headerbg bl

Topografie van Lissewege (Deel II)

Topografie van Lissewege - Deel II (vervolg van dit artikel)

Johan Ballegeer

12. De Vage landweg (7/1265)

De VAGE LANDWEG (1842) heeft sinds lang zijn oude naam verloren. Sinds 1932 ligt hij praktisch totaal op Brugs grondgebied en heette verkeerdelijk de ASSE STRAAT en tegenwoordig de ZEELAAN (1954). Hij dankt zijn oude naam aan het VAGELAND , een bos dat lag achter de tegenwoordige ZUIVELFABRIEK ST.-JOZEF (1939). De Vageland Weg begint aan de KAPELHOEVE en eindigt aan de GROTE BOOMGAARD (1934).

13. De (T)assestraat (7/1006)

Deze straat, nu eens ASSCHESTRAAT (1842), dan weer TASSCHESTRAAT gespeld, loopt vanaf de GIJZELESTRAAT op de huidige grens Brugge-Lissewege naar de Dulleweg, voorbij het HUIS VAN DE SLUIZENWACHTER (1959). Voor de ZEELAAN (1954) er lag, werd de VAGELANDWEG met deze naam aangeduid. Ze dankt haar naam aan de HASSCHOPE (1552), de middeleeuwse vuilhoop.

14. De Patentestraat (7/3717)

De PATENTESTRAAT (1838) loopt van Dudzele naar Uitkerke. Zij begint bij de DULLEMOLENADER, die daar de grens tussen Lissewege en Dudzele vormt. Waar hij de Gijzelestraat opneemt, komt zij voorbij de SCHAPERIE en het huis DEN HOGEN HUL, in 1959 herbouwd. We kruisen de Patentestraat aan het SLUISWACHTERSHUISJE en de ZUIENKERKESTRAAT aan de NIEUWE SMISSE (1948) . Even voor de villa VAN CAILLIE lag het ACHT GEMETEN BOS (1836), die een stuk was van het leen van SCHEEPSDALE (1213). Nog verder komen we voorbij de PATENTE (l622), die zijn naam geeft aan de straat die we hier bewandelen en die toen in de PATENTEBOOMGAARD lag. De PATENTE ligt vlak voor de dreef van het HOF TER WALLE (1435), een achterleen van de Burg van Brugge, dat ons zijn middeleeuws karakter laat zien door zijn oude duiven-toren. Zuid van de dreef ligt een partij land DE FLEUKE (1860). Het volgende zeer oude hof is SCHOONHOVE (1594). In 1314 wordt reeds een Willem van Sconehove vermeld in de oude oorkonden. Dan volgt de Patentestraat de LANGE SMALLE WATERGANG om bij het heultje aan te sluiten bij de UITKERKESTRAAT, die we reeds vroeger bewandelden. De Hogen Hul en het Sluiswachtershuisje werden mij door oudere inwoners respektievelijk ook wel aangeduid als SCHOBBEJAKSHOOGTE en SCHOOIERS HUL (1959).

15. De Kasteelstrant (7/310)

De KASTEELSTRAAT (1842) kennen alle mensen van Lissewege. Het is de tegenwoordige STATIESTRAAT (1912). Ze dankt haar naam aan het KASTEEL VAN LISSEWEGE (1838), waarvan nu nog het UPPERHOF bekend is. Het Kasteel zelf lag op DE HOOGTE achter de beenhouwerij De Rudder, in een dubbele ringgracht. Iedereen kent de onmogelijke legende die vertelt dat vanaf het Upperhof een ondergrondse gang naar TER DOEST loopt. Natuurlijk hebben ‘t Upperhof en ter Doest altijd drukke betrekkingen onderhouden. Het waren immers de heren van Lissewege die ter Doest geregeld met gronden en landerijen begiftigden. Het begon in 1106. Toen gaf Lambert, Heer van Lissewege de eerste gronden, waarop THOSAN kon gesticht worden. In 1213 gaf Lambert II de MEMBURGH BELCK aan ter Doest. Deze schenkingen werden voortgezet door Margareta van Lissewege die in 1217 't KETELSLAND gaf. Niklaas van Lissewege, de vader van Jan, was een tijdje lekebroeder op ter Doest en schonk zijn klooster het CANONICKENLAND in 1300. Een andere Margareta van Lissewege gaf in 1315 twee gemeten land: het ROBEKYNS STIK. De Kasteelstraat begon aan de DORPSHEULE waar in 1902 de herberg DE ENGEL was, en liep tot aan de PISTE, voorbij de hoeve DE ZETELE, die nu de BROUWERIJ ST-JOZEF geworden is.

