headerbg bl
HomeGeschiedenisHeemkundige kringenZoeken in publicatiesMededelingen - Indijken van het Zwin in l863 - publikaties in verband met ons werkterrein - eigen Museum voor Heemkunde en Geschiedenis

Mededelingen - Indijken van het Zwin in l863 - publikaties in verband met ons werkterrein - eigen Museum voor Heemkunde en Geschiedenis

MEDEDELINGEN.

1.     Nopens het Indijken van het Zwin in 1863.

Dhr Karel van de Vijver bezit in het archief van zijn Hofstede Maneschijn het oorspronkelijke, waarvan hier een trouw afschrift. In 1865 werd Sluis definitief van de zee afgesloten door een dijk dwars door de schorren, langsheen de rijksgrens met België (zie de mil. kaarten). Toen wij in de lagere school zaten, was het Zwin op de kaart van West-Vlaanderen nog steeds een kleine inham: precies tot tegen deze dijk van 1863. Negen jaar later, 1872, werd de Internationale Dijk gebouwd die nu nog (verhoogd en versterkt in 1959) de Zwinschorre begrenst.

Middelburg 1 April 1863

N°  A  3987/2   -  2e afdeeling
Nota: Wordt verzocht bij het antwoord, den datum, letter, het nummer en de afdeling van dezen brief nauwkeurig aan te halen.
Getal der bijlagen
ONDERWERP :  Bedyking van het  Zwin   

Ik heb de eer U kennis te geven, dat by zynen Majesteits besluit van 25 Maart j.l. N° 107 op aanvraag van het domeinbestuur vergunning is verleend tot bedyking der schorren in het achterste gedeelte van het Zwin.

Krachtens dit besluit is door het Departement van Binnenlandsche Zaken aan de bedyking onder anderen de voorwaarden verbonden, dat de binnenberm van den te leggen dyk ter breedte van 5 el,met de te maken op en afrillen even als de nu of later in den polder te maken wegen en op en afrillen (1) ten allen tyde zullen dienen als openbare wegen, en dat die binnenberm, wegen en op en afrillen van eenen kunstweg mogen worden voorzien door hen, die daartoe van de bevoegde macht vergunning zullen hebben verkregen Dat de achterliggunde dyken voorzien moeten blyven van eenen behoorlyken berm, ter breedte van tenminste 5 el.

De Commissaris des Konings in de Provincie Zeeland
w.g.  onleesbaar

Aan het dykbestuur van de Kleine Pas of Waesberghepolder.

-----------------
Nota :  (1)  Op- en afrillen: hellende vlakken om met paard en wagen de dijk op en af te rijden

0000   000   0000

2. Twee belangrijke publicaties in verband met ons werkterrein.

Van de hand van Dr. A. Verhulst verscheen in “Bijdragen voor Geschiedenis der Nederlanden -  Deel XIV 1959, Nr 1 blz. 1 – 37” : Historische Geografie van de Vlaamse Kustvlakte tot omstreeks 1200,

Deze uiterst stevig geschraagde studie getuigt van een grondig onderzoek van het probleem. Deze studie zal dan ook van blijvende waarde zijn voor de ontstaansgeschiedenis van het werkterrein van onze Kring. Wij wensen dat onze bibliotheek er van moge in het bezit komen, opdat alle belangstellende leden er zouden kunnen kennis mede maken.

Elke zin van deze studie is zo doordacht en zo belangrijk dat het onmogelijk is er een kort overzicht van te geven, zondor uiterst belangrijke feiten weg te laten. Het weze slechts toegelaten volgende feiten in verband met reeds in ons Tijdschrift verschenen artikels, aan te stippen.

1. De geleerde historicus kwam tot de vaststelling dat er zich oorspronkelijk geen groot scheidend water bevond tussen Oostkerke - Westkapelle enerzijds en Moerkerke - Lapscheure anderzijds. Vóór de Duinkerke III B (1134) vormde dit gebied een aaneengesloten geheel. (zie art. in Rond de Poldertorens 1e Jaarg. Nr. 4 blz 1 - 6).

