headerbg bl
HomeNatuur en landschapLandschapsvormingOnderwaterrelief NoordzeeDe ontstaansgeschiedenis in relatie tot het heersende klimaat – deel 2

De ontstaansgeschiedenis in relatie tot het heersende klimaat – deel 2

 

Stabilisatie van de kustbarrière zo’n 7500 jaar geleden

Zo’n 7500 jaar geleden vertraagde de relatieve zeespiegelstijging van 0,7 cm/jaar tot 0,4-0,25 cm/jaar. Nu de zee het land iets meer met rust liet, begon het waddengebied op te slibben en de kustbarrière te stabiliseren. Door dit opslibben evolueerde de zoutwater (schorre) vegetatie geleidelijk aan naar een zoetwater(riet)vegetatie. Dit zogenaamde kustveenmoeras of zoetwatermoeras gaf aanleiding tot ophoping van veen (Baeteman 2007) (zie figuur). In de westelijke kustvlakte bereikte de kustlijn 7500 jaar geleden zijn meest landwaartse positie. De kustbarrière stabiliseerde ongeveer 3 km landinwaarts van de huidige kustlijn (Baeteman 2005). De barrière schreed terug evenwijdig aan zijn vorige positie en hield een rechte kustlijn aan. Omdat ze een hoek vormt ten opzichte van de huidige kustlijn lijkt het alsof de kustlijn verder terugschreed in de westelijke Kustvlakte.

landschap-mathys-015
Ongeveer 7500 jaar geleden bereikte de kustlijn zijn meest landwaartse positie in het westen, ongeveer drie kilometer landinwaarts van de huidige kustlijn. Tevens stabiliseerde de kustbarrière door een eerste vertraging van de zeespiegelstijging (naar Mathys 2009 en Baeteman 2005).

 

De vorming van de getijdenbanken 7000 jaar geleden

Vermits de zeespiegel bleef stijgen, kon een toenemende hoeveelheid getijdenenergie vanuit het noorden de zuidelijke Noordzee binnendringen. De verschillen tussen laag en hoogwaterniveau (de getijdenamplitude) en variaties in stromingssterkte bleven tot omstreeks 7000 jaar geleden toenemen. Door de grotere waterdieptes kon het getij de kust steeds dichter naderen. Finaal leidde dit ertoe dat het tot dan toe kustwaarts gerichte zandtransport veranderde in een transport van slib en zand evenwijdig met de kust (een zogenaamde ‘littorale drift’). Dit getijdensysteem is sinds circa 7000 jaar geleden gestabiliseerd en zorgt ook vandaag nog voor een getijdenamplitude van meer dan 4m. Sinds die tijd is het bovenste gedeelte van de Vlaamse Banken en de Hinder Banken, het eigenlijke getijdenbankgedeelte, zich beginnen ontwikkelen bovenop de stormgegenereerde zandruggen (zie figuur).

landschap-mathys-016
Pas toen het huidige getijdensysteem voor onze kust vorm kreeg zo’n 7000 jaar geleden, startte de ontwikkeling van de Vlaamse Banken en de Hinderbanken. Deze getijdenbanken ontwikkelden zich bovenop eerdere door stormen gecreëerde zandruggen (naar Mathys 2009 en Baeteman 2005).



De verandering in sedimenttransportrichting zou gedeeltelijk het verschil in oriëntatie kunnen verklaren tussen enerzijds de Zeeland Banken en anderzijds de Vlaamse Banken en Hinderbanken. De Zeeland Banken liggen min of meer evenwijdig aan de kust en zijn vermoedelijk gevormd toen zand en slib nog loodrecht op de kustlijn werden aangevoerd. Toen deze aanvoer niet langer loodrecht, maar evenwijdig met de kustlijn ging verlopen, vormden zich zandbanken (de Vlaamse Banken en de Hinder Banken) die een hoek maken met de huidige kustlijn. Een geval apart is de Thorntonbank. Deze zandbank, waar intussen het eerste offshore windpark is gebouwd, is duidelijk een getijdenbank, maar ligt evenwijdig aan de Gootebank en Akkaertbank en aan de huidige kustlijn. Deze is mogelijk gevormd toen de sedimenttransportrichting nog kustwaarts gericht was, maar de getijdenstromingen reeds sterk genoeg waren om getijdenbanken te vormen in de dieper gelegen offshore gebieden (iets eerder dan 7000 jaar geleden). Waarschijnlijk ontwikkelden zich vanaf 7000 jaar geleden ook zandduinen op de op dat moment niet meer actieve door stormen opgeworpen zandruggen van de Gootebank en Akkaertbank.
Er is een sterk vermoeden dat de Vlaamse Banken en de Hinderbanken zich zo’n 7000 jaar geleden gelijktijdig vormden, als antwoord van de zeebodem op een geschikt getijdenregime. Het materiaal waaruit deze getijdenzandbanken zijn opgebouwd, is afkomstig van plaatselijke erosie van onderliggende sedimenten. Dit kon afgeleid worden uit het dikwijls erosief karakter van de basis van de banken en de aanwezigheid van diep ingesneden geulen er tussenin. Het is door de vorming van de getijdenbanken en de erosie in de tussenliggende geulen dat de onderliggende afzettingen zo fragmentarisch zijn en onregelmatig voorkomen. We veronderstellen dat deze afzettingen, die we nu enkel aan de basis van de banken waarnemen, oorspronkelijk over grote gebieden van het Belgisch deel van de Noordzee voorkwamen, voordat ze geërodeerd werden bij de vorming van de zandbanken.