16. Het Groendijkje (6/696)

Het GROENDIJKJE (1838) moeten we in het noordoosten van Lissewege zoeken. Het begint aan het heultje bij de Uitkerkestraat en de Patentestraat. Links heeft het over zijn ganse lengte de LANGE SMALLE WATERGANG. Het stuk land op de hoek rechts heet de ACHT GEMETEN. Een weinig verder lag een bos, dat met de STEERT VAN DE BOS , die nu ook land is, tot tegen de straat kwam.

17. Het Groenstraatje (6/352)

Deze korte, thans bijna onbekende en vergeten landweg, verbindt de Uitkerkestraat met de SCHAAPSBRAKESTRAAT. Rechts tussen het Groenstraatje (1842) en de Uitkerkestraat ligt de SCHAPEBILK (1959).

18. De Sperma1iestraat (7/1938)

De SPERMALIESTRAAT (1842) begint aan de Uitkerkestraat waar deze haar rechte hoek naar het westen maakt. Ze dankt haar naam aan het HOF VAN SPERMALIE (1429), een oude bezitting van het Brugse Spermaliek1ooster, waar ze voorbij loopt. Even voorbij deze hoeve, boog ze naar het oosten, om over de KLEINE KLEMBRUG (1821), de Lisseweegse Watergang te kruisen, die daar de naam van HOLLEVLIET (1420), OLIEVLIET of NOORDVAART draagt. Daarna liep de Spermaliestraat met een bocht door 't STURT en de tegenwoordige nieuwe dokken, om te eindigen bij de Evendijk. Een gedeelte ervan ligt onder de Zeebrugse VEERBOOTSTRAAT.

19. De Schaapsbroekstraat (7/1065)

De eigenlijke naam van de SCHAAPSBROEKSTRAAT (1842) is: SCHAAPSBRAAK-STRAAT. Deze naam is sinds lang in vergetelheid geraakt. Ze slingert door de pitoreske, landelijke wijk de BRAAMBEIERHOEK (1701) vanaf de Spermaliestraat, voorbij de hoeve TER SCHAAPSBRAKE, die in 1791 in de Omme1oper van Dudzele als volgt beschreven wordt: Een groot, hoog lynstick met een oneffen nederinghe inden noordoosthoek ende is genaemt de Schaepsbraecke. De Schaapsbraakweg loopt : “voorbij wilent de COUTER-MEULEN over de SCHAAPSBRAEKEHEULE” lezen we in de omme1oper van Uitkerke van 1752. Deze heule ligt over de Lange Smalle Watergang op de grens tussen Lissewege en Uitkerke. (zie Biekorf 1958, 58)

20. De Grote Weg (6/1074)

De GROTE WEG (1842) of GOTE WEG (1620) begon aan de overkant van de EVENDIJK, waar de Spermaliestraat eindigde. Deze weg loopt recht naar het noorden en heeft op zijn linkerkant de WARANDE (1752), een leen .... releverende den 1eenhove van Spletelincxwerve .... , nu het Militair Domein. Daaromtrent moet ook de WARANDEWEGH (1543) gelegen hebben. De Goteweg eindigt in de duinen bij het STAEKHUIS of de LOS CAEYE dat op de militaire kaart van 1876 als MAGASIN DE LISSEWEGE aangeduid wordt. (zie Biekorf 1953, 225)

