headerbg bl
HomeNatuur en landschapLandschapsvormingOnderwaterrelief NoordzeeDe ontstaansgeschiedenis in relatie tot het heersende klimaat – deel 1

De ontstaansgeschiedenis in relatie tot het heersende klimaat – deel 1

De Saale ijstijd en de leegloop van het “Noordzee-ijsmeer”

Tijdens de voorlaatste ijstijd, de Saale ijstijd (128.000-238.000 jaar geleden) vormde zich een ijsmeer tussen de ijskappen in het noorden en een richel in het zuiden ter hoogte van de Straat van Dover (Gibbard 2007). Het peil van dit meer was vergelijkbaar met het huidige gemiddeld zeeniveau. Het Rijn-Maas systeem mondde uit in dit meer en vormde een delta dicht bij de huidige Nederlandse kustlijn. Aan het einde van de ijstijd steeg het niveau van het meer zo sterk dat de richel in de Straat van Dover doorbrak en het meer leeg liep. Grote rivieren, zoals de Maas in Nederland en een voorloper van de Schelde in België, sneden zich diep in en zochten hun weg naar het zuiden richting de Straat van Dover met het dalende waterniveau mee (zie figuur). Op die manier werd de ‘Oostende Vallei’ gevormd, een brede riviervallei van wel 10 km breed. Deze riviervallei is nu nog steeds aanwezig, opgevuld en bedolven onder de zandbanken voor de kust van het huidige Oostende.

landschap-mathys-008

Insnijding van de Maas en de rivieren van de Vlaamse Vallei tijdens de Saale ijstijd, toen een ijsmeer leegliep via de Straat van Dover. Reconstructie van het Nederlandse deel is aangepast naar Busschers et al. 2007.

De Eem tussenijstijd, toen de zee opnieuw het land binnendrong

Tijdens de daaropvolgende tussenijstijd, het Eem (128.000-116.000 jaar geleden), verbeterde het klimaat drastisch. De ijskappen smolten verder af en de zeespiegelstijging zette zich door. Tijdens de zeespiegelstijging van het Eem, overstroomde de zee de vroegere ingesneden valleien, die veranderden in estuaria. Ook de Oostende Vallei evolueerde snel in een typisch trechtervormig, getijdengedomineerd estuarium, vergelijkbaar met de huidige Westerschelde, maar dan bijna twee keer zo breed (zie figuur). Dit estuarium bestond uit een systeem van meanderende getijdengeulen, omgeven door schorren en slikken.

landschap-mathys-009
Ontwikkeling van een estuarium in de Oostende Vallei tijdens de Eem tussenijstijd (links). Met het stijgen van de zeespiegel migreerde het estuariumsysteem mee landwaarts, richting de Vlaamse Vallei. Dit estuarium was te vergelijken met de huidige Westerschelde, maar dan bijna twee keer zo breed (naar Mathys 2009 en Scheldeatlas).


Met het stijgen van het zeeniveau verplaatste het estuarium zich steeds verder stroomopwaarts in de richting van de Vlaamse Vallei. Ook de kustlijn migreerde landwaarts, en vooroevererosie en mariene afvlakking maakten de estuariene opvullingen gelijk met de zeebodem. In het zeewaartse gebied was de vooroevererosie zo sterk, dat resten van de vroegere Eem afzettingen enkel nog in depressies in het Top-Paleogeen oppervlak teruggevonden worden. Toen de zeespiegel tijdens het Eem zijn maximum niveau bereikte, vergelijkbaar met het huidige niveau, lag de kustlijn ongeveer 7 km landinwaarts van de huidige kustlijn (nabij Brugge). Net zoals de Oostende Vallei, werd nu ook de Vlaamse Vallei overspoeld door de zee. De mariene invloed reikte in deze vallei tot 40 km landinwaarts (De Moor et al. 1996). Een groot deel van de Vlaamse Vallei veranderde in een estuarium baai (zie figuur).

landschap-mathys-010
Bij de maximale zeespiegelstand tijdens het Eem, reikte de zeeinvloed tot 40 km landinwaarts. De Oostendse Vallei was nu volledig opgevuld en overspoeld door de zee. De Vlaamse Vallei ontwikkelde zich tot een estuarium baai (naar Mathys 2009, De Moor & Heyse 1978 en Mostaert & De Moor 1989°.


Tijdens de Eem zeespiegelstijging werd een grindlaag afgezet, waarvan men nu nog resten terugvindt in de geulen tussen de banken, bovenop het Paleogeen. Deze grindlaag loopt ook door onder de zandbanken. Ze werd afgezet toen de terugschrijdende kustlijn vroegere grindrijke opvullingen van de Maas en Oostende Vallei aansneed, waarna deze grinden verdeeld werden als een marien transgressiegrind. Een deel van de laag kan ook bestaan uit grofkorrelig materiaal dat lokaal uitgesorteerd werd uit het direct onderliggende Paleogee substraat (zoals schelpen, vroegere Paleogene rivieropvullingen, concreties, zandsteenbanken).

