headerbg bl

Twee legenden in de Pagus Rodanensis

Twee legenden in de Pagus Rodanensis

Rene De Keyser

De kerkrekening van Oostkerke voor 1512-13, bevat een, voor de verering van Sint Guthago, zeer interessante betalingspost. Namelijk die welke vermeldt dat op ommegangdag 1512 de relieken van Sint Guthago onderzocht werden. Deze post luidt als volgt: “Betaelt van ghelage ten daghe als mijn heere de Soufergaen van Doornyck midschaders Mevrauwe van Archies , mevrauwe van Crubeke, haer suster, meester Jan Blockeel ende meer andre, zy quamen visentheen den fierter van myn heere Sinte Guthago ende der kercke als den ommeghanc ghestelt was” (1)

Mevrouw van Archies, dat was Antoinine de Baenst, dame van Oostkerke en dochter van Jan de Baenst heer van Oostkerke en van Margriet de Fever (2). Antoinine was sedert 1471 weduwe van Jacques heer van Archies , Henegouwen. Zij woonde 1482 op het kasteel van Oostkerke (3). Mevrouw van Crubeke was Anna de Baenst, dame van Kadzand, zuster van Antoinine en sedert 1476 weduwe van Filips van Braband die sneuvelde met Karel de Stoute bij Nancy. Behalve hun godsdienstige gevoelens, zouden die twee zusters weduwen wel een tweede reden kunnen gehad hebben om het nazicht der relieken van sint Guthago bij te wonen.

In een handschrift bewaard in de stadsbiblioteek te Brugge zijn twee legenden opgenomen die zulks doen vermoeden (4). De eerste legende vertelt over Sint Guthago waarvan gezegd wordt dat deze volgens oude overleveringen zou van koninklijke afkomst zijn en alhier omtrent de oever van de zee aangekomen zijnde, enige tijd heilig geleefd had, waarna hij te Oostkerke begraven werd. Dat deze legende zeker punten van waarheid bevat, staat vast. We gaan daar nu niet verder op in en verwijzen hiervoor naar “Rond de Poldertorens” N° 1, waar al de ons bekende gegevens vermeld worden.

De tweede in het handschrift opgenomen legende verhaalt als volgt: De heer Cornelis Gailliard heeft ons nagelaten een kort verhaal van het eiland Kadzand, geschreven in 1563 volgens de gedenkschriften en bewijzen aan hem ter hand gedaan door Mher. Antheunis de Baenst, Ridder, wiens voorouders heren van Kadzand zijn geweest. Hij zegt dat in de tijd van Lyderik de Buck, de Koning van Hibernia, dat is Ierland, met name Bagos een grote strijd had tegen de Koning van Engeland nopens een eiland genaamd Waterport, nu waarschijnlijk Waterfort, een stad liggende op de kant van Schotland. Deze Koning Bagos voelde dat hij te krank was jegens de Koning van Engeland, stelde hem te schepe en Zeilde waar de wind hem dreef. Na veel zeilens kwam hij aan een haven: Rodenburg genaamd, nu Aardenburg. Hij ontving van Lyderik de Buck tot woonplaats het eiland Kadzand. Zijn afstammelingen behielden het eiland en droegen er de naam van. Hun naam “van Kadzand” werd later vervangen door “de Baenst”

We staan hier dus, in dezelfde streek, met twee legenden waarin telkens een Koning van Ierland de hoofdrol vervult. Bij zover dat we ons mogen afvragen of het niet mogelijk is dat die twee legenden met elkaar verband houden of zelfs misschien elkaar aanvullen.

Het tijdstip waarin beide legenden geplaats worden kan overeenstemmen. Algemeen wordt aangenomen dat Sint Guthago leefde in de 8e eeuw. Ook Koning Bagos kan in die eeuw geplaatst worden, want de legendarische Lyderik kreeg eindelijk ook vastere vormen en zou tussen 792 en 817 geleefd hebben (5). Rodenburg, het latere Aardenburg zou in de 8e en 9e eeuw wel een belangrijke haven geweest zijn (6). Dit maakt het ontschepen aldaar van Koning Bagos aanvaardbaarder. In die tijd zou Oostkerke, waar Sint Guthago begraven werd, ook tot de pagus Rodanensis behoord hebben (zie bijdragen hiervoren: Betrekkingen Noorden van Brugge en Zeeuws-Vlaanderen).

We zijn wellicht niet de eersten die het verband tussen die twee legenden veronderstellen. De gezusters de Baenst kenden ongetwijfeld de legende nopens hun afstamming. Cornelis Gailliard vernam ze immers van Antheunis de Baenst, die een kleinzoon of achterkleinzoon moet geweest zijn van Antoinine de Baenst. De legende over hun afstamming zal in de familie de Baenst wel regelmatig van ouders op kinderen zijn doorgegeven.

Bij het uitsterven van de familie “van Oostkerke” omstreelcs 1462, moet het wel aantrekkelijk geweest zijn voor de familie “de Baenst” om heren te worden van Oostkerke, alwaar in de parochiekerk de relieken werden vereerd van een heilige die ze vermoedden in verband te staan met hun stamvader.

Zekerheid zullen ze echter nooit verkregen hebben. Het onderzoek in 1512 zal geen nieuwe feiten, zoals mogelijke bij de relikwie aanwezige documenten, opgeleverd hebben. Want een voor de familiegeschiedenis van het geslacht “de Baenst” zo romantische bijzonderheid, zou Gailliard zeker niet vergeten hebben te vermelden. Bij gebrek hieraan werden de twee legenden in het handschrift opgenomen zonder echter verband tussen beide te durven leggen.

Nu vragen wij ons af of er in het verhaal van Koning Bagos ook een grond van waarheid kan steken, zoals in die van Sint Guthago. Daarom doen wij langs deze weg een oproep tot al onze lezers om te vragen of er iemand zou kunnen nagaan of er ergens in de geschiedenis van Ierland een koning Bagos bekend is.

Bewijsplaatsen

  1. Kerkarchief Oostkerke - Kerkrekening 1512-13. Ook in Biekorf 1920 blz 97 - 109. Bijdrage over S.Guthago door J. Opdedrinck. Hij schreef in plaats van Mevrauwe van Archies : “Mevrauwe van Arthoys”. Hierdoor is deze tekst in Biekorf waardeloos daar het verkeerd overschrijven van deze naam juist het merkwaardigste feit onmerkbaar maakt. De aanwezigheid van Mw. van Archies, die op dit ogenblik Dame van Oostkerke was, is zoals uit deze bijdrage blijkt, een zeer merkwaardig feit.
  2. Brugge Rijksarchief - Familiefonds Nr 2496 (ook voor de volgende familiekundige gegevens.)
  3. ostkerke - Kerkarchief - fragment register renten en landen van de disch te Oostkerke - rond 1482.
  4. Stadsbiblioteek Brugge – Handschrift Nr 582 eerste legende blz 215-16; tweede legende b1z 221-223. De titel van het handschrift: Beschrijving van de zeven poorten der stede van Brugge alsmede van de dorpen enz. die buiten ieder poort rondom de stad Brugge gelegen zijn, door Patricius Beaucourt de Noortvelde.
  5. ....
  6. A. C. F. Koch - Rechterlijke organisatie van Vlaanderen blz 159.

N.B.: op blz 15 lijn 22, lees: de achterkleinzoon VAN DE BROER van Antoinine ...

**********************

Twee legenden in de Pagus Rodanensis

Rene De Keyser

Rond de poldertorens
1959
4
014-016
Achiel Calus
2015-01-18 15:09:24

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.