Zeewaartse uitbouw van de kustbarrière

De zeespiegelstijging verloor steeds meer zijn stuwende kracht en nam verder af tot een gemiddelde van 0,07 cm/jaar rond 5500-5000 jaar geleden. De relatieve zeespiegelstijging vertraagde zodanig dat de kustbarrière zich zeewaarts begon uit te breiden, over de eerdere afzettingen heen. Op dat moment lag de kustbarrière in het westen opnieuw zeewaarts van de huidige kustlijn. In het oosten was ze over de kustnabije stormgegenereerde zandrug geschoven (zie figuur boven). Ondertussen duurden de periodes van veengroei steeds langer en breidden de kustveenmoerassen zich steeds verder uit. Tussen 5500 en 4500 jaar geleden was bijna de gehele kustvlakte veranderd in een kustveenmoeras met veenophoping, het zogenaamde oppervlakteveen (Baeteman 2007)(zie figuur boven).

Waddengebied doet herintrede, de kustbarrière schrijdt terug

Na 2000-3000 jaar van onafgebroken veengroei, begon de zee opnieuw de kustzone binnen te dringen. Achter de kustbarrière herstelde het waddengebied zich en veengebieden werden opnieuw overstroomd door de zee. De hernieuwde intrede van een getijdensysteem was deze keer niet het gevolg van zeespiegelstijging. Het zeeniveau steeg immers nog steeds met dezelfde sterk afgezwakte trend als tijdens de veenvorming. Waarschijnlijker is dat deze toegenomen zee-invloed het gevolg was van de uitschuring van vroegere getijdengeulen door een verhoogde waterafvoer vanuit het binnenland. Deze toegenomen waterafvoer wordt toegeschreven aan een klimatologische verandering circa 2800 jaar geleden, in combinatie met menselijke activiteiten (Baeteman 2007). Door inklinken van het veen en instorten van geulranden, kwam het oppervlak van de kustvlakte in een lagere positie te liggen. Dit resulteerde in een diepe verticale insnijding van de getijdengeulen. Het sediment nodig voor de opvulling van deze diepe geulen kwam van de vroegere getijdengeulen en de afkalvende vooroever. Het gevolg hiervan was dat de kustbarrière opnieuw terugschreed, hierbij de eerdere wadafzettingen wegspoelend (zie figuur).

Pas 1400-1200 jaar geleden (550-750 n. Chr.) geraakten de sedimenttoevoer en de komberging terug in evenwicht met de zeespiegelstijging, en kon de kustvlakte opnieuw evolueren tot een schorren- en slikkenmilieu. Omdat er geen sediment meer nodig was voor de opvulling van de overblijvende getijdengeulen, vertraagde en stopte de barrière-terugschrijding. De kustlijn bevond zich in het westen nu ter hoogte van de huidige positie, terwijl ze in het oosten nog ongeveer 10 km zeewaarts van de huidige kustlijn verwijderd bleef. Daar vormde ze de zeewaartse grens van het ‘verdronken’ eiland Wulpen (zie figuur). De kustlijn bleef nog minstens tot het begin van de 15de eeuw in die positie.

landschap-mathys-017
Klimatologische veranderingen met een verhoogde regenwaterafvoer vanaf circa 2800 jaar geleden - in combinatie met menselijke ingrepen in het kustgebied - zorgden voor een verlaging van het niveau van de kustvlakte. Hierdoor konden getijdengeulen zich dieper insnijden in het nog jonge, moerassige land en het waddengebied herstellen.Tevens schreed de kustbarrière terug (naar Mathys 2009 en Augustyn 1995).