21. De Evendijk (6/2668)

De EVENDIJK of HIEVENGDYC (1265) is een zeewerende dijk die van Bredene naar Groede in Nederland loopt. Te Lissewege heeft hij eerst over ongeveer 600 m. de Lange Smalle Watergang op zijn rechterkant. Aan de SIPHON komt deze samen met de ISABELLAVAART en de OLIEVLIET. Bij deze plaats zien we een oud vervallen boerderijtje, DE MAUWE (1555), dat ook zijn naam gaf aan het aanliggende land. Vanaf de SIPHON volgde de EVENDIJK de ISABELLAVAART (1715). Grote gedeelten van deze dijk zijn verdwenen door het graven van het Boudewijnkanaal. In HOUDEMAERS POLDERE lag in 1555 een steenbakkerij de TEGHELRYE genoemd. Waar nu het dorp ZEEBRUGGE (1905) ligt en de wijk ZEEMANSHAARD ( ), lag de HOUDEMAERS-P0LDER (1470) of HOOSEMANSPOLDERE (1550). Vanaf de Zandsheerstraat ligt aan de noordkant van de Evendijk de HEISTSE WATERGANG. Het laatste einde van de Evendijk werd doorgesneden door het KANAAL VAN SCHIPDONK (18 ) en het LEOPOLDKANAAL (1846) dat ook wel de ZELZATEVAART genoemd wordt. Samen noemt men ze ook de STINKER en de BLINKER. In de Houdemaarspolder lag (of ligt) het HOF VAN HEIST (1583) (zie ook Biekorf 1958, 246 en 1955, 213 en 1956, 44).

22. Het Claeys-Smidtstraatje (6/585)

Het CLAEYS-SMIDTSTRAATJE (1842) bestaat niet meer. Het liep van de Evendijk naar het strand. Voorbij de hoeve van Bùckens tussen de tegenwoordige TIJDOKSTRAAT en de NOORDHINDERSTRAAT dwars door de VISMIJN had het DE POEL op zijn linker-einde. Deze POEL (1827) ligt in het tegenwoordige VISSERSDOK en dwars over de PAARDEMARKTSTRAAT.

23. De Zwankendammestraat (7/503)

De ZWANKENDAMMESTRAAT (1842) verbindt de Uitkerkestraat met de Zandscheerstraat. Zij is bij gedeelten vervangen door de aktuele SPOORWEGSTRAAT (1933). Een honderdtal meter te noorden van het begin van de Spoorwegstraat ziet men een dubbele rij knotwilgen: dit is een restje van de ZWANKENDAMMESTRAAT. Daar ook stond ZWANKENDAMMEMOLEN (1809) of AXTERS MOLEN. De straat loopt bij de herberg 't ZWAENKEN (1643 in de gevel - 1796 op de kaart), dat soms als de oude heerlijkheid SWANKENDAMME (1429) wordt aangezien. Deze lag echter wat meer naar het oosten, langs de Zandscheerstraat en werd verkeerdelijk 't ROZENHOF (1957) geheten. Zwankendamme gaf zijn naam aan een nieuwe wijk, sinds 1932 Brugs grondgebied. De herberg ’t ZWAENKEN ligt bij de ZWANKENDAMMEBRUG (1602) over de ZWANKENDAMSCHE WATERGANCK (1821) bij het ZWANKENDAMME-SAS (1821). Bij de MOULIN ROUGE (1937) komt de Zwankendammestraat in de oude Zandscheerstraat, nu de Lisseweegse steenweg. (zie ook Biekorf 1958,57,245 en 1954,158). Te noorden van de herberg 't Zwaenken lag het GRAVENBOS (1853).