2. Het Middelland zou droog gekomen zijn in de 2e helft van de 11e eeuw. De schaapsgronden van de St.-Pietersabdij te Gent, gelegen noord van Oostkerke en noord van Dudzele; en de schaapsgrond van de St.-Baafsabdij van Gent, gelegen noord van Lissewege, zouden dus uit deze periode dateren (zie Rond de Po1dertorens Jaarg. 1 Nr 4  blz. 1 - 6 en ook Biekorf 1958, Nr X  blz 305 - 308).

3. Dudzele voor het eerst vermeld tussen 1060 en 1080, zou als “sele” benaming dateren uit de 9e eeuw. Oostkerke, voor het eerst vermeld in 1089, zou echter ook merkelijk ouder zijn, toch gedeeltelijk. Lapscheure wordt voor het eerst vermeld tussen 1019 en 1030. Over deze 3 plaatsen en de weg die ze waarschijnlijk verbond : zie Rond de Poldertorens Jaarg. 1 Nr 4 blz 1-6. In 1110 wordt Oostkerke als moederparochie van Lapscheure vermeld. We mogen aannemen dat de moederparochie  minstens zo oud is als de dochterparochie Lapscheure.

Verdere problemen in verband met ons werkterrein zijn:

a.Over de bedijking tussen Blankenberge en Heist, brengt deze studie ons geen gegevens. Mogen wij hieruit afleiden dat deze bedijking jonger is ? Zou de Oude maarspolder niet identisch zijn met de Avennonepolder? (zie Biekorf Nr 7 van 1957 blz. 199) Dan zou de bewijsplaats van de Avennonepolder kunnen betrekking hebben op de bezitting van de St.-Pieters-abdij ge1egen rond Baaswalle (en niet op een mogelijke bezitting dezer abdij rond Avensele). Een achterleen van de Amanie van Lissewege bestond uit de palingvisserij in de Oudemaarspolder en het recht op hooi van de Evendijk (cout. Bourg Bruges I blz 395). Dit kon misschien van nut zijn voor verder onderzoek betreffende deze bedijking. Deze latere bedijking zou ook nog kunnen een verklaring bevatten voor het bestaan van de namen Zwankendamme en Langendamme te Lissewege.

b. Het eerste Leugenzwin dat het Oude Zwin verbond met de Reie, vormt nu nog de grens tussen Oostkerke en Koolkerke. In 1573 bezat de proostdij van St.-Donaas te Brugge het visrecht op deze waterloop. (cout. Bourg Bruges II  biz 401). Kan dit Leugenzwin niet identisch zijn met de in 1174 vermelde nieuwgemaakte gracht waarvoor de graaf, om hem te kunnen laten delven, moest een overeenkomst treffen met Sint—Donaas?

0000   000   0000

Insgelijks van de hand van Dr.A.Verhuist verscheen in “Tijdschrift van de Belgische Vereniging voor Aardrijkskundige Studies XXVIII 1959 Nr 1” een zeer belangrijke bijdrage: Middeleeuwse inpolderingen en bedijkingen van het Zwin.

Deze studie evengoed gedocumenteerd als de eerst vermelde, behandelt voornamelijk de indijkingen van de overstromingsvlakte van het Zwin langs de kant van Lapscheure en Moerkerke. Deze studie is dan ook van uitzonderlijke waarde voor dit gebied. Ze brengt veel nieuwe gegevens en zet veel verkeerde voorstellingen recht.

Behalve deze gegevens heeft de nauwgezette vorser zich ook ingespannen om zo nauwkeurig mogelijk de grens tussen Lapscheure enerzijds en Hanekenswerve en Aardenburg anderzijds vast te stellen, zoals ze was voor de l6e eeuwse overstroming. Deze grens  was ook de grens tussen de tiendengebieden van de St.-Baafsabdij te Gent en van de St.-Kwintensabdij die de tienden bezat te Oostkerke en in de hieruit ontstane parochies. Het is tezelfdertijd de oude grens van ons werkterrein in deze streek.