De laatste (Weichsel) ijstijd: opnieuw droog en koud

Ongeveer 116.000 jaar geleden brak de laatste ijstijd aan, de Weichsel ijstijd. Door ijsuitbreiding daalde het zeeniveau opnieuw en weldra lag de Noordzee droog. In onze streken werd het klimaat koud en zeer vochtig (Verbruggen et al. 1991). Dit veroorzaakte andermaal een diepe insnijding van de Vlaamse Vallei rivieren naar de Oostende Vallei toe. Op het einde van de ijstijd, 25.000 jaar geleden, werd het klimaat zeer koud en droog wat weinig plantengroei toeliet. Windactiviteit overheerste en vroegere rivierafzettingen werden opgewaaid tot dekzandruggen die langzaam de Vlaamse Vallei afdamden. Het hele noordwaarts gerichte afvoersysteem van de Vlaamse Vallei werd gedwongen oostwaarts af te buigen (De Moor en Van De Velde 1995). De Oostende Vallei was nu niet langer verbonden met de Vlaamse Vallei. Resten van deze dekzandruggen zijn nog steeds duidelijk te zien in het huidige landschap, het zijn de hogergelegen zandige delen tussen Maldegem en Stekene (zie figuur).

landschap-mathys-011

Afdamming van de Vlaamse Vallei door dekzandruggen, opgewaaid tijdens de zeer droge en koude Weichsel ijstijd (naar Mathys 2009).

Nieuwe opwarmingsfase betekent nieuwe zeespiegelstijging

Na de laatste ijstijd, bij de start van het Holoceen, verbeterde het klimaat. In die periode (ongeveer 12.500 jaar geleden), drong het stijgende water het zuidelijke deel van de Noordzee opnieuw binnen. Aanvankelijk plantte de getijdengolf zich als een gedempte golf voort in noordwaartse richting langs de Belgische en Nederlandse kusten. Door het verbreden van het bekken naar het noorden toe en door het remmende effect van de ondiepe Noordzee, nam de getijdenamplitude zeer snel af weg van de Straat van Dover. Dat resulteerde in kleine verschillen tussen hoog- en laagwaterniveau in bijna de gehele zuidelijke Noordzee (getijdenamplitude <2m). Waarschijnlijk ontwikkelde zich in deze Vroeg-Holocene periode een open getijdengebied in het zuidelijk deel van de Noordzee, vergelijkbaar met het huidige Duitse Noordzeegebied. Het gebied bestond uit een systeem van zand- en slibplaten, doorsneden door getijdengeulen (zie figuur). Omdat de stijgende zeespiegel ook het grondwaterniveau omhoog stuwde, was het overstroomde getijdengebied landwaarts afgezoomd met zoetwatermoerassen. Hierin stapelde zich dood plantenmateriaal op in de vorm van veen, gekend als basisveen (Baeteman 2007).

landschap-mathys-012
Ongeveer 11.000 jaar geleden ontwikkelde zich in de zuidelijke Noordzee een open getijdengebied, vergelijkbaar met het huidige Duitse Noordzeegebied (naar Mathys 2009).

Vorming en terugschrijding van kustbarrière en waddengebied doen eerste zandbanken ontstaan

Door het stijgende zeeniveau werd het Noordzeebekken dieper. Het getij ondervond hierdoor minder remming en kon de zuidelijke Noordzee verder binnendringen. Zo’n 9500 jaar geleden was het bekken groot genoeg voor de vorming van golven aan zijn oostelijke kust, die op hun beurt een kustbarrière van zandige eilanden deden ontstaan. Achter deze kustbarrière ontwikkelde zich een waddengebied, bestaande uit een geheel van getijdengeulen en al dan niet begroeide zand- en slibplaten (i.e. slikken en schorren)(zie figuur). Omdat de zeespiegel nog te snel (0,7 cm/jaar) steeg, werd de kustlijn echter gedwongen landwaarts terug te schrijden (Beets & van der Spek 2000). Dit ging gepaard met erosie van de wadafzettingen en met de afzetting van een dunne grindlaag met daarboven een restlaag van zand. Stormen boetseerden uit deze zandlaag banken, die al dan niet met de kust verbonden waren. Deze banken zijn veel lager en meer afgerond dan de getijdenbanken zoals we die vandaag kennen. Herwerkte resten van de grindlaag vind je ook vandaag nog terug in de getijdengeulen tussen de huidige zandbanken en in de banken bovenop de geërodeerde wadafzettingen.

landschap-mathys-013
Vorming van een kustbarrière vanaf ongeveer 9500 jaar geleden. Door de zeer snelle zeespiegelstijging werd de kustlijn gedwongen zich landwaarts te verplaatsen. Landwaarts van de kustbarrière vormde zich een waddengebied, zeewaarts ervan ontwikkelden zich kustnabije door storm gegenereerde banken (o.a. de Gootebank en Akkaertbank)(naar Mathys 2009 en Baeteman 2005).


Op basis van vormelijke kenmerken kunnen de huidige Gootebank en Akkaertbank hoogstwaarschijnlijk tot deze oude kustverbonden zandruggen worden gerekend. Hun positie ten opzichte van vroegere kustlijnen suggereert dat de Gootebank en Akkaertbank respectievelijk rond 9500 en 8900 jaar geleden zijn ontstaan (zie figuur boven). Bij een iets hoger zeeniveau vormden zich rond 8400 en 7500 jaar geleden meer landwaarts nog drie parallelle zandruggen. Met de steeds verder stijgende zeespiegel kwamen de zandruggen los van de kustlijn, terwijl ze verder bleven aangroeien. Gebaseerd op de bewaarde afmetingen ervan wordt aangenomen dat de buitenste en middelste rug deze vorm ruwweg aannamen respectievelijk ongeveer 7700 en 7000 jaar geleden.

landschap-mathys-014
Zeewaarts van de kustbarrière vormden zich kustnabije door storm gegenereerde banken (o.a. de Gootebank en de Akkaertbank). Rond 8000 jaar geleden bereikte de kustbarrière in het westen voor het eerst de huidige kustlijn (naar Mathys 2009 en Baetman 2005).

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.