 

De voorlopig laatste episode, met de middeleeuwse mens in een hoofdrol

De finale barrièreterugschrijding tot aan de huidige kustlijn was mede een gevolg van menselijke ingrepen. Het niet onderhouden van de dijken, de bouw van havens en de omvorming van het natuurlijke duinlandschap naar een kunstmatig landschap leidden tot een langzame maar onomkeerbare degradatie van dit kustgebied vanaf de 12de eeuw (Augustyn 1995). Hevige noordwestenstormen kregen grip op het duinlandschap en versnelden de achteruitgang, tot uiteindelijk in 1404 een noordwestenstormvloed de duinreep compleet vernietigde. Tijdens deze storm verdronk o.a. het gehele eiland Wulpen (zie figuur).

landschap-mathys-018
Menselijke ingrepen in de middeleeuwen resulteerden in een verdere terugschrijding van de kustbarrière tot het huidige niveau. In de Westerscheldemonding verdronken meerdere eilanden en een nieuw evenwicht zou pas bereikt worden na het midden van de 16de eeuw (naar Mathys 2009).


Deze veranderingen resulteerden in sterkere getijdenstromingen in de monding van de Westerschelde. Pas na het midden van de 16de eeuw ontstond hier een nieuw evenwicht met een sterk verdiept en door stormen verdronken oppervlak. Tot dan bleven de contouren van het verdronken eiland waarneembaar (Augustyn 1995). Daarna zetten de modderige sedimenten van de geërodeerde vroegere waddengebieden zich af in het beschutte gebied tussen Walcheren en een ondiepte nabij de huidige Wenduine Bank. Het zijn deze afzettingen die waarschijnlijk aan de oorsprong liggen van het huidige, slibrijke gebied tussen de Westerscheldemonding en Oostende.

De toekomst van onze kustzone

De Kustbanken vormden zich als laatste, bovenop deze slibrijke afzettingen (zie figuur). Gebaseerd op morfologische aanwijzingen vertegenwoordigen deze banken kustverbonden zandruggen. Ze ontwikkelden zich gelijktijdig als een reactie van de zeebodem op een geschikt regime van golven en getij. Ze vormden zich dus niet als gevolg van een terugschrijdende kustlijn, daar die reeds de huidige positie had bereikt voor de zandruggen zich konden vormen. Mede omdat deze recentst gevormde zandbanken zich in het ondiepste kustwater bevinden - met zijn haventoegangen, baggerwerken en andere menselijke ingrepen - zijn ze minder stabiel dan de meer zeewaarts gelegen Zeeland-, Vlaamse- en Hinderbanken.

landschap-mathys-019
De Kustbanken vormden zich als laatste, bovenop slibrijke afzettingen die vermoedelijk afkomstig zijn van vroegere, weggespoelde waddengebieden (naar Mathys 2009).


Hoe het kustgebied zich verder zal ontwikkelen blijft nog maar de vraag. De huidige zeespiegelstijging en de plannen om deze het hoofd te bieden (Kustveiligheidsplan, ‘Vlaamse Baaien’) zijn hierin belangrijke elementen en zullen ongetwijfeld voer zijn voor nog veel discussie. In elk geval leert de geologische Quartairgeschiedenis van onze kustzone hoe belangrijk het is terug te vallen op degelijk onderzoek en compilatie van data door experten. In dit artikel, dat gebaseerd is op een doctoraatsstudie, kon voor de eerste keer de geologische evolutiegeschiedenis van het Belgisch deel van de Noordzee gereconstrueerd worden, dankzij de gedetailleerde studie van seismische profielen en boorkernen. Het toont aan hoe nuttig de kennis over de ontwikkeling van estuaria en de natuurlijke evolutie van vroegere kustlijnen kan zijn bij het inschatten van toekomstige kustlijnmigraties in het licht van verdere zeespiegelstijging. Daarnaast is betrouwbare kennis van de geologische evolutie en van de aard en samenstelling van de ondiepe ondergrond o.a. ook onontbeerlijk bij het plaatsen van offshore windmolens, het aanduiden van zandextractiezones en bij ecologisch onderzoek in de Noordzee.

 

 

AfdrukkenE-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.