We zien in deze studie het Vermoeden nopens de Braamsweg, uiteengezet in Rond de Poldertorens le Jaarg Nr 4 Blz 1—6, altans gedeeltelijk bevestigd De Braamsweg is een zeer oude weg, want hij vormde gedee1telijk niet alleen de grens tussen gezegde tienden~gebieden, maar ook tussen Lapscheure en Hanekenswerve. Hij lag veel westelijker dan Dr.M.Gottschalk het meende.Wij vragen ons af of het Middelzand op Lapscheure en de Hoorn op Moerkerke, niet de overschotten zijn van een hoge grondrug die verder Bekend is als Heerst of Horst. Het verlengsel van de Heerst is op Moerkerke Bekend als “West Heerst”. Bewijsplaatsen: Ons Heem Jaarg. XII Nr 4 1958 Blz 128 – Wdb. Deflou Deel XIV kol 218; Rijksarch. Brugge Vrije Bruine pakken 4880; Handkoekje Sarepta einde 15e eeuw.

De beide tijdschriften waarin de studies van Dr.A.Verhulst zijn opgenomen kunnen geraadpleegd worden in de biblioteek van het Rijksarch. te Brugge.

René De Keyser. 

0000   000   0000

3. - Ons eigen Museum voor Heemkunde en Geschiedenis

Op initiatief van Dhr. Johan Ballegeer werd te Lissewege ten “H u i z e  S a e f t i n g e” een begin gemaakt met het aanleggen van een plaatselijk museum voor Heemkunde en Geschiedenis. Volgende oude gereedschappen zijn er reeds ondergebracht: een tarwezeef, een bonenzeef, een hoed of schepel, twee vlegels, een herdersmakke, een haardwafelijzer, een haard-brander, een strijkijzer met houtskool.

Menig Lid van de Kring Sint-Guthago weet in ons heem, oude gebruiksvoorwerpen (o dat versleten handkeerntje van vrouw van de Vijver !) die verloren liggen en te kwiste gaarn. Laten we ons allen samen inspannen om die dingen, die aan ons verleden en ons eigen volksleven herinneren, te redden. Ik denk aan kanonballen, familiefoto’s met vergeten klederdracht, oude papieren zonder waarde (bv. Inboedel, huwelijkskontrakt) een onbruikbaar jachtgeweer, haardtegels, een teile waaruit allen samen aten, en duizend andere dingen.

Al wat onze Kring in Huize Saeftinge ter bewaring geeft blijft volledige eigendom van de Kring Sint-Guthago. Tegen te naaste winter moet het meer dan de moeite waard worden dit Museum samen te gaan bezoeken. Breng alles naar, of verwittig Rene De Keyser, Oostkerke; Willy Theerens of Meester Bostoen, Westkapelle; Johan Ballegeer, Lissewege; Broeder Gaëtan, Maria-straat Brugge.

De eerstvolgende vergadering van onze Kring gaat door op zondag 17 juli te Lissewege, waar een g e d e n k p 1 a a t wordt onthuld aan het woon-en werkhuis van Walram Romboudt, de Lisseweegse kunstambachtsman (1598 —1668)

0000   000   0000

4 Een Huwelijkskontrakt uit 1783.

Mejuffrouw M. Tanger haalde weer een paar kostelijke stukken boven uit haar familiearchief. Ze Bezorgde ons een huwelijkskontrakt van 1783, opgemaakt door de Pryser  van Moerkerke. In het volgende nummer meer daarover.

0000   000   0000

Mededelingen - Indijken van het Zwin in l863 - publikaties in verband met ons werkterrein - eigen Museum voor Heemkunde en Geschiedenis

René De Keyser

Rond de Poldertorens
1960
02
021-023
Achiel Calus

Afdrukken E-mail

HoofdpuntenInterresante rubriekenZoekenAndere informatie
Startpagina
Activiteiten
Nieuws
Gastheerschap
Musea in de Zwinregio
Kustmusea
Geschiedenis
Reecz
Publicaties heemkunde
Tijdslijn
Bibliotheek
Europese projecten
Contact
Copyright © 2017  - Zwinstreek.eu - Alle rechten voorbehouden.