headerbg bl

Een brokje folklore

Een brokje folklore (uit Napoleon's tijd ....... of is de tekst nog ouder?)

Margriet De Keyser

Het is plezierig om zo 'n oud, versleten, beduimeld papierke op te diepen en daarbij te bedenken dat een overgrootmoeder het waarschijnlijk honderden keren heeft gelezen, totdat zij het wellicht beter van buiten kende dan dat zij de gebrekkige zinnen er van verstond. Haar taalgevoel zal er wel niet door uitgezuiverd zijn geworden, maar haar godsvrucht heeft er zeker aan gesmekt..... Zo dikwijls, tot het bladje versleten was op de rugplooi en met een stevig garen draadje weer aaneengedriegd.

Zo ligt het hier voor me, dit oude gebedsprentje, vergrauwd, vergeeld, met een ferme koffieplek.... of godweet is het geen wijwaterplek! Een dubbelgevoud bladje, 4 bladzijden in octavo; iedere bladzijde in een “kaderke”.... en zie de afgeknaagde randen zijn onhandig (was Memee's Memee al zo oud?) met de schaar wat fris geknipt.

Op de voorpagina staat een prentje afgedrukt van 88 bij 62 mm. Het is een niet onaardige houtsnede die wel ouder lijkt dan de datum 1812. Het stelt voor Kristus op zijn Kruis, het Hoofd in een stralenkrans. Rechts van de Heer staat een soldaat die Hem op een lans de spons met azijn aanbiedt, terwijl aan de andere kant van het kruis, een tweede soldaat een emmertje met de bittere drank in de hand houdt. Nevens de soldaat met de lans, staan nog een heer en een dame in weelderige 17 eeuwse kledij. Ge kunt er moeilijk een O. L. Vrouw en een Sint- Jan van maken,

Lees en smaak met mij dit Rijm-gebed tot de Engel Bewaarder. die er eigenlijk maar heel weinig mee te maken heeft. Naar het einde toe, met de siroop en de confituur, komt het in de keuken terecht en laat vermoeden dat het werd opgesteld door een godvruchtige huis-moeder of eerder nog door een devoot nonneke, bij wie de religieuse gevoelens dieper en steviger waren dan haar poëtische vermogens, en wiens piëteit meer bewondering verdient dan haar smakelijke karamelverzen. Alles samen toch een echt brokje volkskunst is 't niet?

Rym-gebed
tot den H. ENGEL BEWAERDER

Zoeten Engel, edel wagte,
Die by dagen en by nagte,
Overal myn' ziel bevryd,
Tegen duyvels list en stryd.

Als de bleeke dood zal komen,
Zult gy my dan ook vervroomen,
Als myn' bange ziel vol schrik,
Geeven zal den lesten snik. , .

Aan die uer is 't al gelegen,
Op het eynd' van myne wegen,
Als het op een scheyden gaet,
En Gods Oordeel voor my staet.

Kom dan, Engel my bevryden
Wilt kloekmoedig voor my stryden,
Doet my wel indagtig zyn
Jesus wonden en zyn’ Pyn.

Want het steunsel van de hope,
Zyn’ vyf’ wonden die staen open,
Het is Jesus dierbaer Bloed,
Dat my zalig maken moet.

En Maria vol genaeden,
Hop’ ik en zal niet versmaeden,
Myne zugten voor myn dood;
Neen, z'is troostig in den nood.

Als ik dan de dood zal naeken,
En den pyl zie veerdig maeken,
Dunkt my goed, eer zy my wond,
‘T Samaritaensch Vrouwkens vond.

Eer ik in den Heer gae slaepen,
Wil ik met haar twee + Houten raepen,
O twee houten! ô dat Kruys!
Is den schroom van ‘t helsch gedruys.

Zalig Kruys, zoo ryk bepeereld!
Grooten Standaerd van de Weereld!
Waer op Christus is geplant,
Die vyf Wonden open spant.

Zalig Kruys! door deez’ vyf Wonden,
Waer op wy ons hope gronden,
Altyd toevlugt in den nood,
Maar byzonder in de dood,

Als den aden, als het leven,
My op ‘t eynde gaen begeven,
Als de gen’ die voor my staen
Zeggen: ‘t is eylaes gedaen!

Dan zal ik met vast betrouwen,
Jesum aen het Kruys aenschouwen,
Ik zal met den Moordenaer,
Neemen tyd en Wonden waer.

‘K zal hem drukken aen myn herte,
Tot verligting van myn Smerte,
Zyn vyf Wonden zyn alleen
Mynen troost en anders geen.

Och wat troost zal my dat geeven
Op het eynde van myn leven!
Als dat Kruys zal voor my staen,
En daer mynen Jesus aen.

Jesus zoo doorwond, doorsteeken,
Uyt wiens Wonden Balzem leeken,
Die ons, zondaers, heeft bemind,
Meer als Moeder ooyt haar Kind.

Zoeten Jesus ! Vriend der Vrienden,
Wat een’ vlam ging u verslinden,
Als gy stierf de bitter’ Dood,
Ach uw' liefde is te groot!

Zulk een’ dood voor zulke Menschen,
Ach wie had dit durven wenschen!
's Vaders woord en eenig' Zoon,
Treed en daelt van zynen troon.

En neemt aan des Werelds zonden,
En betaelt die met zyn’ Wonden,
En omhelst de vreedste pyn,
Op dat ik zou zalig zyn.

Zalig, hope ik, zal ik wezen,
Door uw’ Wonden uytgeleezen,
Door uw’ Wonden, door uw Bloed,
Hope ik, Jesus, ‘t eeuwig Goed.

Wilt den vyand. my bekooren,
Zegt hy dat ik gae verloren,
Ik zal roepen dreygt hy my:
Jesus, Jesus, staet my by,

Jesus, in uw’ open Ermen,
Jesus, Wilt my daer ontfermen,
Jesus, Myn Samaritaen,
Jesus, bloedig Pelikaen!

Als myn leden dan gaen beeven,
Als de kragten my begeeven,
Als myn’ lippen worden Peers,
Als ik houden zal de keers

Laeft my dan met die Syropen,
Die uyt uwe Wonden Loopen,
Geef my in die bange uer
Van die dierbaer Confituer.

Wilt Maria my geweerden,
Dan wat van uw’ zeven zweerden,
Laet my van uw’ droefste pyn,
In myn’ dood gedagtig zyn.

‘T Paradys dat is gevonden,
Door uw’ droefheyd, door uw’ Wonden,
En ik geef heel onbevreest,
In zyn’ Wonden mynen geest.

GEBED
tot den Engel Bewaerder voor zyn zelven.

Heyligen Engel (die mijn ?) Bewaerder zyt, door de beschikking van de goddelyke Voorzienigheyd, verleent my, beschermt my, leyd my en alle Geloovige in den weg van de gelukkige Eeuwigheyd, en tot dien eynde komt my te hulpe in de uer des doods. Amen.
Vader onzen. - Wees gegroet.

Vidi A. Van Thienevelt, Archid. Lib, Cens.
Vidi 4 octobris 1812 M.M. De Meulenaere, Vic. Gen.

TOT BRUGGE -
Uyt de Drukkerye van C. DE MOOR . 1813.

Een brokje folklore

Margriet De Keyser

Rond de poldertorens
1959
4
017-018
Achiel Calus
2015-01-18 15:06:53

AfdrukkenE-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.