24. De Groene of de Brede Weg (7/440)

De GROENEN WEGH (1555) of de BREDEN GROENEN WEGH (1594) is een oude landweg die even voorbij de vroegere herberg HIER BETER DAN VERDER (1936) bij het ZEEBRUGSE KERKHOF in noorderlijke richting de velden inliep. De naam van deze herberg doelde op het verder gelegen kerkhof in de hoek van de PLOEGSTRAAT en de KEMELSTRAAT. (zie Biekorf 1956, 281)

25. De Kemeladerstraat (7/908)

De KEMELADERSTRAAT (1842) begint noord van het Zeebrugse kerkhof en zuid van de Zandscheere, en loopt in zuidwestelijke richting naar de GROTE HOFSTEDE (1945), die heel zeker een meer typische naam heeft, doch die we nog niet konden vinden. De straat dankt haar naam aan de KEMEL- of MOERADER (1839) die het noordoostelijk kwartier van Lissewege doorkrinkelt. Deze ader loopt voorbij de visput “... le pesscherie DE COPPELSLUIJSE, nommé le KEMELE” (1645) (zie ook Biekorf 1954, 101 en 1958, 58)

26. De Waterstraat (7/1113)

De WATERSTRAAT (1842) begint daar waar de Zandscheerstraat weer uit het Boudewijn-kanaal te voorschijn komt. Hij loopt naar de Heistse of Moerstraat en ontmoet deze rechtover de hoeve van Jakob Mombaliu die we haast zouden durven aanwijzen als TILLEGEM, waarvan men in 1320 (cart. Eeckhout f. 55) zegt dat het gelegen was “... in die prochie van Lisseweghe oost van Jans van Bueckemaere, dat men heet TILLENGHEM ende WERF”. Dicht bij dezelfde hoeve lagen nog 2 gemeten land de PAELVOET (1512) of de PAEL-MAET geheten. (zie ook Biekorf 1908,131)

27. De Hooghuisstraat (7/558)

De HOOGHUISSTRfAT (1842) loopt van de Heist- en Moerstraat bij het Paddenhol naar de grens tussen Lissewege, Dudzele en Ramskapelle. Ze dankt haar naam aan 't Hooghuis , een Ramskapelse hoeve. De Hooghuisstraat loopt over de POTTERSGATADER (1880), die er de grens vormt tussen Lissewege en Ramskapelle.

28. De Legestraat (7/608)

De LEGESTRAAT (1842) of EGGESTRAAT (1902) is de bijna onbruikbare landweg die vanaf de Sanselstraat naar Beukemare loopt.

29. De Beukemarestraat (7/988)

De BEUKEMARESTRAAT (1842) loopt vanaf het STROOIEN DORP, voorbij het ST. JACOBSHUIS in noordwestelijke richting naar de Heist- of Moerstraat. Hun knooppunt ligt nu in de vaart. (zie Biekorf 1953, 146, 227 en 1958, 247)

30. De Leenbilkstraat (7/471)

De LEENBILKSTRAAT (1842) begint eveneens aan het strooien dorp en loopt in zuidelijke richting naar Dudzele. Ze vormt een stukje grens tussen Lissewege en Dudzele. Halverwege wordt ze doorsneden door de KIJFADER (1838) die zelf ook nog onder de KERKSTYE (1555) liep. De Leenbilkstraat dankt haar naam aan de LEENBILK (1791) “ ... ende is genaemt de LEENBILK, zijnde leen van Kalverkeete” (Ornmeloper Dudzele 3, 124)

31. De Medecamoerstraat (7/1636)

De MEDECAMOERSTRAAT (1842) begint bij de herberg IN DEN OVERZET (1956) en loopt in zuidoostelijke richting naar Dudzele. De straat werd ook wel MILLECAMSMOER-STRAAT geheten en dankt haar naam aan het MOER van een zekere MILLECAM. Dicht bij de grens van Dudzele loopt de straat over de ONZE VROUWADER of O.L.V. ADERE (1838) die begon bij de Lisseweegse Calcijde.

