is er een sterke ontkalking gebeurd.

2. Geomorfologie/Reliëf
De huidige zeeduinen werden gevormd door opwaaiing en fixatie van zeezand op de strandvlakte gelegen vóór de buitenpolders.

Deze duinen hebben belangrijke veranderingen ondergaan voornamelijk ten gevolge van de regularisatie van de kustlijn en van de verstuivingen binnen het duinlandschap. Tijdens het dichtslibben van de Zwininham ontwikkelden de duinen zich verder in oostelijke richting en nam de breedte toe in noordelijke richting.

De duinstreek bezit een sterk golvend reliëf. Op korte afstand wisselen hoge en lage delen elkaar af (duinen en pannen). Sommige pannen zijn vlak, andere pannen vertonen talloze verhevenheden (= embryonale duinen) (Kaartblad 12).

De schorvlakte van het Zwin is zeer laag gelegen en wordt doorsneden door enkele geulen. Sommige delen worden nog dagelijks overspoeld door de zee, andere enkel bij springvloed.

3. Hydrologie
In het duinzand dringt het regenwater zeer snel in. Ondergronds wordt er een zoetwaterzak (of -lens) gevormd. Door kwelwerking sijpelt er water door naar de polders. Deze zoetwaterzak is een ondergrondse zeewering; hij belet dat er zeewater doordringt tot in de polders. Door de waterwinning in de duinen is deze toestand op vele plaatsen echter veranderd. Slechts in enkele delen vindt men ze nog min of meer onveranderd terug zoals bijvoorbeeld in de Houtsaegerduinen aan de Westkust (Kaartblad 12). Hier aan de Oostkust zijn de ‘Zwinbosjes’ nog intact; dit komt gedeeltelijk doordat slibhoudende zanden hydrologisch minder extreem zijn. Het Golfplein is echter sterk aangetast (waterwinning).

4. Pedologie
De duinen bestaan over het algemeen uit grofkorrelig, kalkrijk zand. Aan de Oostkust ligt het kalkpercentage echter lager. Doordat het duingebied van het Knokse nog vrijwel geheel primair van opbouw is (dus niet gesecundariseerd naar een paraboolduinensysteem zoals aan de Westkust) en door zijn ontstaan als wad (zie Ontstaansgeschiedenis) bevat het zand bovendien op veel plaatsen een licht slib-(klei-) gehalte. Dit gehalte kan echter sterk variëren.

5. Klimatologie
Het klimaat van het gebied is matig en vochtig, met een gemiddelde luchttemperatuur van 9,5°C (jaargemiddelde). Het jaargemiddelde van de neerslag bedraagt 782 mm, tamelijk gelijkmatig verdeeld over het jaar.

Gebiedenlijst inhoudstafel |

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.