headerbg bl
HomeNatuur en landschapLandschapsvormingOnderwaterrelief NoordzeeWat de aard van de zeebodem zegt over zijn verleden

Wat de aard van de zeebodem zegt over zijn verleden

Het ontstaan van onze getijdenbanken

Het is geen toeval dat het Belgisch deel van de Noordzee zoveel zandbanken herbergt. Dit gebied kent immers sterke getijdenstromingen met snelheden van wel 50 tot 150 cm/s en een getijdenamplitude (= verschil tussen hoogwater en laagwater niveau) van iets minder dan 4 m bij doodtij en meer dan 5 m bij springtij. Als er nu ook nog voldoende zand voorradig is, zijn dit de ideale omstandigheden voor de vorming van getijdenbanken. Doordat deze laatste een kleine hoek maken met de heersende stroming wordt één kant van de bank meer blootgesteld aan de vloedstroming en de andere kant meer aan de ebstroming. Dit zorgt voor een ronddraaiende of circulaire stroming rond de banken waardoor zand er ophoopt en de bank stabiliseert of verder aangroeit. Die verschillende stroming aan weerskanten van de bank heeft ook zijn invloed op de zandduinen. Steeds zijn die naar de kam van de bank toe gericht.

Naast zand ook grind en extra fijn materiaal

Ondanks wat onze brede zandstranden bij laagtij laten vermoeden, bestaat de verdere bodem van de zee niet uit een doorlopende zandlaag. De getijdenbanken zijn dan wel hoofdzakelijk opgebouwd uit zand, in de geulen tussen de banken is er soms heel weinig zand aanwezig. Met name tussen de Hinderbanken, de Zeelandbanken en de Vlaamse Banken getuigt een dunne grindlaag van wat zich in het vroegere Quartair heeft afgespeeld (zie figuur). Dit grof materiaal bevindt zich bovenop de klei van veel oudere Tertiaire afzettingen (vroeger Tertiair, nu Paleogeen genaamd; zie ook kadertekstje Geologische chronologie). En kustnabij, tussen de Westerscheldemonding en Oostende, komt een slibrijk gebied voor (zie figuur). De zandduinen bovenop de zandbanken zijn meestal opgebouwd uit grover zand dan de banken zelf.

landschap-mathys-005

Voorkomen van grind en grof zand (links) en van fijn materiaal (in % silt-klei; rechts) in het Belgisch deel van de Noordzee. Bemerk de grindvelden in de geulen tussen de offshore zandbanken, en het slibveld tussen de Scheldemonding en Oostende (naar Van Lancker et al., 2007).


De geologische chronologie en de zeespiegel

De bovenste laag van de zeebodem met daarop de zandbanken, werd afgezet tijdens het Quartair. Het Quartair is een periode die loopt van 2,6 miljoen jaar geleden en nog steeds voortduurt. Quartaire sedimenten zijn dus de recentste afzettingen die ter hoogte van de zeebodem voorkomen. De periode wordt ingedeeld in het oudere Pleistoceen en het huidige Holoceen. Het Pleistoceen kende een afwisseling van ijstijden en tussenijstijden, overeenstemmend met zeespiegeldalingen en zeespiegelstijgingen (zie figuur). Het huidige Holoceen startte ongeveer 10.000 jaar geleden, na de laatste ijstijd.

landschap-mathys-006
Geologische tijdsschaal met overeenkomstige zeespiegelniveaus (gemiddelde in m). De ijstijden en warmere periodes tussenin zijn perfect af te lezen: in warmere periodes smelt veel ijs en rijst het zeepeil, terwijl in de piek van een ijstijd zoveel water vervat zit in gletsjers en ijskappen dat het zeeniveau tot 120 m lager dan het huidige kan staan’ (naar Cutler et al. 2003).

Een dunne Quartaire laag bovenop oudere afzettingen

In het Belgisch deel van de Noordzee zijn slechts aanwijzingen en afzettingen teruggevonden die gaan tot aan de voorlaatste ijstijd: de Saale ijstijd. Daaronder liggen veel oudere afzettingen, die meer dan 23 miljoen jaar geleden afgezet zijn tijdens het Paleogeen (vroeger het Tertiair genoemd). De Quartaire afzettingen in het Belgisch deel van de Noordzee zijn op weinig plaatsen dikker dan 5 m (zie figuur). Bovendien zijn ze gefragmenteerd. Het is een onvolledig overblijfsel van een lange periode van complexe en dynamische veranderingen in de afzettingsomstandigheden. De dikste pakketten komen voor ter hoogte van de zandbanken en in een diepe vallei die uitgesneden is in de Paleogene ondergrond, de zogenaamde Oostende Vallei (zie verder). De gehele Quartaire geschiedenis van dit gebied zit als het ware vervat tussen die insnijding en de vorming van de zandbanken.

landschap-mathys-007

De dikte van de Quartaire afzettingen in het Belgisch deel van de Noordzee is met circa 5 m veelal beperkt te noemen. Enkel ter hoogte van de zandbanken en de Oostendse Vallei loopt die op tot 20-45m (naar Mathys 2009)

De opbouw van een zandbank zelf

Het zou een vergissing zijn de zandbanken te zien als simpele zandophopingen. Ze zijn gevormd tijdens verschillende geologische fasen, waardoor de samenstelling van de banken heel divers is. Het is enkel het bovenste, zandige gedeelte dat kenmerkend is voor de huidige getijdenstromingen en dat de eigenlijke getijdenbank voorstelt. De basis van de banken bestaat uit heel ander materiaal en vertelt het verhaal van de vroegere afzettingen die niet in open zee gevormd werden.

Daar waar de zandbanken nog een volledige opeenvolging van afzettingen toont, bestaat deze van onder naar boven uit:
(1) estuariene sedimenten afgezet in een vroegere riviervallei, in een milieu vergelijkbaar met de huidige Westerschelde
(2) schorren, slikken en getijdengeulen zoals men terugvindt in de ondergrond van de huidige Kustvlakte, afgezet landwaarts van een kustbarrière (Baeteman 2007)
(3) resten van kustnabije banken, gevormd onder storminvloed
(4) geërodeerde en herwerkte resten van vroegere schorren en slikken, afgezet na het terugschrijden van de kustlijn en sterke erosie ter hoogte van de Westerscheldemonding.

Om dit alles nog wat aanschouwelijker te maken, overlopen we in wat volgt - in chronologische volgorde - deze ontstaansgeschiedenis in relatie tot het toen heersende klimaat.

AfdrukkenE-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.