32. Hoeksheuleweg (7/650)

De HOUCKX ’S HEULEWEG (1842) loopt van de DULLEWEG, nu BOSSTRAAT tot aan de KLEINE HOEKSHEULE (1838). Door foutieve lezing heeft men op de militaire kaart van 1876 daar gemerkt KLEINE HOEKHEIDE (1876) wat een onzinnig en niet bestaand toponiem is. Het perceel zaailand te westen van die Kleine Hoeksheule is de KORTE VEURE (1860). Dit is het meest westelijke punt van Lissewege. Langs de Hoeksheuleweg lag een bos, de ........... genaamd.

33. De Dulleweg (5/1043)

De DULLEWEGH (1617) is een zeer oude weg (zie Biekorf 1953, 196). Hij begint aan de grens tussen Lissewege en Zuienkerke, daar waar de spoorweg naar Blankenberge het grond-gebied Lissewege verlaat. Deze weg liep over het PALINKHOF en verder in noordelijke richting, kruiste hij de Zuienkerkestraat bij de KRUISHIL (cfr supra). Daar ergens moet ook het leen de THIEN GHEMETEN (1552) gelegen hebben. In het register van de tienden van het Bisdom Brugge, lezen we: “.....in Lisseweghe upde THYEN GHEMETEN ande noordtzyde van den HEERWEGH die compt anden DULLE WECH te CRUUSHILLE”. (1617)

34. Het Lisstraatje (5/607)

Het LISSTRAATJE (1842) is een gaffelvormige straat die begint aan de Sanselstraat. Het ene einde liep in oostelijke richting naar het tegenwoordige VARRETJE VAN DE VAART (1937) in hetwelk de door alle Lisseweegse kwajongens gekende ZWEMPLATSE (1936-40) gelegen was. Het andere einde liep “ ... noordt noordtoost vande kerke ende oost byden ghoede TER POORTE toebehoorende an myn heere van Eecke, daer Michiel fs Pieters Vanden Werfve up wuendt”. (1555: K.A.L. f. 143) Het Lisstraatje eindigt in de KWIKKER (1930), een moerassige vlakte te noorden van de Sanselstraat.

35. De Pastoriestraat (5/109)

De PASTORIESTRAAT (1842) loopt te westen van het KERKHOF voorbij de PASTORIE. Nu is ze verder doorgetrokken tot aan de Vaartstraat (1938). Vroeger heette deze straat de KERKWECH (1555) of PROCESSIEWECH (1600). Over deze Processiewech vinden we in het “register van alle lande ... toebehoorende Onse Lieve Vrauwe Capelle ende Onse Lieve Vrauwe hof in Lisseweghe” (1600) volgende belangwekkende teksten:
“Dese partie heeft Cheynse d'oude Joos Utterwulghe voor 10 schellinghen tsjaers midts conditie dat de processie (sic) altyts daer mach passeren naer oude costuyme” en verder: “Is bevonden dat aldaer de processie gaet in ouden wech ende over sulckx de kerke en moet niet daer utgesloten zyn”.
Het bleek dus noodzakelijk te zijn de processie over een stuk grond te laten passeren, daar waar de Processiewech niet bij de openbare weg aansloot.

36. De Tiendeweg (5/278)

Van de TIENDWEG (1842) schiet niets meer over. Hij lag tussen de schuur van het TIENDEHOF, - die ons onwillekeurig doet denken op de THIENDESCHEURE (1555), deze lag echter in het 44e begin van Eyensluis - , en het 532e MILITAIR ONDERDEPOT. Hij begon dus aan de Uitkerkestraat en liep in oostelijke richting. Het is het kadastraal perceel sectie D - 724. Om of bij deze

(Deel III wordt voortgezet in dit artikel)

Topografie van Lissewege (Deel II)

Johan Ballegeer

Rond de poldertorens
1959
4
010-011
Achiel Calus
2015-01-13 09:17:14

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.